Tag: pth

image_pdfimage_print

Te hoog B6 zonder suppletie

Je gaat naar de huisarts voor een vitamine B6 onderzoek en komt terug met een uitslag van een verhoogd vitamine B6 terwijl je geen supplement gebruikt. Je denkt dan waarschijnlijk: waarom is het zo hoog en is het gevaarlijk? 

We kennen allemaal de verhalen van neuropathie door een hoog vitamine B6 gehalte. 

Maar als je een verhoogd vitamine B6 in je bloed hebt zonder dat je suppletie gebruikt, is er  iets anders aan de hand: Je hebt mogelijk een tekort aan het enzym alkalinefosfatase, hierdoor kunnen je cellen vitamine B6 haast niet opnemen en gaat het stapelen in je bloed.

 

Neuropathie door vitamine B6

Te hoog vitamine B6 in je bloed, of dit nou door suppletie komt of niet, kan schadelijk zijn en leiden tot neuropathie. Je ziet een te hoog B6 gehalte bij de ziekte van Parkinson, Multiple Sclerose en neurologische ALS door overstimulatie van zenuwstelsel. De oorzaak hiervan kan ontstaan door een tekort aan ALP, maar ook door bijnieruitputting en slecht werkende nieren. 

Wat je ook vaak ziet bij mensen die neuropathie klachten hebben is een verhoogd mangaan gehalte, dit kun je zien in een haarmineraalonderzoek. De klachten van een te hoog mangaan gehalte en te hoog B6 lijken heel veel op elkaar. De meeste artsen en specialisten weten niet waardoor dit ontstaat.

 

De vraag is, waar komt al die vitamine B6 vandaan? Je neemt het niet in, let op je inname, en toch is het er. 

 

Oxalaat en vitamine B6

Dit ontstaat in je lichaam zelf en heeft te maken met oxalaat en nierstenen (calcium oxalaat). Je kunt ook verkalkte knobbeltjes in je schildklier en andere zachte weefsels in je organen en klieren hebben.  Ik zie die combinatie dan ook regelmatig bij MCAS: oxalaat klachten en verhoogd B6. 

Veel mensen met een te hoog B6 hebben ook schildklierproblemen, hartruis en aritmie en een tekort aan parathyroïd hormoon (PTH). Deze aandoeningen en het enzym alkaline fosfatase hebben allemaal met elkaar te maken.

 

Vitamine B6 en de darmgezondheid

In de darmen worden door darmflora in de dunne darm vitaminen geproduceerd. Hier worden de vitaminen die je lichaam nodig heeft “geoogst”, ofwel opgenomen via de wand van de dunne darm. 

Normaal gesproken, in een gezonde darm, wordt de juiste hoeveelheid en juiste verhouding aan vitaminen geproduceerd, deze zijn biologisch beschikbaar en kan je lichaam direct opnemen en gebruiken. De vitaminen in supplementen, de niet natuurlijke vorm, is tweede keus voor het lichaam en wordt gebruikt als de echte vitamine B6 niet beschikbaar is. Alle B vitaminen worden op een natuurlijke manier geproduceerd en uitgescheiden door de bacteriën die melkzuur produceren in de darmen, de lactobacillen. 

Deze bacteriën zijn heel gevoelig voor zuur en vooral voor melkzuur dat in de probiotica zit wat veel mensen in grote hoeveelheden gebruiken. De L.Casei en L. Bulgaricus zijn de meeste melkzuur producerende soorten.

Het produceren van melkzuur is een verdedigingsmechanisme om andere bacteriën te doden zodat zij zelf meer voedsel hebben. 

Dit zorgt uiteindelijk voor “acidose”, een zure darm. De normale zuurgraad in de dikke darm zou tussen 5,5 en 7 moeten liggen. Ik zie echter bijna standaard een verhoogde pH, dus een lagere zuurgraad als gevolg van een groot tekort aan lactobacillen.

Dus je zou denken: Als de er een tekort aan lactobacillen zijn (wat zo goed als altijd het geval is bij darmklachten en MCAS/histamine intolerantie), waar komt dan het hoge B6 dan vandaan?

 

E.Coli 0157:H7 en vitamine B6

E.Coli is een bacterie die normaal gesproken geen vitamine B6 of oxaalzuur produceert. Maar, ik heb het nu ook niet over een normale situatie. Er is één soort E.Coli die wel vitamine B6 produceert, dit is de gemuteerde E.Coli stam:  0157:H7.

De soort die je bij voedselvergiftiging ziet.

  • 65% van de infecties ontstaan door vervuilde voeding of water
  • 55% van de infecties ontstaan door rundergehakt of biefstuk wat niet goed gaar is gebakken en niet vers is.
  • 21% van de infecties ontstaan door niet goed gewassen bladgroenten
  • 11% ontstaat door zuivel
  • 6% voor al het andere vlees

Je herkent een infectie aan: geen trek in eten, misselijkheid, winderigheid, chronische vermoeidheid, plotse waterige diarree, bloed in de ontlasting. Je hoeft niet alle klachten te hebben. De klachten kunnen ontstaan tot 10 dagen na de infectie en zijn ook na 10 dagen weer verdwenen.

Ouderen en jonge kinderen lopen meer risico op een uitbraak en er zijn meer infecties tussen juni  en september omdat de dieren in deze periode E.Coli bacteriën dan via hun ontlasting uitscheiden.

 

Deze E.Coli stam produceert extreme hoeveelheden B6 en oxaalzuur. Het is ook deze stam die je vaak vindt als de nieren of bijnieren niet goed meer werken. Zoals bij bijnieruitputting.

E.Coli 0157:H7 is lastig te onderzoeken

Het is moeilijk om een E.Coli mutant te onderzoeken omdat je dit niet in een bloedonderzoek terug ziet, ook niet in ontlasting onderzoek zoals sommige laboratoria zoeken op antilichamen voor shinga type toxinen in ontlasting. Urine onderzoek zou kunnen als deze op kweek gezet wordt of als er een biopt van de blaas genomen wordt. Het zijn ook dezelfde organismen die longziekten veroorzaken en kunnen alleen met een MRI scan of ultrascan worden waargenomen door een goed opgeleide arts die weet waar hij/zij naar moet zoeken.

Verhoogd vitamine B6 als gevolg van deze mutatie tast direct het zenuwstelsel aan. Oxaalzuur bindt calcium en zorgt ervoor dat het calcium uit de oplossing neerslaat en neerslaat in zachte weefsels zoals de borst, schildklier en nieren.

Er zijn dan calciumoxalaatstenen, ofwel nierstenen. 

 

Verhoogd vitamine B6 en verkalking

Dit verklaart waarom er bij een verhoogd vitamine B6 er vaak ook verkalking is. Dit verklaart ook waarom veel mensen met verhoogde vitamine B6, het gehalte blijft stijgen ook al eet je weinig voeding met vitamine B6 en neem je geen supplementen.

Als je een verhoogde vitamine B6 hebt, kijk dan naar pathogene organismen in de darmen die ook oxalaat en vitamine B6 produceren, zoals Aspergillus Niger en wormen. 

 

Interessant is de hygiene theorie. Hierbij gaat men ervan uit dat we als samenleving te schoon zijn geworden zodat we op jonge leeftijd niet met parasieten en wormen in aanraking zijn gekomen. Hierdoor ontstaan er eerder allergie en voedselintoleranties. Er is een therapie die werkt met Helminth wormen/wormeitjes om de darmen te infecteren en zo het immuunsysteem weerstand op te laten bouwen waardoor de klachten afnemen. Ik heb er zelf geen ervaring mee, maar het is naar mijn idee wel een mogelijkheid. Kijk hier voor meer informatie over deze therapie.

 

In 90% van de gevallen zijn pathogene organismen in de darmen de oorzaak van het vitamine B6 en oxalaat probleem. Een andere oorzaak is een heel laag natrium gehalte en heel laag nikkel en kobalt, deze tekorten zorgen voor een verminderde werking van de PTH die normaal gesproken het calcium en fosforgehalte in het bloedplasma reguleert.

 

Wat is alkalinefosfatase (ALP)?

ALP is een enzym in je bloed wat helpt bij de afbraak van proteïnen. Als er teveel of te weinig van dit enzym is, is dit een indicatie voor galstenen, een schildklierziekte, hepatitis of kanker.  Een ALP onderzoek meet de hoeveelheid alkalinefosfatase in het bloed en wordt meestal besteld bij een vermoeden van genoemde ziekten.

 

Hoe ontstaat een tekort aan ALP?

Er zijn verschillende oorzaken: 

  • een verhoogd kopergehalte 
  • de ziekte van Wilson (genetisch hoog kopergehalte)
  • Coeliakie (glutenallergie)
  • PDS (prikkelbare darm syndroom*), ziekte van Crohn of Colitis Ulcerosa
  • Trage schildklier
  • Genetisch jodiumtekort
  • Ondervoeding
  • Pernicieuze anemie (anemie auto immuunziekte)

*ofwel darmklachten door verhoogd histamine/Mastocytaire Enterocolitis

Zoals je ziet speelt de darmgezondheid een grote rol.

 

Hoe verhoog je ALP?

Als er een verlaagd ALP in een bloedonderzoek is gevonden komt dit meestal door tekort aan voedingsstoffen. Het corrigeren van de onderliggende oorzaak van de voedingsstoffen tekorten is dus belangrijk. 

Hierbij worden meestal de volgende supplementen gebruikt: zink, vitamine B en C en schildklierhormonen, bijschildklierhormonen, 

Het is vrij zeldzaam dat een laag ALP genetisch is, het wordt dan hypofosfatemie genoemd.

OORZAKEN tekort ALP:

Zink

Een zinktekort kan voor een tekort aan ALP zorgen. Test of er een tekort aan zink is. Dit kun je met een vloeibare zink test doen of zink in bloed testen. Ik zie in haarmineraal onderzoeken altijd een verhoogd zinkgehalte, dit betekent dat het zink volop wordt gebruikt om het immuunsysteem te ondersteunen en er een tekort aan zink is op cellulair niveau voor andere lichaamssystemen. 

Dr. Pfeiffer adviseert bij B6 suppletie altijd ook zink te gebruiken, hiermee zorg je dat ALP de B6 goed verwerkt.

Een vloeibare zink test is heel simpel: Je koopt Zincatest van Lambert. Neem een beetje in je mond. 

Zo doe je de zink smaaktest:

  1. Neem de zink minstens een uur na voedsel of drinken
  2. Neem een theelepel met 5ml Zincatest, roer dit in 60 ml water en laat onmiddellijk daarna 5ml van het verdunde mengsel in de mond spoelen. Dan doorslikken of uitspugen. (Maak een vers mengsel elke keer dat een test wordt vereist.) 

De smaaksensatie zal één van de volgende zijn:

  1. negatief of laag – smaakt als water
  2. matig negatief of laag – een droge, harige, mineraalachtige of mogelijk zoete smaak ontstaat na enkele seconden
  3. matig positief – duidelijke smaak die steeds sterker wordt
  4. positief – onmiddellijk wordt een sterke, onaangename smaak geproefd. Bij smaaksensatie 1 of 2 doorgaan met het aanbevolen dagelijks gebruik van Zincatest of een ander zinksupplement, totdat smaaksensaties 3 of 4 worden ervaren.

Heb je zinktekort dan kun je Zincatest als supplement gebruiken.

Trage schildklier 

Bloed onderzoek naar een trage schildklier, wat wil zeggen een lage hoeveelheid hormonen. Of geen goede communicatie tussen de schildklier en de hypothalamus kan een oorzaak zijn van lage ALP. Een arts zal je dan waarschijnlijk levothyroxine voor schrijven, schildklierhormonen.  De schildklier is echter afhankelijk van voldoende kalium, en daar zie ik bij mijn cliënten in het haaronderzoek een groot tekort aan. Dus het lijkt mij verstandiger om de mineralenhuishouding te verbeteren. 

 

B12 en foliumzuur

Onderzoek de B-vitaminen in bloed. Een te laag foliumzuur en bloedarmoede door een B12 opnameprobleem kunnen voor laag ALP zorgen. Een te laag vitamine B6 doet dit ook, maar daar is in dit geval nu juist geen sprake. Vul de B-vitaminen aan en als er bloedarmoede is, denk dan aan ijzer of een bloedtransfusie.

 

Vitamine C

Een vitamine C tekort, wat symptomen van scheurbuik geeft is een oorzaak van te laag ALP. Je herkent scheurbuik aan bloedend tandvlees, zwakte en bloedarmoede. Vul vitamine C aan.

 

Te hoog vitamine D

Een te hoog vitamine D gehalte kan ALP verlagen. Dit kan gebeuren door teveel suppletie. Onderzoek de oorzaak van het te hoge vitamine D en vermijd veel calcium in voeding.

De ondergrens is 50, bovengrens 150. Streven naar 90-100 is een gezonde waarde. hoger dan 150 is dus een te hoog vitamine D gehalte.

 

Parathyroïdhormoon (PTH)

Dit zijn bijschildklierhormonen. Als deze hormonen te laag zijn draagt dit bij aan een laag ALP gehalte. Medicatie kan een tekort verhelpen.

Samen met vitamine D en calcitonine reguleert PTH de concentratie van het calcium in het bloed. Door een direct effect op de botten en nieren en een indirect effect op de darm zorgt PTH voor een verhoging van de calciumspiegel. Een te hoog PTH verhoogt calcium in het bloed. Een te laag PTH zorgt dus voor een calciumtekort. Een calciumtekort herken je aan tintelingen (met name aan de handen), spierkrampen, algehele spierzwakte en moeheid.

 

Fosfor

Een fosfortekort in combinatie met laag ALP is een indicatie voor hypofosfatasie. Dit is een genetische zeldzame aandoening waardoor botten snel breken, tanden zwak zijn en er een verhoogd calcium in het bloed is en er beroertes voorkomen. 

 

Dus conclusie: Een te hoog vitamine B6 gehalte in je bloed kan ontstaan door darmproblemen, parasieten, bacterien, wormen. De bijnieren en de schildklier spelen een rol en een tekort aan voedingsstoffen. Zolang je een verhoogde B6 in je bloedonderzoek hebt, kun je op cellulair niveau een tekort hebben. Dit is lastig omdat suppletie niet altijd een goed idee is, dit kan door het toch al hoge B6 in het bloed voor neuropathie zorgen. Aan de andere kant heb je, als je een oxalaatstapeling hebt, veel extra vitamine B6 nodig.

Het belangrijkst is alle onderliggende oorzaken te onderzoeken en aan te pakken. Dit heeft, zoals altijd, tijd nodig, je kunt niet even snel een pilletje slikken. Trek hier een jaar voor uit en werk met een goede behandelaar.

Meer informatie over Oxalaat en vitamine B6 vind je in het e-boek: Ontgiften van oxalaat en Salicylaat.  Te koop in de webshop op deze website.

 

https://www.helminthictherapy.com/

https://www.verywellhealth.com/alkaline-phosphatase-5076137

https://www.livestrong.com/article/502683-how-to-treat-low-alkaline-phosphatase/

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11169525/

http://sedonahealthlabs.com