Auteur: Lisa Goudzwaard

image_pdfimage_print

Genetisch onderzoek

Een genetisch onderzoek kan een goed inzicht geven in de genetische oorzaken van je klachten.

De genen die in een DNA onderzoek worden onderzocht coderen enzymen. Je kunt hiermee zien of bepaalde enzymen normaal of abnormaal werken. Bij een SNP of een mutatie werken ze vaak langzamer, maar soms ook sneller. Dit heeft invloed op de processen in je lichaam. 

Een variant op een gen noemen we een SNP (spreek uit als snip). Is het een zeldzame afwijking, dan spreek je van een mutatie. In dit onderzoek worden SNP’s  besproken. Een gezond iemand hoeft niet perse last te hebben van deze SNP’s. De mogelijke tekorten worden dan op een andere manier opgevangen.

Raakt het lichaam uit balans, door psychisch of lichamelijk trauma, gifstoffen in voeding en leefomgeving, verkeerde onvolwaardige voeding en/of een ongezonde leefstijl, dan kun je doordat de enzymen te langzaam of te snel werken, gezondheidsklachten ontwikkelen.  Door de SNP’s in kaart te brengen kun je zien waar je extra aandacht aan moet besteden om problemen op te lossen. Dit wordt epigenetica genoemd, dit betekent dat je genen kunt beïnvloeden. De werking ligt niet helemaal vast. Genen kunnen door de omstandigheden ‘vervuild’ raken, waardoor je er meer last van hebt. Je kunt je genen ‘schoonmaken’, al zijn er ook genen die waarvan je de werking van bepaalde processen niet kunt veranderen. Zoals bijvoorbeeld de opname en verwerking van vitaminen. 

 

Wat wordt er in een Health DNA onderzoek van iGene onderzocht?

Ik werk met DNA onderzoek van het Nederlandse bedrijf iGene. Hier kun je een algemene gezondheids DNA analyse aanvragen, je krijgt dan meer duidelijkheid over:

(de dikgedrukte woorden zijn punten die ik interessant vind in verband met Mestcel Activatie Syndroom.)

Aandoeningen: Of je een hoger risico voor onder andere de ziekte van Alzheimer, beroerte, verschillende soorten kanker, botontkalking, diabetes, de ziekte van Parkinson en meer. 

Leefstijl adviezen: Je krijgt algemene leefstijladviezen gebaseerd op de bronnen van iGene. (Waar ik het op het gebied van voeding niet helemaal mee eens ben en een leefstijladvies voor  een ieder veel persoonlijker is dan in een algemeen advies kan worden gegeven).

Persoonlijke kenmerken: kaalheid, smaakperceptie, erfelijke fructose intolerantie, je gevoeligheden voor alcohol, pijn, stress en SARS (2003), glutenintolerantie, lactose intolerantie, ijzerstapeling, omzettingssnelheid caffeine, e.a.

Medicijngevoeligheid: Je krijgt een lijst met veelgebruikte medicatie (66 stuks) waarbij aangegeven wordt of je hoe gevoelig je hiervoor bent vanuit genetisch oogpunt. Normale, vertraagde of versnelde afbraak.

Farmaco-profiel: Een lijst met enzymen die je aan je huisarts of apotheker door kunt geven om de juiste dosering van medicatie te bepalen.

Aanvullend genetisch onderzoek

Behandelaars die aangesloten zijn bij iGene kunnen aanvullend onderzoek aanvragen. Bij het Mestcel Activatie Syndroom bied ik deze standaard aan omdat in dit pakket de onderliggende oorzaken van de verhoogde mestcelactivatie worden in beeld worden gebracht. In het aanvullende verslag wat geschreven wordt door Lisa Goudzwaard wordt de uitslag van het genetisch onderzoek uitgelegd aan de hand van het Mestcel Activatie Syndroom, histamine intolerantie en de daaronder liggende oorzaken.

Meest voorkomende onderliggende oorzaken bij het Mestcel Activatie Syndroom:

  • spijsverteringsproblemen
  • sterk verzwakte detoxificatie
  • hormonale onbalans (oestrogeendominantie)
  • verzwakte methylatie
  • verhoogd bloedglucose (insulineresistentie)
  • tekort aan neurotransmitters
  • oxidatieve stress (mede als gevolg van mestceldegranulatie)

Er zijn meer oorzaken, maar deze worden niet in dit verslag besproken. 

Folaat cyclus

MTHFR, MTR, MTHFD1, DHFR

De folaatcyclus is belangrijk voor de methylatie en de productie van BH4, dit is een cofactor voor de neurotransmitters. Één of meerdere mutaties in deze cyclus kan de methylatie verlagen en zorgen voor bloedarmoede als gevolg van een folaat tekort.

Methionine Cyclus

MTRR, BHMT, MAT1A, AHCY (SAHH), PEMT, GNMT

De methionine cyclus is belangrijk voor

  •  de aanmaak van energie (ATP). Hierbij heb je naast methionine ook adenosine nodig. 
  • een gezonde homocysteïnespiegel, een te hoog homocysteïnegehalte is, met name voor vrouwen, ongezond en kan tot hartkwalen zorgen. 

Van homocysteine wordt cysteine gemaakt, hierbij is voldoende vitamine B6 belangrijk. Dit gebeurt met behulp van het transulferatie pad. Zijn er mutaties in dit pad (zie volgend kopje) dan wordt de homocysteine weer terug in methionine omgezet.

Transsulferatie cyclus

Het transsulfuratie pad zorgt voor de omzetting van cysteïne en homocysteïne naar cystathionine. Vitamine B6 is een belangrijke vitamine in dit pad. De CBS en CTH enzymen zijn het belangrijkst. 

Het SUOX enzym zet sulfiet om in sulfaat. Dit vind plaats aan het eind van het transsulferatie pad.

 

Detoxificatie

De ontgifting in de lever verloopt in 3 fasen. 

In het iGene rapport wordt voornamelijk gekeken naar welke mutaties zorgen voor een snellere of langzamere opname en verwerking van medicatie en afbraak van gif- en afvalstoffen.

In Fase 0 worden medicatie opgenomen met behulp van SLC transport eiwitten.

In Fase 1 worden stoffen voorbewerkt om ze makkelijker af te kunnen breken. In het onderzoek wordt er gekeken naar CYP450-enzymen en een aantal belangrijke aanvullende enzymen zoals DPD en PON1.

In Fase 2 wordt medicatie, gifstoffen, lichaamsafval verder afgebroken. Dit gebeurt met behulp van verschillende ontgiftingspaden, je kunt in deze paden zijn SNP varianten hebben. Het is mogelijk dat in alle paden SNP’s zijn, waardoor je moeilijker kan ontgiften. 

  • Glutathion conjugatie : Dit is waarschijnlijk de belangrijkste ontgiftingsroute in het lichaam en 60% van de gifstoffen die in de gal worden uitgescheiden, worden op deze manier uitgescheiden.
  • Glucuronide conjugatie (glucuronidatie):
  • Sulfatie: Als er SNP’s zijn in deze genen wordt oestrogeen minder goed afgebroken en ben je gevoeliger voor oestrogeendominantie.
  • Acetylatie: Bij de ontgiftingsprocessen ontstaan er afvalstoffen (metabolieten) die ook afgevoerd moeten worden. Dit gebeurt met behulp van de acetylatie. Zijn er SNP’s dan kunnen de afvalstoffen minder goed afgevoerd worden.
  • Methylatie: SNP’s in dit proces zorgen o.a. verhoogd histamine gehalte in de cellen (HNMT), voor hoger of lager dopamine gehalte in de hersenen (COMT), BHMT zorgt voor een backup van folaat en daarmee voor voldoende SAM, dit is belangrijk voor de methylatie en energieproductie.  PEMT zorgt voor voldoende choline. Als je een SNP in dit gen hebt heb je in de overgang minder choline. Hierdoor kan de werking van de lever, spieren, alvleesklier aangetast worden.

Is de werking van een enzym verhoogd dan is dit zowel goed als slecht. Door de verhoging werkt de stofwisseling van een gifstof sneller, maar ontstaan er ook meer vrije radicalen. Het kan de effectiviteit van medicijnen verlagen maar ook de sterkte van de werking van medicatie verhogen.  

In Fase 3 worden de afvalstoffen via de huid, gal, de ontlasting en urine uitgescheiden. De enzymen in deze fase zorgen er onder andere voor dat gifstoffen van geneesmiddelen niet gaan stapelen.

Oxidatieve stress

Oxidatieve stress houdt in dat er een onbalans is tussen oxidanten en antioxidanten. Teveel oxidatie kun je zien als roest. Te hoge oxidatie zorgt voor stress, afbraak en ziekte doordat er teveel vrije radicalen zijn. Deze vrij radicalen worden in het lichaam verlaagd door enzymen.

Oestrogeen

In dit onderzoek wordt er gekeken hoe goed oestrogeen kan worden geproduceerd en afgebroken. Als de productie verhoogd is en de afbraak verlaagd is de kans op oestrogeendominantie hoog. Oestrogeendominantie is een van de onderliggende oorzaken van MCAS.

Neurotransmitters/BH4 cyclus

Dit onderzoek is belangrijk om de afbraak van histamine in beeld te brengen.  DAO, MAO-A en MAO-B worden in beeld gebracht. (HNMT wordt bij de methylatie in beeld gebracht).

Daarnaast worden er genen in beeld gebracht voor de BH4 cyclus. Bij een tekort aan BH4 ontstaat er snel mestceldegranulatie, mede doordat histamine en serotonine niet met elkaar in evenwicht zijn en er mogelijk een tekort is aan glutathion en teveel zware metalen.

In de BH4 cyclus wordt ook ammonia geneutraliseerd en stikstofoxide geproduceerd. Dit is belangrijk voor de ureumcyclus en voorkomen van o.a.migraine. BH4 beschermt de zenuwcellen tegen zware metalen en een glutathiontekort.

Er worden genen in beeld gebracht die zorgen voor een  verhoogd of verlaagd aantal neurotransmitters: GABA, Glutamaat, Dopamine, Noradrenaline, Adrenaline, Serotonine, Histamine.

 

Vitaminen

Vitamine A, B6, B11, B12, C, D, E, K

Er wordt gekeken of vitaminen goed kunnen worden verwerkt. Je kunt veel vitaminen via voeding binnenkrijgen maar als deze niet goed gebruikt kunnen worden, moet je hier extra aandacht aan besteden.

 

Informatie over prijzen en het onderzoek zelf vind je HIER.

Overige vragen over iGene op de website iGene.nl

Als je spijsvertering niet goed werkt…

Een grote oorzaak van mestcelactivatie en verhoogd histamine is een verstoorde spijsvertering. Als je problemen met je spijsvertering hebt en je voelt je moe denk je niet meteen aan je alvleesklier. De alvleesklier is het meest bekend om zijn functie bij het stabiliseren van de bloedsuikerspiegel door insuline vrij te geven zodra er iets zoets gegeten wordt.

Maar de alvleesklier doet meer. Een gezonde alvleesklier geeft spijsverteringsenzymen af.  Het kan gebeuren dat dit niet gebeurt. Met allerlei klachten als gevolg, van een rommelende maag, tot chronische vermoeidheid en PDS achtige klachten.

De alvleesklier is een spijsverteringorgaan wat links onder de maag ligt. Het produceert spijsverteringsenzymen en hormonen. Dit artikel gaat over de spijsverteringsenzymen. De  alvleesklier is een uniek orgaan, het produceert enzymen die vetten, eiwitten en koolhydraten afbreken. Die enzymen worden gemaakt in ‘acini’ dit zijn kleine exocriene gedeelten die bedekt zijn met cellen die enzymen via kanaaltjes transporteren naar de dunne darm.

 

De spijsvertering voorafgaand aan de darmen

Je kauwt voedsel en slikt het door. Via de slokdarm komt het dan binnen een paar seconden in de maag. Hier worden de proteïnen afgebroken door maagzuur en door het enzym pepsine. De proteïnen worden afgebroken tot peptiden, dit zijn korte ketens van aminozuren. In de maag worden vetten en koolhydraten nog niet afgebroken. 

Na 4-5 uur verlaat de voeding de maag en komt het in het eerste gedeelte van de dunne darm, de twaalfvingerige darm. Hier speelt de alvleesklier een belangrijke rol. Het laat verschillende vloeistoffen in de twaalfvingerige darm vrij. Als eerste moet het maagzuur worden geneutraliseerd. Daar zorgt bicarbonaat voor wat ook door de alvleesklier wordt vrijgelaten, dit verlaagt heel snel het zuur. Het bicarbonaat en de verlaging van het zuur zorgen ervoor dat de enzymen uit de alvleesklier kunnen functioneren.

 

EPI

Als de alvleesklier niet voldoende enzymen produceert heet dit Exocriene Pancreas Insufficiëntie (EPI). 

De alvleesklier produceert veel enzymen.

Dit zijn trypsine, chymotrypsine en aminopeptidasen om proteïnen te verteren.
Amylase om koolhydraten te verteren.
Lipase voor de vetvertering.
Elastase om bindweefsel en pezen, het wat meer stevige materiaal in vlees, af te breken. 

De alvleesklier produceert de volgende enzymen:

  • Lipase
  • Amylase
  • Elastase
  • Trypsine en chymotrypsine
  • Aminopeptidasen 

De enzymen zijn actief in de 12-vingerige darm, samen het bicarbonaat wat ook door de alvleesklier wordt uitgescheiden. Het bicarbonaat zorgt ervoor dat het zure maagzuur geneutraliseerd wordt zodat de enzymen hun werk kunnen doen.

Als er een tekort is aan deze enzymen zul je moeite hebben om vetten, eiwitten en koolhydraten te verteren. 

Het gevolg van een gebrekkige eiwitvertering is dat er een tekort aan aminozuren kan ontstaan. Totaal zijn er 20 aminozuren nodig om je lichaam goed te laten functioneren. Hiervan zijn er 8 essentieel, dat betekent dat we zo nodig hebben maar ze niet zelf aan kunnen maken en we ze dus met onze voeding binnen moeten zien te krijgen. 

 

De 8 essentiële aminozuren:

  • Isoleucine
  • Leucine
  • Lysine
  • Methionine
  • Phenylalanine
  • Threonine
  • Tryptofaan
  • Valine

Het blijkt dat mensen die niet voldoende spijsverteringsenzymen aan kunnen maken een tekort hebben aan al deze 8 aminozuren. Dit is wat de homeopathische arts Dr.Hans Reijnders ontdekte bij het behandelen van mensen met EPI. Al deze cliënten bleken een tekort aan de 8 aminozuren te hebben.  

Als je niet genoeg spijsverteringsenzymen hebt, kunnen eiwitten niet goed worden afgebroken en in de acht essentiële aminozuren gesplitst worden. Deze acht aminozuren heb je nodig om zelf eiwitten te maken die je nodig hebt het produceren van hormonen, neurotransmitters en allerlei enzymsystemen.

 

Herkennen

Typische klachten van een tekort aan pancreasenzymen zijn:

  • Chronische diarree
  • Gewichtsverlies, moeite om aan te komen en om voedingsstoffen op te nemen, waardoor vetten niet opgenomen worden en deze te hoog zijn in de ontlasting. Je ziet dan drijvende ontlasting, dit noemt men steatorrhea.
  •  Als je al een paar minuten of tot een half uur na het eten een vol gevoel in de bovenbuik krijgt waarbij je soms echt pijn kan hebben in het gebied net boven je maag of net onder de linker ribbenboog. (dit kan ook wijzen op een tekort aan maagzuur)
  • Na het eten zijn de spijsverteringsenzymen meestal hoorbaar en voelbaar door overmatig borrelen en rommelen in de buik waarbij de buik vaak opgezet is.
  • Betreft de ontlasting, deze is vaak afwisselend dun en dan weer geobstipeerd en er kunnen onverteerde resten in zitten.
  • Vermoeidheid, soms zo erg dat je het Chronisch Vermoeidheid Syndroom lijkt te hebben.
  • Spierpijn die er op lijkt continue een grote inspanning te hebben geleverd, alsof je de marathon hebt gelopen, dit is vaak een tekort aan essentiële aminozuren.
  • Men verward EPI nog wel eens met PDS (IBS), het prikkelbare darm syndroom of een spastische darm. 

 

Een tekort aan spijsverteringsenzymen kun je meten met een ontlastingstest. Hierbij wordt Pancreas Elastase gemeten.  Dit enzym wordt in de alvleesklier geproduceerd en bereikt ongeschonden via de 12 vingerige darm, de dikke darm en de ontlasting. Het voordeel van het bepalen van dit enzym is dat je maar één ontlastingmonster nodig hebt. Er zijn ook onderzoeken waar de hoeveelheid chymotrypsine wordt bepaald, maar dit is omslachtiger dan Pancreas Elastase.

 

Gevolgen van EPI

Als de alvleesklier langere tijd geen enzymen kan afgeven lang, kan dit de zenuwen, huid, bloed, botten en hormonale problemen geven. Dit komt doordat als je vetten niet kan verteren en je een tekort aan de vetoplosbare vitaminen A,D,E,K krijgt. Dit zijn essentiële vetten, je kunt niet zonder. Zo wordt zink aan gebonden aan vetten in de voeding. Kun je vetten niet afbreken dan ontstaat er een zinktekort en zink heb je juist nodig voor de stofwisseling van  koolhydraten. Zo kun je geen energie halen uit koolhydraten door een tekort aan enzymen. 

Bij diabetici is dit erg belangrijk omdat zij vaker aan EPI lijden dan werd aangenomen. Daarom is het belangrijk om bij mensen met diabetes Pancreas Elastase te laten bepalen en vooral bij diabetici die niet goed ingesteld zijn, of waar de bloedsuikerwaarden plotseling slechter worden of bij gewichtsverlies.

 

Waardoor werkt de alvleesklier niet goed?

Er zijn verschillende oorzaken:

  1. Coeliakie (gluten allergie)
  2. Terugkerende ontstekingen in de alvleesklier, door bijvoorbeeld te veel en te lang alcoholgebruik
  3. Diabetes type 1 en 2
  4. korte darm syndroom
  5. Een tumor in de alvleesklier
  6. Als gevolg van de ziekte Cystic Fibrosis
  7. Een auto-immuunziekte 

In mijn praktijk komen voornamelijk mensen met voedselintoleranties en allergieën. Je ziet een verminderde maagzuurproductie, overgroei van bacteriën, bijnieruitputting, dichtgeslibde galkanalen. De hormonen oestrogeen, cortisol en/of testosteron die uit balans zijn, als deze factoren kunnen ook EPI veroorzaken. 

Steeds meer mensen krijgen één of meerdere voedselintoleranties of  allergieën als gevolg van stress, verkeerde voeding en milieuvervuiling. Je lichaam reageert heel gevoelig op binnengekomen voeding en produceert veel antistoffen. Het kan gebeuren dat je lichaam niet alleen het binnengekomen voedsel aanvalt, maar ook het lichaam zelf.  

In dit geval produceer je dan antistoffen tegen je alvleesklier waardoor de functies van de alvleesklier langzaam achteruit gaan.

Je ontwikkelt zo een auto-immuunziekte.

Bij een auto-immuunziekte blijkt dat bij 90% van patiënten een of meerdere allergieën heeft die zijn ontstaan door vaccinaties.  Je ziet dan dat patiënten bevattelijker zijn voor infectieziekten.

Het oer- of paleo- of koolhydraatarm dieet schrijf ik vaak voor om het lichaam te herstellen van de grote hoeveelheden suikers die het te verduren heeft gehad. De fout die vaak gemaakt wordt is dat men heel veel eiwitten en vet gaat eten en te weinig groenten. Als je heel weinig koolhydraten binnen krijgt, daalt je insulinegehalte, hierdoor val je af. Maar als je veel eiwitten en vet eet, moet de alvleesklier heel veel extra spijsverteringsenzymen aanmaken. 

Het is dus heel belangrijk om op je groenten inname te letten. Bij een koolhydraatarm dieet adviseer ik  om minimaal 500 gram groenten te eten en liefst meer, 800 gram is beter. 

B12 tekort: ⅔ van de mensen met EPI hebben een B12 tekort omdat proteïnen niet goed kunnen worden afgebroken.

 

Je kunt gelukkig de missende enzymen aanvullen met een supplement

 

Er zijn verschillende vorm van enzymen:

1) “Plantaardige” enzymen –  Deze komen niet van de planten zelf, maar van de schimmel Aspergillus. De enzymen zelf bevatten geen sporen van deze schimmel en zijn dus veilig voor mensen met schimmel, mycotoxinen of gist problemen. Ze functioneren in een heel wijde pH schaal van 2 tot 12 (van erg zuur tot erg basisch) Daarom kunnen ze al in de maag werken en zijn ze erg effectief voor mensen met te weinig maagzuur. Ze werken het beste als je ze voor de maaltijd neemt.

 

2) Dierlijke enzymen – Dit zijn enzymen uit de alvleesklier van een varken. Ze werken niet totdat de maag zich ledigt in de twaalfvingerige darm. Ze kunnen alleen functioneren bij een neutrale pH van 7. Ze worden meestal pancreatine of pancreaslipase genoemd Ze werken het beste als ze aan het eind van de maaltijd worden genomen.

 

3) Op recept uitgeschreven enzymen, via de huisarts – Dit zijn ook enzymen van varkens alvleesklier, maar ze zitten in een speciale capsule waardoor deze niet in de maag oplost. De enzymen kunnen dan in twaalfvingerige darm optimaal werken. Helaas bevat de coating van de capsule ftalaten en polyethyleen glycol, dit kan problemen opleveren. Andere coatings die worden gebruikt zijn talkpoeder, carnauba was, carrageen, methacrylzuur ethylacrylaat copolymeer of polyvinylpyrrolidone (een wateroplosbaar plastic)

 

4) Een vierde groep spijsverteringsenzymen zijn de zogenaamde “brush border” enzymen. Het zijn geen alvleesklier enzymen maar kunnen soms worden toegevoegd aan plantaardige enzymen om de effectiviteit te vergroten. Ze worden normaal gesproken door het lichaam geproduceerd  in het darmslijmvlies, door de cellen die op de topjes van de villi liggen, dit zijn hele kleine haartjes die de voedingsstoffen opnemen. Deze enzymen doen de laatste afbraak van koolhydraten nadat de alvleesklier enzymen hun werk hebben gedaan. Brush border enzymen zijn sucrase, maltase, lactase en glucoamylase. Als je een lekke darm hebt zijn de villi afgestompt en mis je deze enzymen. Dan kun je sucrose, maltose, lactose en zetmeel niet afbreken. Hierdoor ontstaat er gisting en winderigheid. Suikers gaan fermenteren en histamine verhoogt.

 

Welke enzymen moet je gebruiken?

 

Dat is lastig te zeggen.  Als je EPI hebt, probeer dan alles soorten enzymen uit en in verschillende doseringen totdat je dé juiste enzymen en de juiste dosering voor jou hebt gevonden. 

Je merkt dat doordat je diarree stopt, de ontlasting niet meer vet is en voedingsstoffen beter worden opgenomen. De darmwand kan dan herstellen en voedingsstoffen tekorten aangevuld. 

Geef niet op als het eerste enzym wat je hebt geprobeerd je niet heeft geholpen. Het is essentieel om verschillende soorten te proberen tot je de juiste hebt gevonden.

 

Ik gebruik graag:

  • DPPIV (Exendo) omdat DPPIV ook histamine afbreekt. Daarnaast bevat het de histamine verlagende probiotica L.Rhamnosus. Hier kun je meer lezen over DPPIV.
  • DPPIV (Genomicals) bevat een mix met kruiden en Bifidobacterium infantis.
  • Metadigest total (bevat wel sojalecithine)
  • Enzymedica Gold. Deze bevat naar mijn idee de beste mix en bovendien ook xylanase, dit enzym helpt salicylaten en glyfosaat af te breken. 
  • No–fenol (Houston enzymes) is een heel hoog gedoseerde xylanase en cerecalase.  Dit product helpt de polyfenolen in groenten en fruit te verteren en is heel goed bij salicylaatproblemen.  Salicylaat breekt dan het enzym af wat polyfenolen verwerkt. (*)

 

Aminozuren supplement:

Daarnaast is het belangrijk om de aminozuren aan te vullen met een aminozuursupplement zoals bijvoorbeeld Amino Acid- complex van Orthica.

 

 

Met alleen enzympreparaten herstel je niet de oorzaak

Om de alvleesklier goed te kunnen laten functioneren zodat het weer voldoende enzymen aanmaakt, dienen onderliggende verstoringen aangepakt te worden.

Voedselintoleranties moeten worden onderzocht, vooral gluten. De spijsvertering moet worden hersteld (maagzuur, darmflora, darmwand), de lever ondersteund. 

En natuurlijk moet er gekeken worden naar de oorzaken van deze problemen. Stress en trauma speelt hierin een belangrijke rol.

De homeopaat Dr. Hans Reijnders behandelt mensen met lanthaniden, dit zijn scheikundige elementen. Bij auto-immuunziekten worden hier goede resultaten mee behaald. Het is ook interessant om het vanuit deze hoek te bekijken.

Als laatste wil ik nog vermelden dat als je eiwitten niet goed kunt verteren en enzymen niet helpen, dit kan ontstaan door een vegetarisch of veganistisch dieet waardoor je te weinig taurine binnenkrijgt, hierdoor kun je koper niet ontgiften en kun je eiwitten maar moeilijk verteren. Men noemt mensen die vegetarisch eten omdat ze een weerstand voelen om vlees te eten ook wel “verplichte vegetariers”. Hun lichaam kan de eiwitten niet goed afbreken. Het is dan zaak om taurine aan te vullen en koper te ontgiften.

Lees hier meer over in het e-book Koper ontgiften.

 

 

http://www.menssana.nu/pages/nl/publicaties/ziektebeelden/exocriene-pancreas-insufficientie-epi.php

.https://www.homeopathie-utrecht.nl/homeopathy/auto-immuunziekten-en-lanthaniden

https://thamarconsult.nl/test/orgaan/alvleesklier-functie/

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33515954/

https://www.houston-enzymes.com/enzymes/no-fenol/#HN003-S90

https://hmmpdx.com/hive-mind-blog/exocrine-pancreatic-insufficiency-when-digestion-fails

 

Boekreview: Help, mijn mestcellen zijn van slag!

Afgelopen week kwam er een boek uit over MCAS: “Help mijn mestcellen zijn van slag!”,

geschreven door Gonnie van de Lang, een therapeute werkend vanuit de Chinese Traditionele Geneeskunde en een achtergrond als verpleegkundige. Ik was natuurlijk reuze nieuwsgierig, las het boek in één ruk uit en was blij verrast! 

Wat fijn dat er nu een Nederlandstalig boek is waarin wordt uitgelegd wat MCAS is en wat het verschil en de overeenkomsten zijn met histamine intolerantie. Het boek is heel helder van opzet en geschreven in een prettige persoonlijke stijl waardoor je, zeker als patiënt, jezelf met de schrijver kan identificeren. Gonnie schrijft vanuit haar eigen ervaring als MCAS patiënt. Ze beschrijft haar zeer herkenbare zoektocht en de lange lijst met symptomen die steeds uitgebreider wordt. Er zijn nog niet zoveel boeken over MCAS, in het Nederlands is dit de eerste.

 

Het boek bestaat uit drie delen, in het eerste deel wordt vanuit medisch oogpunt beschreven wat MCAS is zonder dat er technische vaktaal wordt gebruikt. Het is echt heel toegankelijk en interessant voor zowel patiënten en zorgverleners. Na de uitgebreide medische uitleg volgt de holistische visie waarbij de drie pijlers beweging,voeding en innerlijk geluk de basis zijn. Er wordt gekeken naar alle facetten van de mestcelactivatie, de lichamelijke én de mentale kant. 

Vervolgens worden er vele handvatten en gereedschappen aangereikt waarmee je zelf aan de slag kunt gaan om jouw aandoening in kaart te brengen. Hoe zoek je naar de juiste behandelaar voor jou? Hoe kun je stapje voor stapje je leven zo inrichten dat kun beginnen met herstellen, zonder stress? Vervolgens wordt de voedingsleer voor MCAS uitgelegd en hoe je de MCAS triggers in je leven kunt herkennen en vermijden. Alle facetten waar je als patiënt mee te maken krijgt, worden behandeld. 

Het laatste deel van boek bestaat uit oefeningen die je helpen ontspannen en de lichaamssappen laten stromen zodat je beter kunt ontgiften. In de bijlage vind je nog handige lijsten met voedingsmiddelen en adressen en literatuur om verder te lezen, mocht je daar behoefte aan hebben. 

Wat is het boek niet? Het boek geeft de basis informatie waar de patiënt behoefte aan heeft en waar behandelaars die nog niet bekend zijn met deze aandoening zeker veel aan zullen hebben, maar het boek beschrijft niet alle fysische mechanismen, wel een deel, en dus zul je waarschijnlijk als je de richtlijnen in dit boek opvolgt best redelijk ver komen, maar zul je nog altijd een goede kundige behandelaar en/of arts nodig hebben om een persoonlijk plan voor jou op te stellen. Is dit erg? Nee, helemaal niet. Ik denk dat het juist goed is dat het geen technisch boek is wat alleen medisch opgeleide mensen zouden kunnen begrijpen.  Het is bovendien belangrijk dat je als patiënt goed begeleidt wordt, zo kun je altijd op iemand terugvallen, overleggen en steun vragen. 

MCAS heeft nog niet veel bekendheid en histamine intolerantie wel wat meer, en veel mensen met heel uitlopende klachten komen er nu achter dat histamine de klachten bij hen veroorzaakt. Misschien denk jij, net zoals ik tot vijf jaar terug, dat je  histamine intolerantie hebt, maar lees dit boek, want ik denk persoonlijk dat het in de meeste gevallen om MCAS gaat.

Voor iedereen die nog twijfelt, voor iedereen die niet twijfelt maar meer informatie wil over de aandoening en wat er allemaal bij het pad naar herstel komt kijken: Lees vooral het boek. Heb je een behandelaar die niet weet waar je het over hebt: Wijs haar/hem op dit boek. 

Te koop op www.vandelang.nl

 

 

Ben je moe? Zwarte radijs helpt!

De zwarte radijs, in Nederland beter bekend als rammenas is een beetje een vreemde eend in de bijt. Zoals de naam zegt is het familie van de radijs, dus pittig. Wat deze zwarte radijs bijzonder maakt zijn de bitterstoffen. Het is supergezond, artsen bevelen het aan. De bittere stoffen hebben een ontgiftend effect wat helpt bij verkoudheid, en gifstoffen in het lichaam. Als je lever niet goed kan ontgiften kun je moe worden en talloze klachten krijgen, zoals een over reactief immuunsysteem waardoor je pseudo-allergien krijgt, wat we dus tegenwoordig histamine intolerantie noemen.

Zwarte radijs bevat zwavel, de lever te ontgiften en breekt biofilm af waardoor je pathogene organismen in de darm makkelijker kunt verwijderen. Het betekent ook dat als je veel zwarte radijs eet, je een Herxheimer/die-off/ontgiftingsverschijnselen kunt ervaren. Voor de een is dit mild, maar als je heel veel gifstoffen in je lichaam hebt en je hebt MCAS of MCS, kan dit sterker zijn. Het beste is om elke dag een stukje van ongeveer 3×3 cm te eten.

En waar is rammenas/ zwarte radijs allemaal goed voor?

  • ontstekingswerend, infectieverlagend
  • antibacterieel tegen de staphylococcus-aureus bacterie
  • gezonde spijsvertering
  • balanceren van de schildklierhormonen
  • leverontgifting
  • het werkt ontspannend voor de gal
  • helpt door ontgifting van de lever bij migraine die ontstaat door lever problemen
  • bevorderd afscheiding van maagsappen
  • helpt tegen winderigheid

Wat is zwarte radijs?

Het is in ieder geval geen nieuwe groente, eerder een vergeten groenten. Vanaf de 15e  eeuw was het best populair, het was gezond, dreef gal af en het was goedkoop. Men at het veel, ook op brood, net zoals we nu radijsjes op brood eten.

In Nederland kennen we de zwarte radijs ook wel als rammenas. Het is echt een aanrader. De rammenas is lid van de kruisbloemigenfamilie, net als bloemkool en broccoli en het is van alle radijssoorten het meest gezond. De rammenas is vooral goed voor de lever en galblaas. Dus als je last hebt van je lever of galblaas, als je poep niet zo bruin is als je zou willen (maar eerder lichtbruin of gelig), dan heeft je galblaas het zwaar. Het eten van kool en dan vooral rammenas zal dan je lever en galblaas ondersteunen.

4500 jaar terug gebruikten de Egyptenaren het al als geneeskunde plant en nog steeds wordt het in de fytotherapie gebruikt voor de lever en galblaas. Deze knol bevat dan ook heel veel voedingsstoffen:

  • vitaminen: B1, B2, B3, B5, B6, folaat en C
  • mineralen: calcium ,magnesium. fosfor, ijzer, mangaan, chroom, selenium, silicium, boron, koper, zink, natrium, kalium en zwavel
  • 17 soorten aminozuren (bouwstenen voor eiwitten)

Ik hou helemaal niet van bitter, wat nu?

Alles waarvan je denkt: “Vind ik echt niet zo lekker” (meestal bittere groenten), kun je lekker maken met de Turkse keuken. Echt! Het vernuft van de Turkse keuken is het mengen van de frisse, met de pittige en de zoete smaken met gebruik van voornamelijk verse ingrediënten.

Hoe bereid je rammenas/zwarte radijs?

Je kunt ze natuurlijk net als radijsjes rauw eten of je kunt ze met een beetje vet smoren. Ik smoor het graag in eendenvet. Waarom eendenvet denk je misschien? Omdat het een gezond dierlijk vet is, het stolt niet, net als ganzenvet en is een fijne vervanger voor boter of reuzel. Je kunt natuurlijk ook ander vet gebruiken.

Je kunt het net als radijs rauw of gekookt eten. Als je het kookt verandert de smaak van pittig naar zoet. Net zoals uien. Als je het rauw eet, werkt het sterker dan gekookt.

Ik gebruik de zwarte radijs in de zomer graag rauw, in de winter gekookt. Het weer geeft aan wat je lichaam nodig heeft. Heb je darmklachten, dan is gekookte voeding altijd beter.

Je kunt de rammenas raspen of in kleine blokjes snijden en mengen met andere ingrediënten in een salade. De smaak gaat goed samen met bieslook, lente-ui, kervel, zeezout en peterselie aan de ene kant en met appel, granaatappel en citroen aan de andere kant. De zure smaak van citroen kun je vervangen door de granaatappel maar ook door citroengras, hibiscus of sumac. Deze laatste twee kun je vaak in Turkse of Marokkaanse winkels vinden. Van hibiscus kun je een sterke thee trekken en sumac kun je over het gerecht strooien.

Als je de smaak wat minder sterk wil maken, want ze kunnen erg pittig zijn, kun je ze snijden of raspen, op zout zetten, 10 minuten laten staan en afspoelen. Net zoals je doet met courgette en aubergine.

Je kunt een rammenas 2 weken in de koelkast bewaren als je het groen eraf haalt.

Histamine arme salade van zwarte radijs met granaatappel

Schil de zwarte radijs, snijd er een kwart stuk af (ongeveer 50 gram) en rasp het fijn. Voeg er een kwart granaatappel bij.

Omdat de meeste mensen met histamine klachten of MCAS ook darmklachten hebben, kun je de zwarte radijs het beste even een 4-5 minuutjes smoren in eenden- of ganzenvet tot de radijs slap en zacht wordt.

Om de sterke smaak van de zwarte radijs in balans te brengen kun je er flink wat zout op doen. Andere sterke smaken werken ook goed, zoals sesamolie of tahin, alleen wordt dat voor veel mensen met histamine klachten niet goed getolereerd, dus luister naar je lichaam.

Is rammenas niet wat suf?

Nee, natuurlijk niet, het is voer voor bouwvakkers! De Egyptenaren gaven rammenas met ui en knoflook aan de bouwers van de pyramiden.

Dus doe er je voordeel mee, heb je het fysiek zwaar door werk of sport of heb je ondersteuning nodig voor je gezondheid? Eet dan elke dag een beetje rammenas. Al is het maar een eetlepel.

Vond je dit artikel nuttig? Deel het  dit artikel dan gerust.

Meer kook inspiratie en minstens 80 recepten vind je in het e-boek Histamine Arm Koken. Bestel hem hier.

Glycoproteinen en Lectinen, goed of slecht?

Als suiker vochtig wordt of als het smelt wordt het plakkerig. Dit is handig want zo kun je het als lijm gebruiken. In je lichaam wordt suiker ook op deze manier gebruikt. Dit heeft voordelen maar ook nadelen. In je lichaam heb je glycoproteinen, waarbij ‘glyco’ het suiker aan geeft en ‘proteine’ het eiwit. Deze met suiker gekoppelde eiwitten bouwen slijm in je organen en helpt zo mee je lichaam tegen indringers te weren.

In je darmen vormen glycoproteinen een biofilm, de glycocalix. Deze biofilm bestaat voor 90% uit glycoproteinen en vocht en 10% uit bacterien.

De samenstelling van deze 10% kan erg varieren omdat er goede en slechte bacterien zijn en er daarnaast parasieten en schimmels zich vastzetten in de biofilm waardoor je deze niet kunt bestrijden. De goede bacterien sterven dan af.

Bij de clienten waarbij ik de ontlasting heb onderzocht op darmbacterien, had op een enkeling na, iedereen een groot tekort aan lactobacillen, bifidobacterien, enterococcus en bacteroides. Dit tekort zorgt voor een darmdysbiose, de darmflora is uit balans, hierdoor kan er een tekort aan voedingsstoffen ontstaan waardoor diamine oxidase, het enzym wat histamine in de darmen afbreekt, niet geproduceerd en niet geactiveerd worden. Het is dus belangrijk om een gezonde biofilm te hebben.

De biofilm kan naast de pathogene organismen zoals hierboven vermeldt, ook zware metalen bevatten. Als je veel darmklachten en voedselintoleranties hebt is het daarom belangrijk om de biofilm af te breken en opnieuw op te bouwen. Hoe meer glyocotproteinen je eet, hoe moeilijker het is om de huidige biofilm af te breken.

Let dus op de inname van glycoproteinen.

Er zijn drie manieren waarop glycoproteinen gevormd kunnen worden:

1. Darmbacterie B.A. produceert lectinen

In de darmen is er ook een bacterie die lectinen produceert, de Burkholderia ambifaria, dit is een proteo-bacterie die ontstekingen veroorzaakt bij mensen met een zwak immuunsysteem. De bacterie komt voor in de aarde, water, rhizosferen(bacteriën en schimmels die rond de wortels van planten leven), bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem en op industriële producten.

De Escherichia coli bacterie kan zich ook aan de cellen in de darmwand hechten omdat de lectinen op de oppervlakte van de E.Coli de oligosachariden op de cellen herkennen van de darmwand. Deze lectinen bevinden zich op slanke haarachtige aanhangsels genaamd fimbriae (pili).

Lectinen veroorzaken allergische reacties bij verzwakt immuunsysteem

Men zag bij een onderzoek bij muizen dat toegediende lectinen in zeven dagen waren afgebroken, maar bij muizen met een verzwakt immuunsysteem gingen na een langere periode toediening de witte bloedcellen dood.

De lectinen die deze bacterien produceren kunnen zich binden aan een proteine aan de oppervlakte van B-cellen (de B-cel antigeen receptor(BCR)), B-cellen zijn witte bloedcellen. DE BCR draagt ook meerdere koolhydraat residuen in zich en kan zich hiermee aan antigenen binden, dit kunnen ook pathogene (ziekmakende) stoffen zijn. De B-cellen worden hierdoor geactiveerd waardoor er antigenen worden geproduceerd. Antigenen zijn bijvoorbeeld IgE, IgM en IgD. Deze immuunglobulinen ken je waarschijnlijk van allergische en intolerantie reacties. Zo kunnen lectinen voor allergische reacties zorgen als het immuunsysteem verzwakt is.

https://www.sciencedaily.com/releases/2019/03/190306110626.htm

2. Planten met lectinen

Veel planten hebben lectinen, vooral peulvruchten, granen, nachtschaden en plantaardige olien. Lectinen zijn de afweerstoffen in planten. Het zijn bindende moleculen, ze kunnen zich met behulp van de suikers aan oppervlakten vastplakken.

3. Voedingscombinaties die glycoproteinen creeren

Lectinen zijn glycoproteinen. Deze glycoproteinen kun je ook zelf creeren door voedingsmiddelen te combineren. Als je eiwitten met suikers mengt, maak je zelf glycoproteinen. Als je darmklachten hebt en je wilt je bestaande biofilm vol met slechte organismen afbreken om een nieuwe gezonde op te bouwen, is het belangrijk om eiwitten niet met suikers/zetmeel of fruit te combineren.

Bijvoorbeeld:

  • yoghurt met fruit
  • roomijs
  • kip met pompoen, kip met ananas
  • bruine bonen met gebakken banaan

Ook meel van noten en zaden (dit zijn ook eiwitten) waar je koolhydraatarme muffins, en pannenkoekjes van maakt, gezoet met honing en gedroogd fruit, vormen veel glycoproteine. Dus als je spijsverteringsproblemen hebt dien je dit te vermijden. Wil je pannenkoekjes maken van amandelmeel, beleg deze dan met groene groenten of een ander eiwit en niet met fruit.

Als er veel glycoproteine op de darm zit kan dit ervoor zorgen dat voedingsstoffen niet de darmwand bereiken en voedingsstoffen niet opgenomen kunnen worden. Zelfs niet als je een gezond dieet volgt.

Glycoproteine, plantaardig eten en diarree

Als er veel glycoproteine op de darm zit kan dit ervoor zorgen dat voedingsstoffen niet de darmwand bereiken en voedingsstoffen niet opgenomen kunnen worden. Zelfs niet als je een gezond dieet volgt. De biofilm is dan te dik om voedingsstoffen door te laten. Ook vocht kan niet goed opgenomen worden. Hierdoor kan een tekort aan voedingsstoffen en vocht ontstaan, je merkt dit door dunne ontlasting of diarree. 

Je hoort regelmatig dan mensen die plantaardig gaan eten, en dus veel peulvruchten en granen gaan eten als eiwitbron, diarree krijgen. Men zegt dan dat je darmen even moeten wennen omdat de bacteriesamenstelling moet veranderen. Maar als je een biofilm hebt met pathogene stoffen, zullen de lectinen de toestand alleen maar verergeren. Aangezien lectinen glycoproteinen zijn hechten ze zich aan de darmwand met alle gevolgen van dien. 

Lectinen en lekke darm

Lectinen kunnen zelfs een lekke darm veroorzaken doordat ze door de darmwand heen willen dringen, ze geven, als ze eenmaal vastzitten in de biofilm signalen aan de darmwandcellen dat de deur open moet. Er wordt nu zonuline geproduceerd; zie de darmwandcellen als bakstenen in een muur en specie als de Tight Junctions die normaal gesproken goed dicht zitten en alleen goede stoffen doorlaten. Zonuline opent deze Tight Junctions onder invloed van lectinen. Om een lekke darm te verhelpen is het belangrijk de biofilm weer gezond te maken en lectinen en de vorming van glycoproteinen te vermijden.

De goede eigenschappen van glycoproteinen

Immuniteit

Witte bloedcellen rollen door je bloedvaten op zoek naar indringers. Ze kunnen zich aan een bloedvat hechten met behulp van lectinen.

Glycoproteinen zijn ook belangrijk voor rode bloedcellen. Een bloedtype verwijst naar het soort glycoproteine in onze rode bloedcellen. Heb je bloedgroep A dan heb je A antigenen of A glycoproteinen op je rode bloedcellen. Dit helpt je lichaam je eigen bloed te herkennen zodat dit niet aangevallen wordt door je eigen immuunsysteem.

Glycoproteinen stimuleren ook coagulatie proces van plateletten om bloed te laten stollen als je je snijd. Bij mensen die deze proteinen missen, stolt het bloed niet, zij hebben een hemofilie, een ziekte waarbij een snee blijft bloeden, waardoor je zelfs dood kunt gaan.

Weetje: Wist je dat als je je snijd, je suiker op je wond kunt doen, dit helpt het bloed sneller te stollen waardoor je minder bloed verliest.

Bescherming

Veel organen in je lichaam scheiden slijm uit. Je maag, darmen en luchtwegen zijn bedekt met een slijmlaag. De cellen die deze slijmlaag vormen scheiden glycoproteinen uit. De suikers gemengd met water zorgen voor een soepele slijmlaag. In je maag beschermt dit slijm je tegen het maagzuur die anders veel schade aan zou richten. In de longen vangt de slijmlaag bacterien zodat de longen schoon en gezond blijven.

Cadherines zijn glycoproteinen die de huid gezond houden. De oppervlakte van huidcellen, de eptiheelcellen, zijn bedekt met deze glycoproteinen. Ze helpen de huidcellen aan elkaar te verbinden om zo een barriere te vormen en je lichaam te beschermen tegen wind, zon, kou en chemische stoffen.

Peulvruchten en granen op de juiste manier bereiden om lectinen te verminderen.

https://www.news-medical.net/health/What-is-a-Glycoprotein.aspx


Serotonine en Histamine

Hoe komt het toch dat de meeste mensen met histamine intolerantie ook hooggevoelig zijn en een lage pijndrempel hebben. 

Waarom komen prikkels als geluid en licht zo hard binnen? En waarom zijn het voornamelijk vrouwen?

 

Het antwoord is: hormonen. Histamine is net als serotonine een neurotransmitter. Het geeft in de hersenen signalen door. Hier is het mede verantwoordelijk voor de slaapcyclus, samen met melatonine en cortisol.

Serotonine is een neurotransmitter en geeft je een tevreden rustig gevoel en heeft invloed op het geheugen, stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust en pijnprikkels. Ook hoogsensitiviteit wordt in verband gebracht met een laag serotonine gehalte.

Elain Aron, de grondlegster van het begrip HSP(high sensitive person) denkt dat het serotonine gehalte van mensen met HSP sneller opraakt dan bij mensen zonder HSP. Hierdoor kunnen angst, depressie, irritatie maar ook gewelddadig gedrag ontstaan. Bij histamine intolerantie zie je ook angst en depressie.

 

Opvoeding, liefde, zelfzorg en serotonine

Ook zouden mensen met een chronisch laag serotonine gehalte in hun jeugd niet goed geleerd hebben om stress en hun gemoed hanteren. Als kinderen in hun jeugd te weinig, of niet geknuffeld worden, je niet troostte als je verdrietig was, leer je dat ook niet voor jezelf te doen. Doordat er in de vroege jeugd geen hulp was kun je dan in je volwassen leven snel overweldigd worden door emoties, je kunt emoties binnenhouden waardoor depressies, angst of schaamte ontstaat, of ze juist naar buiten brengen in de vorm van boosheid, veeleisendheid en zelfdestructie. Hierdoor ontstaat er afkeuring van de buitenwereld en ontwikkel je een laag zelfbeeld met alle gevolgen van dien. 

Vrouwen hebben hier vaker last van dan mannen omdat mannen over het algemeen een hoger serotoninegehalte hebben, want testosteron verhoogt serotonine: hoe hoger het testosterongehalte, hoe hoger het serotoninegehalte.

 

Het verband tussen histamine, serotonine en ADHD

Als een kind met een erfelijke gevoeligheid voor biogene aminen geboren wordt, kan het histamine gehalte in de hersenen maar ook in de rest van het lichaam van kinds af al verhoogd zijn. Volgens de DAO Deficiency website zou 80% van de kinderen met ADHD een tekort aan diamine oxidase hebben, het enzym wat histamine afbreekt.

Bij ADHD zijn er vaak voedselintoleranties, exorfinen, morfine achtige stoffen in zuivel, tarwe, soja en spinazie kunnen rol spelen, net zoals een overgevoeligheid voor e-nummers. Bij een tekort aan DAO ontstaat er een te hoog histamine gehalte, dit kan in de hersenen zorgen voor veel onrust en hyperactiviteit omdat histamine een prikkelende neurotransmitter is: Je staat altijd ‘aan’ .

Niet alleen verlaagd histamine het serotonine gehalte, als het kind ook nog eens te weinig positieve aandacht krijgt, is het dubbel belast en zal het serotonine gehalte erg laag zijn waardoor er veel gevoeligheden ontstaan en angsten en depressie zich kunnen ontwikkelen.

Als je een hoog histamine gehalte in de hersenen hebt door een genetische mutatie is er vaak een tekort aan serotonine of een te lage activiteit van serotonine, dit wordt veroorzaakt door te hoge aantallen van het enzym die neurotransmitters opnemen: de serotonine reuptake transporter(SERT). Het enzym zou je kunnen verlagen door de methylatie te verbeteren. Zo kan serotonine beter werken.

Wil je de serotonine en histamine in balans brengen verbeter dan de methylatieHIER kun je meer lezen over wat methylatie is en waarom het belangrijk is dat het goed werkt.

Deze website is niet overladen met advertenties. Wat voor jou als lezer natuurlijk erg prettig is. Voor de maker van deze website betekent dit dat er geen inkomsten binnenkomen voor de tijd en arbeid die in de website wordt gestoken. Daarom is het mogelijk om het werk te ondersteunen met een donatie.

[doneren_met_mollie]

Wat is Th1 en Th2

Als je iets leest over allergie, mestcelactivatie of auto-immuunziekten, lees je vast ook over het immuunsysteem en dat de Th1 en T2 cellen uit balans zijn. 

Maar wat betekent het? En waarom is het belangrijk?

We weten bijvoorbeeld dat scuttelaria de balans van Th1 en Th2 positief beinvloed en dat dit goed is om allergische en mestcel reactie te verlagen.

Om te begrijpen waarom dit belangrijk is en hoe het werkt beginnen we bij het begin.

Th1 en Th2 zijn T-helpercellen. Deze cellen produceren cytokinen, dit zin eiwitten met een signaalfunctie die o.a. receptoren activeren. Th1 en Th2 hebben elk hun eigen taken. Als deze twee in balans zijn, is er niets aan de hand en heb je een goede immuniteit. 

Bij de geboorte zijn Th2 cellen actiever dan Th1 cellen.

 

De functie van Th1 cytokinen

Th1 vecht tegen virussen, kanker en  intracellulaire bacterien.(*)

De Th1 cytokinen komen vrij als reactie op virussen, bacteriën en de meeste ééncellige darmparasieten. Dit deel van het immuunsysteem ontwikkelt zich door infectieziekten door te maken.

Dus kinderziekten als difterie, kinkhoest, tetanus,polio, hepatitis B, bof, mazelen. Als je je hier tegen vaccineert, wat we en masse doen, wordt het Th1 immuunsysteem niet genoeg gestimuleerd. Hierdoor kun je op latere leeftijd problemen krijgen met je immuunsysteem. 

Als de Th1 zich niet voldoende heeft kunnen ontwikkelen, zoals bij velen onder ons, zal Th2 de overhand nemen en kunnen er allergiëen ontstaan.

 

De functie van Th2 cytokinen

Th2 vecht tegen extracellulaire bacteriën en parasieten en is ook verantwoordelijk voor allergische reacties. (*)

De Th2 cytokinen zorgen voor groei, herstel en reparatie van wonden. Dit doen ze door de mestcellen te prikkelen om histamine vrij te laten. Hierdoor krijg je de rode vlekken, diarree, jeuk en niesbuien. Th2 cytokinen reageren ook op de darmparasiet Giardia Lamblia en wormen.

Heb je histamine intolerantie, MCAS of allergiën, dan is je Th2 immuunsysteem overactief.

De toename van Th2 cytokinen en afname van Th1 cytokinen wordt veroorzaakt door cortisol. Cortisol komt vrij bij stress. Zo zorgt stress voor een verschuiving van het immuunsysteem.

Alle soorten stress, of dit nu psychisch, fysiek of door een infectie komt, geven dezelfde activatie van de HPA-axis. (Hypothalamic-Pituitary-Adrenal (HPA) Axis, ofwel hypothalamus-hypofyse-bijnier as, deze reguleert stress en de lichaamsenergie).

Door deze stimulatie verhoogt het cortisolgehalte in het bloed. Tijdens een infectie verschuift het Th1 systeem dan naar Th2, dit zou overactivatie van ontstekingsrespons voorkomen en deze verschuiving werkt dus zo al een bescherming.(*)

Maar bij psychologische en fysieke stress, zal de verschuiving naar het Th2 respons ervoor zorgen dat virale infectie veel minder goed worden bestreden en wordt je gevoeliger voor allergiën.

Als het Th1 systeem kortdurend wordt onderdrukt is dat niet erg, het geeft het immuunsysteem meer energie om de vecht/vlucht respons te kanaliseren.

Als Th1 langdurig naar Th2 verschoven is en daar blijft, dan is de immuunrespons lager dan normaal.

Je kunt nu een auto-immuunziekte ontwikkelen. Er zijn meer dan 100 auto-immuunziekten[*], de meest bekende zijn:

  • Coeliakie
  • chronische urticaria(*)
  • de ziekte van Crohn
  • Colitis Ulcerosa
  • Diabetes type 1
  • vitiligo
  • de ziekte van Graves
  • PDS, prikkelbare darm syndroom
  • MS, multiple sclerose
  • psoriasis
  • reumatoide artritis
  • systemische lupus erythematosus
  • alopecia
  • e.a.

Een auto-immuun ziekte ontwikkelt zich door een abnormale immuunreactie in het lichaam, dit gebeurt als de Th1 en Th2 en de chemische boodschappers uit balans zijn.

Bij mensen met een auto-immuun dysfunctie is er meestal een van de twee groepen Th cellen dominantie. De Th1 of de Th2. 

Een auto-immuunziekte kan getriggerd worden door gluten, zuivel, lekke darm, infectie, chronische stress en een vitamine D tekort. Een vitamine D tekort kan een auto-immuunziekte triggeren doordat het een belangrijke manipulator is in de immuunrespons.

Als je een tekort hebt, lager dan 30 ng/ml in het bloed, wordt dit in verband gebracht met vatbaarheid voor infecties en auto-immuniteit.

 

Mestcellen en auto-immuunziekten

In een onderzoek uit 2015 waarbij er gekeken werd naar de rol van mestcellen bij auto-immuunziekten als rheumatoïde artritis en multiple sclerose zag men dat mestcellen met T en B lymfocyten samen kunnen werken om de activatie en migratie door cell-cell interactie tussen mestcellen en andere cellen te versterken [*].

Chronische urticaria wordt nu gezien als een auto-immuunziekte waarbij de mestcellen in de huid overreageren. Maar ook bij diabetes type 1 zijn de mestcellen in de alvleesklier overactief waardoor er ontstekingen ontstaan.

Vitamine D bij auto-immuunziekte

Veel weefsels in het lichaam, zoals de hersenen, darmen, borst, alvleesklier, beenmerg, skeletspieren en immuun cellen hebben een vitamine D receptor. Deze receptor is verantwoordelijk om vitamine D te herkennen. Met andere woorden, deze receptor moet door vitamine D geactiveerd worden. Is het eenmaal geactiveerd dan vormt het een complex wat naar de nucleus en de DNA in de cellen gestuurd wordt. Hier in de cellen worden bepaalde genen aangezet om proteinen te produceren met verschillende functies in het lichaam.

Vitamin D maakt je immuunsysteem sterker terwijl het tegelijkertijd het deel van het immuunsysteem reguleert dat bij auto-immuniteit betrokken is. Je zit natuurlijk niet wachten op een auto-immuunreactie. Dus wat doet vitamine D, het reguleert Th1 en Th2 cellen. 

Als er een tekort aan vitamine D is, kunnen de Th1 en Th2 cellen je eigen cellen aan gaan vallen en een auto-immuunreactie veroorzaken. Het is geen toeval dat men bij patienten met Hashimoto, MS, reumatische artritis, diabetes, PDS, de ziekte van Sjogren en systemische lupus vaak een te laag vitamine D gehalte aantreft.

Als je een van deze ziekten hebt, laat je vitamine D gehalte dan controleren. Een gehalte van 30ng/ml of lager wordt nu in verband gebracht met een hoog risico op et ontwikkelen van een auto-immuunziekte. Je kunt ook niet herstellen zolang de vitamine D zo laag is.

Is je vitamine D inderdaad laag, probeer deze dan met behulp van supplementen te verhogen naar 60-90 ng/dl. De referentie die de huisarts aanhoudt is 50 ng/dl, maar om te herstellen heb je meer nodig. Anders kun je je immuunsysteem niet normaliseren, vooral bij Th1 dominantie aandoeningen.

 

Hoe krijg je je Vitamine D zo hoog?

  • Vermijd in ieder geval alle voeding met gluten en alle zuivel. Ook als je denkt dat  zuivel op dit moment geen probleem vormt. De proteinen in deze producten kunnen het Th1 en Th2 te veel activeren.
  • Ga meer de zon in.
  • Eet veel producten met een hoog vitamine D3 gehalte: Zalm sardientjes, levertraan, garnalen eieren.
  • Neem een supplement met vitamine D3

Als je vitamine D gehalte te laag is, begin dan met 4000-5000 IU D3 per dag. Kinderen 2000 IU. Als je dit twee maanden hebt gedaan, laat je je vitamine D gehalte testen. Als het dan nog onder de 60ng/ml is, verhoog je inname dan met nog een 2000 IU en test na twee maanden weer. Net zolang tot je tussen de 60ng/ml is. 

Vitamine D is vetoplosbaar, je kunt het het beste bij de maaltijd innemen. Als je een lekke darm of glutenintolerantie hebt, of je hebt je galblaas laten verwijderen, neem dan ook spijsverteringsenzymen met o.a. lipase. Deze zorgen ervoor dat vetten beter afgebroken worden en de vitamine D beter opgenomen wordt.

Er zijn natuurlijk nog andere redenen waarom een auto-immuunziekte ontstaat, maar vitamine D is wel de meest voorkomende. Houd het vitamine D gehalte op de hoge therapeutische hoeveelheid van tussen de 60-90 ng/dl totdat je auto-immuunziekte is verbeterd of beter nog hersteld is.

Deze website is niet overladen met advertenties. Wat voor jou als lezer natuurlijk erg prettig is. Voor de maker van deze website betekent dit dat er geen inkomsten binnenkomen voor de tijd en arbeid die in de website wordt gestoken. Daarom is het mogelijk om het werk te ondersteunen met een jaarabonnement, je krijgt dan tevens toegang tot de exclusieve uitgebreide  artikelen of je kunt een bedrag doneren.

[doneren_met_mollie]

Glyfosaat

Glyfosaat tast de werking van de lever aan. Je immuunsysteem is overactief door een vervuild lichaam omdat de lever niet goed meer kan ontgiften.

We weten het wel, maar we vergeten en negeren het. Er is op dit moment geen echte aandacht voor het verbannen van glyfosaat, simpelweg omdat het is wat niet zichtbaar is en je het niet proeft. We eten groenten en fruit, maar ook brood en alle andere graanproducten (dus ook die handige vegaburgers en andere vleesvervangers)  van de gewone groenteboer en supermarkt en krijgen zo dagelijks ons portie glyfosaat binnen.

Glyfosaat tast de ontgifting van je lichaam aan, niet zo gek dat je immuunsysteem op hol slaat en je mestcellen op van alles en nog wat reageren. Heb je MCAS en histamine problemen, heb je één of meerdere auto-immuunziekten, lees dan hier wat glyfosaat met je doet. 

Ik moet eerlijk zijn, ik was er ook wat laks in. Biologische groenten zijn niet goedkoop en dus ging ik regelmatig naar de supermarkt of groenteboer in plaats van vier kilometer te fietsen naar de dichtstbijzijnde biologische groente afdeling in de natuurvoedingswinkel.

Ik waste de groenten altijd even snel. Ik heb een periode gehad dat ik wel keurig alle groenten (ik eet geen fruit) in een bad van azijn legde om de pesticiden er zoveel mogelijk uit te trekken, maar zoiets verwaterd dan toch weer met verloop van tijd. 

Maar nu ben ik weer met de neus op de feiten gedrukt. En wel door Stephanie Seneff, ze is  van huis uit een informaticus, maar is uitgebreid op onderzoek gegaan naar glyfosaat vanwege een zoon met autisme. 

Afgelopen zomer (2021) resulteerde dit in haar boek “Toxic Legacy”. Ik zag een interview van haar tijdens een Mycotoxine summit (zeg maar een online congres) waarin ze uit de doeken deed wat glyfosaat in je lichaam doet. Onderstaande tekst is een samenvatting van wat zij in haar boek uitlegt. Bereid je maar goed voor. Je zult versteld staan. Ik wist altijd wel dat glyfosaat slecht voor je was, maar hoe slecht en waarom precies, wist ik niet. Daarom wil ik de informatie graag met je delen en wil je meer weten: Koop vooral het boek! 

In het boek wordt ook een verminderde schildklierwerking besproken. Aangezien de werking van schildklierhormonen afhankelijk zijn van een goed functionerende lever en die lever vervuild kan worden door gifstoffen in het lichaam, ook uit de darmen kijken we in dit artikel wat er in de darmen en lever mis kan gaan. 

 

Mycotoxinen

We beginnen met mycotoxinen omdat 80% van de mensen met MCAS, HIT en of ernstige voedselintoleranties mycotoxinen in zich heeft waardoor het immuunsysteem volledig in de war is. Ik denk zelf dat niet alleen mensen met MCAS mycotoxinen in zich hebben, maar een groot deel van de mensheid. Zeker naarmate men steeds meer plantaardig gaat eten. 

Veel voedingsproducten bevatten sporen van mycotoxinen, dit zijn de gifstoffen die schimmels produceren. Alle producten die opgeslagen worden kunnen schimmels bevatten, zoals granen, peulvruchten, zaden, noten en vooral maïs.

Maïs is een bron van aspergillus schimmels. Deze schimmel kan het verdelgingsmiddel glyfosaat (Roundup) metaboliseren. Het ruimt het op door het op te eten. Dit is natuurlijk heel fijn. Maar de aspergillus schimmel zorgt op zijn beurt ook voor gezondheidsproblemen.

Je kunt deze schimmel opruimen met speciale kuren, maar dat lukt lang niet altijd als er nog steeds glyfosaat het lichaam binnenkomt. Eet je voeding waar bij de teelt glyfosaat is gebruikt (groenten, fruit, granen, peulvruchten) dan is het dweilen met de kraan open en houdt je de schimmel in stand. De bacteriën in de darmflora sterven af door glyfosaat, de schimmel groeit en produceert de gifstoffen.

Schimmels in planten komen steeds meer voor. Het is een groeiend probleem doordat glyfosaat de planten minder resistent voor schimmels maakt. Er zijn nu in veel planten met  veel schimmelziekten. Dus nu spuiten ze naast glyfosaat ook fungiciden op de planten, die ook weer giftig zijn. (In mijn boek Ontgiften van Oxalaat en Salicylaat kun je lezen over het bespuiten van fruit met salicylzuur, wat ook de lever belast).

 

Grote schoonmaak in de lever

De lever is het orgaan wat alle gifstoffen die we binnenkrijgen, maar ook die in ons lichaam zelf geproduceerd worden, afbreekt. Hier zetten vele soorten enzymen gifstoffen om tot organische stof die via de ontlasting of urine afgevoerd kan worden. Je hebt dus goed werkende enzymen nodig.

Glyfosaat verstoort de enzymen in de lever die o.a. glyfosaat opruimen. De belangrijkste stof in dit proces is glutathion, glutathion maakt mycotoxinen wateroplosbaar zodat ze via de urine afgevoerd kunnen worden. 

Oxidatie: Je hebt de Cyp450 enzymen, dit zijn de enzymen die in de eerste fase van de leverontgifting gifstoffen wateroplosbaar maken zodat ze afgevoerd kunnen worden. Als deze enzymen niet goed meer werken neemt een ander enzym het over, in dit geval epoxygenasen. Ze zetten de gifstoffen om in zelfs meer giftige metabolieten. Je zit dan in een neerwaartse spiraal. Ik zie bij alle cliënten die ik onderzoek op mineralen en zware metalen een zeer slechte ontgifting in de lever. Ik ben dus echt nog geen cliënten tegen gekomen waarbij de leverontgifting goed werkte.

De samenwerking van glyfosaat en de mycotoxinen veroorzaken een ernstig probleem.

Glyfosaat zorgt dus indirect voor veel giftige afvalstoffen (metabolieten) en maakt zo het immuunsysteem kapot.

 

Hoe de lever de schildklierwerking beïnvloed

Als de lever niet goed kan ontgiften heeft dit ook gevolgen voor de schildklier. Om dit te begrijpen moet je eerst weten hoe de schildklier werkt. 

Als eerst is er het TSH hormoon, dit wordt niet in de schildklier gemaakt maar in de hypothalamus. Dit hormoon vertelt de schildklier twee hormonen aan te maken: T4 en T3. 

90% van deze hormonen is de inactieve T4 en 10% is de actieve T3. 

Alleen het actieve T3 is bruikbaar voor je lichaam. Dit betekent dat die 90% T4 hormonen omgezet moeten worden in de actieve T3. Anders heeft je lichaam er niets aan.  

Om de T4 om te kunnen zetten zijn er twee enzymen nodig. Deiodinase 2 en deiodinase 3. Onthoud die twee. Die komen later in het verhaal weer terug.

Mensen met hypothyreoïdie (trage schildklier) hebben een tekort aan T4 en krijgen synthetisch T4 hormoon die door de enzymen in de lever in  voornamelijk T3 en een klein beetje RT3 omgezet wordt. 

Die RT3 wordt gebruikt om het overschot van T4 te verwijderen. 

Het is dus in eerste instantie belangrijk om voldoende TSH te hebben, al betekent het niet altijd dat  een normale TSH waarde garant staat voor voldoende T4 en T3. 

Euthyroid sick syndrome:

Dit is geen schildklierziekte maar een syndroom waarbij de enzymen Deiodinase 2 en deiodinase 3 niet goed werken. 

Bij dit syndroom zijn er normale TSH gehalten en de aandoening wordt daarom vaak over het hoofd gezien. Er wordt bij onderzoek geen abnormaal functioneren van de schildklier gevonden, ook de hypothalamus en hypofyse werken normaal. 

Toch is er abnormale functioneren van de schildklier.

Bij dit syndroom is het T4 gehalte ook normaal, maar het T3 te laag en RT3 verhoogd. 

Als deze mensen een synthetisch T4 hormoon toegediend krijgen, helpt dit dus niet, omdat de enzymen die het T4 naar T3 om moeten zetten niet werken. 

Glyfosaat zorgt voor verlaging van glutathion en zorgt voor geoxideerd glutathion

Glutathion is de belangrijkste ontgiftingsstof in de lever. Door voeding te consumeren met glyfosaat  is er vaak een tekort aan glutathion. Een andere essentiële stof is zwavel. Bij het behandelen van patiënten zet ik in op zoveel mogelijk zwavel omdat we hierdoor onze hedendaagse voeding een groot tekort aan hebben.

Om de lever en dus de schildklier te herstellen is het verhogen van glutathion essentieel en daarmee ook zwavel en zwavel bevatten aminozuren. Mensen moeten kijken naar hun dieet. Niet alleen biologisch eten, maar ook een dieet met veel zwavel en vooral dierlijke proteïnen omdat deze veel zwavel aminozuren bevatten.

Het interessante aan het hele T3-Reversed T3 activiteit in de lever is erg fascinerend omdat het teruggaat naar heparansulfaat, iets waar Stephanie Seneff al geïnteresseerd is sinds ze  bij mensen met autisme zag dat zij een tekort aan heparansulfaat in de hersenventrikels hebben. Heparansulfaat is in het hele lichaam belangrijk, maar vooral in de lever en in combinatie met T3.

En dan komt nu het enzymen deiodinases weer in beeld. Had je ze nog onthouden? 

We korten het af met Dio2 en Dio3. Ze zien eruit als ronde bolletjes.

(“He yo Dio 3, heb je vanmorgen nog wat heparansulfaat gekregen?”, zegt het brein. “Nee, shit joh”, zegt Dio3, “Ik was er klaar voor maar ik kon die cel niet in. Ik wachten, maar echt, dus ik heb me plat gemaakt en ben op die cel gaan zitten en heb ik maar al die T4 omgezet in RT3. 

“Haha, ja vet, zou ik ook doen! Moeten ze maar heparansulfaat leveren, hopelijk komt het snel binnen.” 

“Nou inderdaad, dit vertraagt de boel aanzienlijk! Haha, zitten ze met al die RT3, da’s echt niet goed.”

Als er niet genoeg heparansulfaat is kan het enzym Dio3 (deiodinase 3) de cel niet in, ze blijven op het oppervlak van de celmembraan. In plaats van ronde bolletjes worden ze nu plat en zitten ze op de verharde celmembraan. Hierdoor kunnen ze hun stoffen niet afleveren. Het membraan is stijf omdat er niet voldoende heparansulfaat is. 

De Dio3 blijft dus op de buitenkant van de cel zitten, hier pakt het alle T4 en zet het om in RT3. Zo kan T4 dus geen T3 worden. T4 moet de cel in kunnen om in T3 omgezet te kunnen worden. T3 werkt op T4 in de cel. Dio3 zet normaal gesproken in de cel T4 om in T3. 

 

Wat is heparansulfaat?

Heparine kennen veel mensen waarschijnlijk als bloedverdunner, het voorkomt dat bloed gaat stollen. Heparansulfaat is heparine gekoppeld aan sulfaat, dit is de vorm die mestcel granulen verpakt zit en wat vrijkomt bij een mestcel reactie. (*) Een logische conclusie is dus dat mensen die last hebben van trombose of andere bloedstolsel problemen (zoals na corona vaccinatie) een tekort hebben aan heparansulfaat. Dus zorg voor zwavel in je voeding!

Om heparansulfaat te kunnen gebruiken en dus goed te kunnen ontgiften moet het eerst geactiveerd worden. Daarvoor moet het gekoppeld worden. Dit koppelen gebeurt met behulp van ATP, ofwel energie, je hebt nu sulfaatdonor PAPS. PAPS zorgt dat het heparansulfaat actief wordt. Om 1 paps te maken heb je 2 ATP moleculen nodig. 

Je moet dus voldoende ATP hebben om PAPS te maken en hoe kom je daar aan? Je energiecentrales in je cellen, de mitochondriën maken deze. Dus als je mitochondriën niet goed werken, heb je niet voldoende ATP en uiteindelijke tekort aan PAPS en kun je niet goed ontgiften. 

Door het tekort aan actief heparansulfaat ontstaat er een probleem, je kunt dus niet goed ontgiften maar je kunt ook afvalstoffen die ontstaan in het lichaam zelf niet goed verwerken. 

Lysosomen zijn de afvalbergen van de cel. Ze bevatten allerlei stoffen waaronder enzymen die macromoleculen af kunnen breken. De lysosomen breken de stoffen af zodat ze door het lichaam afgevoerd kunnen worden. Voor de afbraak en de recycling van stoffen is een zure omgeving nodig. Zonder heparansulfaat is de omgeving niet zuur. Het afval wordt dan dus niet opgeruimd.

 

Help de mitochondriën!

Je hebt dus goed werkende mitochondriën nodig om dit hele proces goed te laten draaien. Hoe kom je daar aan? Of wat veroorzaakt niet goed werkende mitochondriën?

Het cirkeltje is weer rond: De T3 hormonen in de schildklier!

“I love it when things come together!”

De T3 hormonen zorgen ervoor dat de mitochondriën blijven leven en blijven vernieuwen. Je hebt dus de actieve schildklierhormonen nodig om de mitochondriën gezond te houden. Het versterkt en zorgt voor de productie van mitochondriën. T3 hormonen geven de cel veel energie.

Dan komen we nu terug bij het Euthyroid sick syndrome (ESS) waarbij er een teveel aan RT3 hormonen zijn die de T3 hormonen blokkeren. 

Er is een tekort aan T3 en daardoor een tekort aan mitochondriën en etc. etc.

Nu vraag je je wellicht af: Lisa raken we zo niet erg ver van het onderwerp glyfosaat af? Wat heeft een en ander nou nog met elkaar te maken? Maar let op: daar komt het:

Glyfosaat blokkeert de Dio3 en Dio2 enzymen. 

Dus dat hele verhaal wat ik net verteld heb, kan dus ontstaan door het gebruiken van voeding met glyfosaat!

Dio 3 en Dio2 zetten het inactieve T4 dus om in het actieve T3. Maar als die enzymen door glyfosaat geblokkeerd worden, moeten er andere oplossingen worden gezocht en dus ontstaat er veel RT3, die probeert er nog wat van te maken, maar dat kan het niet.

 

Cysteine en glutathion

Je kunt sulfaat uit voeding halen en je kunt zelf sulfaat maken. Dat doe je met behulp van cysteine een aminozuur wat voornamelijk in dierlijke voeding zit. Havermout, linzen en zonnebloempitten bevatten ook wel cysteine maar lang niet genoeg om voldoende zwavel te produceren. Zeker als je plantaardig eet, wat steeds meer mensen willen doen, is het heel belangrijk dat er voldoende glutathion is. Deze ontgiftingsstof wordt namelijk afgebroken tot cysteine. Helaas hebben veel mensen ook een glutathion tekort. Je hebt dan een groot probleem.

Als dus al deze mechanismen niet goed werken is er niet voldoende energie, en ben je dus moe en uitgeput. Je lichaam blokkeert de boel omdat er niet voldoende stoffen zijn om de processen te laten werken. 

De sleutel tot dit alles glutathion, als er voldoende glutathion is, is er voldoende cysteine en dus sulfaat.  Je hebt voldoende glutathion als je voldoende vitamine C in je lichaam hebt en daarnaast drie belangrijke aminozuren: glutamaat, cysteine en glycine. Zorg dat je voeding eet met veel van deze aminozuren. Glycine vind je in vlees (rood vlees 1,5 tot 2 mg per 100 gram) en bonen(0,5 mg per 100 g.) granen en zaden. Glutamaat moet je echt alleen in de natuurlijk vorm eten, en nooit toegevoegd in de vorm van MSG. Je vindt glutamaat vooral in dierlijke producten, zaden en noten bevatten ook redelijk wat.

De sleutel is dus voldoende glutathion. Je kunt dit ook als supplement nemen. Kies dan voor liposomale glutathion of voor s-acetyl glutathion. 

Er is ook acetyl cysteine (NAC), maar dit kan een probleem opleveren, deze moet namelijk eerst omgezet worden naar glutathion. En als daar een blokkade in zit, bijvoorbeeld door glyfosaat, werkt het niet. 

 

Glyfosaat – een glycine analoog

Glycine wordt door glyfosaat uit de aminoketenzuur gehaald. Je moet dus glycine aanvullen. Collageen gevat heel veel glycine. Ik adviseer mijn cliënten allemaal gehydrolyseerd collageen poeder te gebruiken. Mestcelactivatie ontstaat mede door slap bindweefsel en een tekort aan collageen. Je mestcellen zitten dan in een slappe pudding en kunnen door trilling degranuleren. Is je bindweefsel sterker dan zitten de mestcellen fijn verpakt. 

Door glyfosaat heb je een tekort aan glycine en dus aan collageen. Zo ontstaan er problemen in gewrichten en botten. Er is veel pijn in botten en gewrichten. Botten breken makkelijker. De botten schuiven over elkaar omdat het collageen er niet op wil hechten, de pezen zijn niet flexibel. Rugpijn, nieuwe heupen, schouderproblemen. 

Het collageen is vervuild door de glyfosaat. 

Je hebt dus glycine nodig om glutathion te produceren. Door glyfosaat ontstaat er een tekort aan glycine. Daarnaast zorgt glyfosaat ook nog eens voor een hogere productie van het GGT enzym(gamma-glutamyl transpeptidase), dit enzym breekt glutathion af in losse aminozuren waardoor het niet werkzaam is.

 

Het verband tussen sulfiet sensitiviteit en glyfosaat

Soms zijn mensen erg gevoelig sulfiet. Dit komt door glyfosaat. Het overstappen naar een volledig glyfosaat vrij voedingspatroon kan dan helpen.

Sulfiet is echt giftig. Het is reactief en veroorzaakt veel schade. Het moet in je lichaam omgezet worden naar het onschadelijke sulfaat (zwavel). 

De bacteriën in je darmen hebben veel enzymen die helpen sulfaat te produceren of die het sulfiet afbreken en omzetten in organische aminozuren. Het sulfiet is nu in een oxidatieve staat.

Het kan afgebroken worden naar waterstof zwavelgas, die heeft geen zuurstof. (H2S) of het wordt geassimileerd in zwavelhoudende aminozuren met behulp van het enzym ASR.

De E.Coli bacterien in de darmen zetten met behulp van het Assimilatory Sulfiet Reductase enzym (ASR) sulfiet om in methionine. 

Glyfosaat onderdrukt die activiteit in de E.Coli bacteriën, en zo ontstaat een tekort aan methionine. Methionine heb je nodig om cysteine te vormen, wat dan weer voor nodig is voor glutathion.

Als je dus sulfiet eet of drinkt en er is niet voldoende activiteit van het ASR enzym is er de bacterie desulfovibrio, deze produceert waterstofsulfidegas met behulp van Dissimilatory Sulfiet Reductase (DSR), dit enzym wordt niet door glyfosaat aangetast. 

Dan denk je hiep hoi, dan komt het allemaal toch nog goed. Maar je wil helemaal niet dat DSR het sulfiet omzet in waterstofsulfidegas! 

Potverdorie, waterstofsulfidegas kan je doden!

Dit gas zorgt voor een opgezette buik.

Ik heb cliënten die regelmatig een opgeblazen buik hebben zo groot als een meloen. Dat is dus een probleem met de verwerking van sulfiet en teveel waterstofsulfidegas.

Het is een interessant signalerend gas en heeft een belangrijke rol in de biologie. 

Maar als er teveel van is, is het gevaarlijk. In je lichaam krijg je niet snel een teveel om te doden maar wel een teveel wat voor grote problemen kan zorgen. 

Het is een heel licht gas en kan in je lichaam verplaatsen en naar je hersenen gaan waar het voor hersenmist zorgt.

Je produceert dus waterstofsulfidegas doordat de enzymen niet goed werken en je maakt niet voldoende methionine die je nodig hebt. 

Die bacterie desulfovibrio zit altijd in je darmen maar kan overgroeien. Teveel van deze bacterie is niet goed. 

Dan is er ook nog de Bilophila Wadsworthia bacterie, die maakt ook waterstofsulfidegas van sulfieten.

Deze twee bacteriën worden problematisch als de ASR enzymen niet werken.

Het sulfiet is toxisch, dus als de enzymen niet werken krijg je teveel sulfiet in je lichaam en daarmee oxidatieve schade.

Bij de patiënten zien we vaak een darmdysbiose en SIBO waar de bacteriën naar de dunne darm migreren. We meten SIBO door gassen in de adem te meten, methaan en waterstof.

Dit komt ook door glyfosaat. 

Sulfiet sensitiviteit, darmklachten, SIBO, kan dus allemaal door glyfosaat worden veroorzaakt.

 

Tekort aan flavoproteïne

Je wil dus van dat waterstofsulfidegas af. Dat kan. Daar zijn dus de ASR enzymen voor nodig, maar ook een eiwit wat flavoproteïne heet en wat in de darmen door je bacteriën wordt gemaakt. Deze flavoproteïnen kunnen ook ammoniak, methaan en zelfs waterstofgas oxideren en omzetten in organische stof.

Neem bijvoorbeeld het CH4 methaan molecuul. 

  1. Methaan wordt methanol
  2. Dit wordt omgezet naar formaldehyde
  3. En dit wordt weer omgezet naar  formate.

Dit zijn allemaal verschillende stappen in de oxidatie.

Bij iedere stap in dit proces heb je flavoproteïne nodig. 

En die worden onderdrukt door glyfosaat.

Flavoproteïne is een proteïne, die als co-enzym riboflavine (vitamine B2) bevat in de vorm van flavine-adenine dinucleotide of flavin mononucleotide. Dit enzym katalyseert de redoxreactie in de ademhalingsketen, waarbij het flavoproteïne in de stappen van de ademhalingsketen waterstof overdraagt in de elektronentransportketen. 

De enzymen die je nodig hebt in deze processen moeten door de darmflora worden gemaakt. Dat kunnen we niet zelf. 

 

Deuterium

Het omzetten van de waterstof bevattende gassen in organische stof is een manier om je van deuterium te ontdoen zodat de organische moleculen geen deuterium meer bevatten. Deuterium is een zwaar waterstof en het is natuurlijk. Je vindt het overal in de natuur en ons lichaam heeft geavanceerde manieren gevonden om het buiten de mitochondriën te houden. Als er teveel deuterium in de mitochondria komt, worden de mitochondriën ziek. De ATP pompen gaan kapot en er kan niet zoveel energie geproduceerd worden. En ze gaan reactieve zuurstof vrijlaten.

De mitochondriën beschadigen zichzelf hiermee, door teveel deuterium. In een gezonde reactie kunnen de mitochondriën waterstof boven deuterium kiezen.

Door glyfosaat worden kwik en pesticiden en herbiciden giftiger omdat glyfosaat de ontgifting in de lever verstoord.

Litewater is deuterium arm water.https://www.drinklitewater.com/

 

 

De oplossing! Wat moet je dan eten?

Een dieet met veel dierlijke proteïnen en vet. Boter, talg, reuzel. 

Omdat het veel zwavel bevattende aminozuren bevat en omdat het heel weinig deuterium bevat.

Laslo Boras schreef hierover (deuterium arm dieet). Hij zegt dat fruit erg giftig is omdat het veel deuterium bevat. Is fruit dan in principe nooit goed? Nee, dat is niet zo. Als we niet dagelijks overspoeld zouden worden met giftige chemische stoffen zou het geen probleem zijn. Leef je in een schone wereld, eet je alleen zelf gekweekte biologische groenten en heb je geen gezondheidsproblemen, dan is fruit geen probleem. 

Neem bijvoorbeeld alcohol, als je voldoende gezonde enzymen hebt die ethanol kunnen metaboliseren, is het zelfs een superbrandstof. Het is net als suiker, het is heel makkelijk om in energie om te zetten. Heb je die enzymen niet, of werken ze slecht, dan wordt ethanol niet gemetaboliseerd en krijg je reactieve moleculen.

Stoffen worden pas echt giftig voor het lichaam als er niet voldoende activiteit van de enzymen is. 

Formaldehyde is erg giftig en als het enzym wat het omzet in formate kapot is heb je een groot probleem. Een manier om dat te verhelpen is om veel ethanol te drinken. Want het gaat de strijd aan met het enzym wat methanol in formaldehyde omzet.

Alcoholisme kan wellicht ontstaan door de behoefte van het lichaam om zich van formaldehyde te ontdoen. (Denk daar maar eens over na. Een heel andere kijk op de dingen nietwaar.)

Zo kan het ook met onbedwingbare trek in suiker zijn, mensen weten mentaal dat ze niet zoveel suiker zouden moeten eten, maar hun lichaam blijft vragen om suiker. Want als er bijvoorbeeld candida is, ontstaat formaldehyde en ethanol helpt het afbreken. Bij candida ontstaat er ook ethanol. Waarschijnlijk als poging om formaldehyde af te breken.

Het eten van suiker, zorgt dus door de gisting voor ethanol en helpt formaldehyde te verlagen. 

En dat dus allemaal door een tekort aan activiteit van enzymen door glyfosaat!

 

Covid-19

Dr Seneff ziet ook een verband tussen Covid-19 en glyfosaat. In de landen waar nog veel glyfosaat in de landbouw wordt gebruikt zie je ook een veel hoger aantal ernstige Covid-19 zieken. Glyfosaat onderdrukt ook het aangeboren immuunsysteem.

Bij Covid-19 wordt zink, vitamine C en glutathion aanbevolen. en zoals we eerder besproken hebben zorgt glyfosaat voor een tekort aan glutathion.

Als je aangeboren immuunsysteem verzwakt is moet je met grof geschut komen. Hierdoor krijg je zware cytokine stormen, hier overlijden mensen met Covid-19 aan.

De oplossing betreft voeding is dus biologische voeding zonder glyfosaat. En let daarbij ook op alle graanproducten, peulvruchten, noten en zaden. 

Geen fruit, veel groenten en veel dierlijke eiwitten en vetten om de ontgifting te ondersteunen.

En daarmee durf ik te zeggen: 

De ware pandemie is de verzwakking van de mensheid door glyfosaat.

 

Het boek van Stephanie Seneff is uitgekomen op 1 juli 2021: Toxic Legacy

De explosieve groei van neurologische ziekten, autisme, auto-immuunziekten, 

lopen gelijk op met het gebruik van glyfosaat.

Deze website is niet overladen met advertenties. Wat voor jou als lezer natuurlijk erg prettig is. Voor de maker van deze website betekent dit dat er geen inkomsten binnenkomen voor de tijd en arbeid die in de website wordt gestoken. Daarom is het mogelijk om het werk te ondersteunen met een jaarabonnement, je krijgt dan tevens toegang tot de exclusieve uitgebreide  artikelen of je kunt een bedrag doneren. [doneren_met_mollie]