Histamine receptoren

Er zijn vier verschillende histaminereceptoren, deze bevinden zich in verschillende delen van je lichaam.

 

H1 receptor H2 receptor H3 receptor H4 receptor
zachte spieren bronchien pariëtale cellen (maag) perifere zenuwstelsel beenmerg
vasculaire endotheelcellen (hart en bloedvaten) vasculair spierweefsel (hart) longen dikke en dunne darm
hart neutrofielen(immuuncellen) hart lever
perifere zenuw stelsel centraal zenuwstelsel centraal zenuwstelsel witte bloedcellen
esinofielen hersenen esinofielen longen
neutrofielen thymus
keel amandelen
luchtpijp

 

H1-receptoren De zachte spieren van de bronchien bevatten H1-receptoren. Als deze gestimuleerd wordt trekken de spieren van de bronchien samen.  Activatie van de H1receptor leidt tot verhoogde formatie van  IP3 (Inositol 1,4,5-trifosfaat) en diacylglycerol waardoor het calciumgehalte in de cellen wordt verhoogd.

 

H2-receptoren bevinden zich in de pariëtale cellen van de maag. Als deze receptoren geactiveerd worden verhoogt de uitscheiding van maagzuur van de pariëtale cellen.

De activatie van de H2-receptoren veroorzaakt ook een verhoging van het intracellulaire cAMP* gehalte doordat adenylate cyclase wordt gestimuleerd.

 

H3-receptoren lijken voornamelijk in het centraal zenuwstelsel voor te komen. In de hypothalamus bevinden zich histaminerge neuronen.

Er is nog weinig bekend over het histaminerge systeem. Men denkt dat  de histaminerge vezels in de hypothalamus, in geringe concentraties, de voorhersenen en het ruggenmerg  bereiken. De histaminerge neuronen reguleren de synthese en vrijlating van histamine. De H3-receptor reguleert de vrijlating van neurotransmitters. Worden de H3- receptoren gestimuleerd dan  verhinderen ze de vrijmaking van verschillende neurotransmitters.

De hypothalamus is betrokken bij alle aspecten van de emoties, de voortplanting, het autonome zenuwstelsel en de hormoonhuishouding. je kunt je voorstellen hoeveel invloed histamine heeft op je gehele welzijn.

 

H4-receptoren zijn betrokken bij de het veranderen van de vorm van esinofiele cellen in de chemotaxie van de mestcellen.

 

*cAMP: (cyclisch adenosinemonofosfaat) is een secondaire boodschapper. De belangrijkste functie van cAMP is de activering van eiwitkinase waardoor een eiwit geactiveerd kan worden. Deze activering zorgt ervoor dat er chemische reacties in de cel kunnen plaatsvinden en er signalen doorgegeven kunnen worden.  cAMP bestuurt veel biologische processen.

De H1 en H2- receptoren verhogen cAMP, H3- en H4-receptoren verlagen cAMP.

cAMP kan de vrijlating van histamine uit mestcellen verlagen doordat het ontstekingsremmend werkt.  Het is dus goed als cAMP verhoogd.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *