Categorie: Histamine

image_pdfimage_print

Vitamine C flush

Vitamine C flush

 

De vitamine C flush/cleanse is de manier om te bepalen hoeveel vitamine C jouw lichaam nodig heeft. Dit document is een vertaling van de informatie op de website van Perque.com. Dr. Russell Jaffe heeft hier een supplementen assortiment. De vitamine C van Perque is van heel goede kwaliteit. Alleen lastig in Nederland te verkrijgen. De gebufferde vitamine C van vitakruid komt het dichtst in de buurt. 

(red. Ik gebruikte zelf sodiumascorbaat, omdat ik dit in huis had en het werkte ook prima voor de flush. De aanbevolen vitamine C ascorbaat in dit artikel heeft een samenstelling met meerdere elektrolyten die de balans in het lichaam helpen herstellen. Als je geen vitamine C met meerdere elektrolyten kunt vinden (ik heb het nog niet gevonden), dan suppleer je de overige elektrolyten naar verhouding of vraag aan je behandelaar wat je moet gebruiken.)

 

De vitamine C ascorbaat kalibratie ook wel “C Cleanse”

 

Als je dit protocol voor de eerste keer doet begin je het beste op een lege maag, ‘s morgens vroeg. Gun jezelf die dag om de “flush” af te werken. De meeste mensen verzadigen hun ascorbaatbehoefte binnen een paar uur. (red. bij mij duurde het 2,5 uur) Af en toe is de behoefte veel groter en kan het een aantal uren duren om de eerste “spoeling” van de kalibratie te voltooien.

 

Los elke halve theelepel (1,5 gram) volledig gereduceerd, gebufferd mineraal l-ascorbaatpoeder op in een halve deciliter (of meer) water of verdund sap (sap 1:1 verdund met water). 

 

  • Een gezond persoon begint met elke 15 minuten een afgestreken halve theelepel opgelost in 1-2 ons water of verdund sap.

 

Tel de doseringen en noteer ze.

Na het oplossen van het l-ascorbaat en als je een bruistablet hebt: afnemen van het bruisen (lost doorgaans binnen twee minuten op), drink je de drank. De benodigde hoeveelheid l-ascorbaat hangt af van hoe snel je lichaam het verbruikt. 

 

Hieronder vind je de hoeveelheden op basis van hoe gezond je bent:

 

  • Een matig gezond persoon begint met 1 theelepel om de 15 minuten.
  • Een persoon met een slechte gezondheid begint elke 15 minuten met 2 theelepels.
  • Als er na vier doses geen gorgelen of rommelen in de darmen is, moet je de aanvangsdosering verdubbelen en elke 15 minuten doorgaan.

 

Ga door met deze instructies met de juiste tussenpozen totdat je een waterige ontlasting of een klysma-achtige evacuatie van vloeistof uit het rectum bereikt. Dit is alsof er een liter vloeistof uit het rectum wordt geperst. 

 

LET OP: Stop niet bij losse ontlasting. Je wil het lichaam energie geven om gifstoffen “weg te spoelen” en het risico te verkleinen dat ze opnieuw circuleren en problemen veroorzaken.

 

Stop op dit moment met het consumeren van het gebufferde ascorbaat voor de dag. 

 

ECHTER, als je kalibratiedosering meer dan 50 gram vitamine C is, moet je een dosis vitamine C consumeren van tenminste 10% van de totale behoefte aan l-ascorbaat om de l-ascorbaat-kalibratie te laten “spoelen” in de late namiddag of avond. 

 

Veel mensen vinden dat het bereiden van een “batch” ascorbaat ervoor zorgt dat de drank gemakkelijker en tijdiger kan worden geconsumeerd in plaats van met elk interval een nieuwe batch te maken. 

Voorbeeld: 30 gram (10 theelepels) kan worden opgelost in 3-6 dl vloeistof. Als voor deze methode wordt gekozen, raden we aan om een ​​afgesloten, donkere fles te gebruiken om lucht of lichte (foto-)oxidatie van het ascorbaat te voorkomen. Opgelost ascorbaat is een dag stabiel als het koel of koud wordt bewaard en goed is afgesloten.

Naarmate je gezonder wordt, wordt het ascorbaat efficiënter gebruikt en beter in je lichaam geconserveerd en is er minder ascorbaat nodig om het gewenste effect te bereiken. Naarmate je behoefte aan ascorbaat afneemt, zul je  merken dat de ontlasting losser wordt, wat aangeeft dat je lichaam ascorbaat efficiënter consumeert en dat je behoefte is afgenomen. Dat is het moment om de inname van ascorbaat af te bouwen. Naarmate je  vertrouwd raakt met de reacties van je lichaam, zal je  behoefte aan en de beste timing van ascorbaat waarschijnlijk duidelijk worden door directe ervaring met dit protocol.

Herhaal eens per week of per twee weken een kalibratie om te zien wat je behoefte is. Bespreek dit met je behandelaar. Tussendoor neem je de hoeveelheid zoals hieronder beschreven.

Je lichaam is gekalibreerd als je het van de juiste hoeveelheid vitamine C hebt voorzien. Dit doe je in de wekelijkse of twee wekelijkse kalibraties. De dagen tussendoor neem je de hoeveelheid zoals hieronder beschreven. 

Het is afhankelijk van je gezondheid hoe lang het duurt voordat je merkt dat je lichaam minder vitamine C nodig heeft. Meestal duurt het een paar maanden. Je komt dan uit op een dosering van 2-10 gram per dag.

 

Dagelijkse consumptie van ascorbaat na kalibratie (C Cleanse)

 

Tussen de kalibraties door neem je  75% van het totale ascorbaat dat je nodig hebt om de spoeling op te wekken. Je kunt ascorbaat als vloeistof, tablet of capsule gebruiken in twee tot vier of meer doses per dag. 

 

De gebruikelijke toereikendheidsbehoefte voor een persoon in goede gezondheid is 2-10 gram/dag.

 

Tips voor het berekenen van de dagelijkse therapeutische behoefte aan ascorbaat

  • Totaal van de verbruikte hoeveelheid ascorbaat.
  • Tel het totaal het aantal halve of hele theelepels.

1/2 afgestreken theelepel = 1,5 gram 

1 afgestreken theelepel. = 3 gram

  • Vermenigvuldig het aantal 1/2 theelepels met het aantal doses voor het totaal.

 

Bereken vervolgens 75% of driekwart van het totaal. Dit is de huidige dagelijkse behoefte aan ascorbaat.

 

Daarom is het belangrijk eerst een spoeling op te wekken. Anders weet je niet hoeveel je daadwerkelijk nodig hebt.

 

Aantal halve theelepel (1,5 gr) Aantal theelepels (3 gr) Totaal l-ascorbaat voor kalibratie in grammen Dagelijks (75%) therapeutische hoeveelheid  halve theelepels Dagelijkse (75%) therapeutische hoeveelheid in grammen
6 3 9 4,5  7
10 5 15 7,5 12
25 12,5 37,5 19 28
90 45 135 67,5 101

 

Resultaat van ascorbaatspoeling

Veel mensen melden een subjectief gevoel van verbeterd welzijn na het voltooien van een ascorbaatkalibratie. Dit kan aanvankelijk van korte duur zijn, maar is een veelbelovend teken voor verbetering op de lange termijn. Omdat gifstoffen uit het lichaam worden verwijderd en het wordt gestimuleerd door de werking van het ascorbaat, zou je je gedurende langere tijd geleidelijk beter moeten voelen.

 

Potentiële bedenkingen met betrekking tot het ascorbaatkalibratieproces

Zorg ervoor dat je voldoende water consumeert bij elke dosis ascorbaat. De hierboven beschreven aanpak helpt je daarbij. Elke bezorgdheid over vocht- of elektrolytenverlies uit de ontlasting wordt zo geminimaliseerd. Sommige mensen melden gas of volheid tijdens het “spoelen” van de ascorbaatkalibratie, maar dat is bijna altijd te wijten aan het oplossen van de vitamine C in te weinig water of het overhaasten van de procedure. Vloeistof op kamertemperatuur is het beste voor absorptie. Krampen kunnen voorkomen, hoewel zelden, en dit is meestal omdat er te weinig vloeistof wordt gebruikt om het ascorbaat op te lossen.

 

Handige tips en inzichten

  • De meeste mensen vinden dat de spoeling gemakkelijk te doen is. Aangezien de hoeveelheid tijd nogal kan variëren, is het het beste om je eerste ascorbaatkalibratie uit te voeren op een dag waarop je het grootste deel van de dag thuis kunt blijven. Nadat je een ascorbaatkalibratie/spoeling hebt uitgevoerd, heb je een beter idee van hoeveel tijd er nodig is.
  • De meeste mensen hebben tussen de 3 en 8 theelepels ascorbaat nodig om door te spoelen. Het kan voor anderen verschillen: 15, 20 of meer dan 50 gram, afhankelijk van je gezondheidstoestand en hoe snel je lichaam ascorbaat opgebruikt.
  • Soms blijven mensen de rest van de dag van de kalibratie opgeblazen. Af en toe hebben mensen een dag of wat dunne ontlasting nadat ze de ascorbaatspoeling hebben gedaan.
  • Sommige mensen hebben melding gemaakt van hete ontlasting die na verschillende evacuaties de anus lijkt te verbranden. Dan kun je een natuurlijke zalf, zoals calendulazalf, gebruiken om de plek te verzachten. Dit houdt meestal op na de eerste paar keer dat je de kalibratie uitvoert.
  • Mensen met aambeien, prikkelbare darm aandoeningen of inflammatoire darmaandoeningen kunnen merken dat het ascorbaat hun weefsels activeert tijdens het genezingsproces. Het kan zijn dat ze het ascorbaat en de bioflavonoïden in de loop van de tijd langzaam moeten verhogen voordat ze een ascorbaatkalibratie uitvoeren.

 

Gewoonlijk merken mensen dat na de eerste ascorbaatspoeling ze zich sinds tijden weer wat beter voelen. Sommigen melden een groter gevoel van welzijn na de tweede of derde. De algemene consensus is dat mensen zich na verloop van tijd steeds beter gaan voelen door deze kalibraties uit te voeren. Door suppletie te ondersteunen bij het introduceren van hogere doseringen vitamine C werkt je cellulaire machinepark harder en efficiënter. 

 

Wetenschappelijk aangetoonde homeostatische voordelen die ascorbaat bevordert of verbetert

* Scheurbuikresistentie: verbeterde bloedvaten en cardiovasculaire integriteit

* Verbetert hormoonbalans en vermindert hormoon ongezonde acties

* Verbetert functies neurotransmitters en vermindert ongezonde acties

* Bevordert een gezond immuunsysteem en vermindert ongezonde handelingen

* Verlaagt nitrostress (verbetert NO functies)

* Verbetert en herstelt ontgiftingsfuncties

* Verbetert de productie van ATP-energieverbindingen

* Verbetert gezonde botvorming

* Verbetert en bouwt glutathionfuncties weer op.

* Bevordert de ijzerbalans [opname en afgifte]

* Vermindert bioaccumulatie van toxines

* Verbetert de transittijd

* Beschermt DNA tegen oxidatieve schade

* Vermindert giftige mineralen in het lichaam

* Verbetert natuurlijke antikankerbewaking

* Directe tumor cytolytische effecten

 

Welke ascorbaat kun je het beste gebruiken?

Het beste is om 100% l-ascorbaat te gebruiken. De volledig gereduceerde, met mineraal gebufferde ascorbaat. De vitamine C kan gebufferd zijn aan kalium, magnesium, calcium en zink. 

Gebruik geen dl-ascorbaat of d-ascorbaat omdat deze laatste niet door mensen wordt opgenomen. Mensen gebruiken alleen l-ascorbaat.

 

Vitakruid gebufferde vit. C calcium/magnesiumascorbaat per 2,3 gram

  • Vitamine C (cal/mag ascorbaat) 2067 mg
  • Calciumascorbaat 156,8 mg
  • Magnesiumascorbaat 81,8 mg

 

Vitals magnesium ascorbaat per 2,2 gram:

  • Vitamine C (uit magnesiumascorbaat)…………………………………..1800 mg        
  • Magnesium (uit magnesiumascorbaat)…………………………………….130 mg       

 

Nutribiotic (via iherb) Gebufferde vitamine C met natrium per gram

  • Vitamine C ascorbaat (Natrium) 1000 mg (per halve theelepel = 2000 mg)
  • Natrium ascorbaat 120 mg

Als je een halve theelepel van een ascorbaat zonder maskerende of inerte stoffen erin neemt, dan heb je minstens 1,5 gram vit.C ascorbaat. Als er minder dan 1,5 gram ascorbaat per halve theelepel in zit, dan zitten er waarschijnlijk stoffen in die spijsverterings of immuunproblemen kunnen veroorzaken.

De vitamine C van Vitakruid en Vitals, voldoen aan de juiste hoeveelheid ascorbaat. 

 

Perque vitamine C ascorbaat bevat per 1,5 theelepel 1,5 gram vitamine C ascorbaat, 99 mg kalium, 40 mg calcium, 16 mg magnesium en 600 mcg zink.

Helaas is dit merk niet verkrijgbaar in Nederland.

 

Wetenschappelijk bewezen effecten die ascorbaat bevordert of versterkt

  • Onsterfelijkheid
  • Fenton-reacties in vivo 
  • B-12 blijft actief in vivo
  • DNA-replicatiefouttheorie niet in vivo bevestigd

 

L-ascorbaat: de wetenschappelijke betekenis ervan voor de menselijke gezondheid

Vitamine C (ascorbinezuur of l-ascorbaat) is de krachtigste, meer veilige antioxidant-cofactor van de natuur. Ascorbaat heeft de afgelopen jaren behoorlijk wat aandacht gekregen van de media, inclusief of het nuttig, neutraal of schadelijk is bij het beperken van het aantal verkoudheden, de symptomen en de duur ervan.

 

  • Ascorbaat helpt bij het onderhoud van celmembranen, celademhaling, het peroxidase-reinigingssysteem, het herstel van vitamine E/selenomethionine-complexen en sulfhydryl-enzymen zoals glutathionsynthetase, en helpt zo verschillende medicijnen en chemicaliën te ontgiften.
  • Ascorbaat is ook betrokken bij de biosynthese van hormonen en het behoud van de integriteit van bindweefsel, kraakbeen, haarvaten, botten en tanden. Vitamine C is daarom belangrijk bij wondherstel en weefselgenezing.
  • Van ascorbaat is aangetoond dat het de cellulaire weerstand tegen veel veel voorkomende virale infecties verhoogt (hoogstwaarschijnlijk vanwege de interferon-achtige activiteit) en specifieke parameters van de immuunfunctie verbetert.

 

Al deze acties van ascorbaat houden verband met zijn antioxiderende of reducerende of elektronendonerende eigenschappen. Het gebruik van ascorbaat bij gezondheid en ziekte is complex en wordt soms verkeerd begrepen, hoewel dit in veel mindere mate het geval is wanneer men de volgende feiten en ondersteunende achtergrondinformatie in overweging neemt.

Terwijl bijna alle dieren en planten hun eigen vitamine C synthetiseren, zijn de uitzonderingen cavia’s, apen en mensen. De eerste twee daarvan eten voornamelijk vers voedsel dat rijk is aan vitamine C: fruit en vegetatie. Niet-menselijke dieren maken, indien aangepast voor grootte en gewicht, het equivalent van 5 tot 15 gram vitamine C per dag, meestal in hun lever en wanneer ze vrij zijn van stress. De productie kan meer dan verdubbelen als het dier van streek is. Onze genetische voorouders hadden ooit het vermogen om vitamine C te synthetiseren, maar lijken het jaren geleden te hebben verloren. Eén enzym ontbreekt in een proces van 6 enzymen dat glucose omzet in vitamine C. Wetenschappers schatten dat we zonder deze mutatie, als we gezond zijn, ons hele leven 10-30 gram vitamine C per dag zouden aanmaken en meer als we ons niet goed voelen of van streek zijn.

 

Waarom is ascorbaat nodig

Velen van ons eten slechts kleine hoeveelheden vitamine C-rijk voedsel. Ook bevat onze voedselvoorziening steeds minder vitamine C vanwege voortijdige voedseloogst, kunstmatige rijping en voedselverwerking. Studies naar de effecten van vitamine C lijken verwarrend.

Over het algemeen werden bij gebruik van kleine doses (1 gram of minder) weinig tot geen significante effecten gemeld. Wanneer grotere doses worden gegeven (20-200 gram/dag), worden doorgaans significante positieve veranderingen gemeld.

Vrijwel alle aandoeningen, acuut of chronisch, kunnen een verkort beloop hebben en patiënten reageren gunstig. Vitamine C (in het pure, gebufferde, l-ascorbaat) heeft vrijwel geen bijwerkingen. Vitamine C is gegeven tot 300 gram per dag, intraveneus ingenomen, zonder gemelde bijwerkingen.

 

Deze benadering voor het bepalen van je behoefte aan ascorbaat is van de volgende generatie en bouwt voort op de ervaring die is opgedaan met het bepalen van de behoefte aan ascorbaat door “darmtolerantie”. Onze levers zouden gestaag vitamine C aanmaken, met een toename die evenredig was met de nood, als we dat sleutelenzym niet verloren hadden. 

Voor de beste gezondheid is het dus belangrijk om ascorbaat regelmatig en gestaag in te nemen. 

Vaak treden gasvorming, krampen en diarree op bij vrij lage doses ascorbaat (minder dan 10 gram). Hiervoor zijn veel mogelijkheden die hierboven worden besproken in de aanvullende supplementen die worden aanbevolen als nuttig in geselecteerde gevallen.

 

Stoppen en afbouwen van ascorbaat

Als je, om welke reden dan ook, wil of moet stoppen met ascorbaat, is het heel belangrijk om geleidelijk af te bouwen. Plotselinge stopzetting van ascorbaat geeft het lichaam niet de tijd om zich aan de verandering aan te passen, en het lichaam zal grote hoeveelheden blijven metaboliseren/uitscheiden. 

Je moet je ascorbaatgehalte met enkele grammen/dag verlagen gedurende een voldoende periode (afhankelijk van hoeveel u heeft ingenomen) om dit te voorkomen. 

Het gebruik van de C Flush is belangrijk. Op het ascorbaat verzadigingsniveau gebeuren veel nuttige dingen die anders niet zouden gebeuren. Doses van 50 gram tot 200 gram of meer per dag zijn gebruikelijk voor aandoeningen van het immuunsysteem, zoals kanker, chronische virale en bacteriële infecties en andere ernstige ontstekings- of auto-immuunziekten. 

We raden gedurende het hele leven passende doses aan en zien dat l-ascorbaat effectief wordt gebruikt om de cellulaire elektronenpool op te laden, cellulaire genezing en metabolisme te bevorderen, het lichaam te zuiveren van vreemde indringers en een basis te bieden waarop gezondheid kan worden opgebouwd. 

 

Gedurende een periode van ascorbaatgebruik verandert en fluctueert de hoeveelheid ascorbaat die nodig is om darmtolerantie te bereiken. Tijdens stress of ziekte kan er vele malen meer worden ingenomen (en is het gepast om te nemen) dan op andere momenten. We vragen iedereen om ascorbaat als een nuttig hulpmiddel te gaan zien. Naarmate genezing plaatsvindt en de gezondheid evenwichtiger wordt, hoeveelheden ascorbaat moeten ook dienovereenkomstig veranderen. 

Vitamine C kan nuttig voor je zijn. Gebruik het verstandig en je zult goed worden beloond.

Veiligheid van vitamine C

Vitamine C is een veilig product, er zijn maar weinig bijwerkingen als er hoge doseringen worden genomen. De voornaamste bijwerkingen zijn lichte kramp in de maag en losse dunne ontlasting.

Intraveneus vitamine C wordt al tientallen jaren gebruikt bij kankerpatienten.  Deze patienten krijgen tot 200 gram intraveneuze vitamine C per keer, zonder of soms met kleine bijwerkingen.

Daarnaast kan vitamine C oxalaat in het lichaam verhogen als er een vitamine B6 tekort is. (*)

Tot slot

De vitamine C flush is een makkelijke en goedkope manier om de controle over je gezondheid te krijgen. Bespreek de flush eerst met je arts voordat je deze uitvoert. Overdrijf niet en wees verstandig.

Leer meer over de geschiedenis van de C-Cleanse.

Zie voor bronnen op de website van perque.com

https://www.perque.com/lifestyle/self-tests/ascorbate-cleanse/

*Disclaimer: Deze tekst is niet bedoeld als diagnose of behandeling of genezing van welke symptomen of ziekte dan ook. Ga voordat je aan de slag gaat, eerst naar je huisarts of bespreek dit met je behandelaar.

Voel je fitter door te eten zoals je voorouders

In de middeleeuwen at de gegoede burgerij veel vlees. Groenten werden gezien als ongezond, je kreeg er alleen maar darmklachten van! Anno 2021 kunnen we om deze ideeën hard lachen, ze moesten eens weten!  Maar wist je dat er een kern van waarheid in zit?

Als mensen darmklachten hebben is het altijd van plantaardige producten. Eet je geen groenten, granen en peulvruchten, dan heb je geen last van buikpijn, krampen en winderigheid. Je kunt wel obstipatie krijgen als je te weinig vet gebruikt, maar ook dat werd in de middel eeuwen veel gebruikt. Naast vlees werd er wel veel brood en tarwebrij gebruikt, de aardappelen waren tenslotte nog niet gearriveerd.

Als je koolhydraatarm eet, of dit nou ketogeen is of niet, eet je geen granen en peulvruchten, wel groenten. Er zijn ook mensen die door hun gezondheidsproblemen een carnivoor dieet moeten volgen, dan eet je alleen maar dierlijke producten en helemaal geen groenten. In de middeleeuwen at men wel groenten maar nog lang niet zo uitbundig als nu.

Het recept wat ik nu ga beschrijven komt uit 1430, nog voordat Columbus de oversteek maakte. Dit recept is afkomstig uit een historisch kookboek geschreven in 1888 waarin recepten uit de middel eeuwen worden beschreven: Two Fifteenth-Century Cookery Books. Het originele recept was handgeschreven op papier, gedateerd 1430. Ik vond het in het boek Van Soeter Cokene uit 1976, ook al weer 47 jaar oud.

Ik werd door dit recept aangetrokken door het gebruik van wilde bloemen in combinatie met groenten. Tegenwoordig kennen we de gewoonte niet meer om bloemen te plukken en deze als ingrediënt voor gerechten te gebruiken, maar wat moet dat lekker zijn, een beetje geurig. Doordat er bloemen worden gebruikt, kun je deze soep alleen maken in de periode dat deze bloemen bloeien, van mei tot oktober.

In dit recept worden borage, viooltjes, malve, nagelkruid, melde en slangenkruid (familie van de borage) gebruikt in combinatie met rode bieten en worteltjes. De hoeveelheden weren niet genoemd, van echte recepturen was nog geen sprake, je leerde het koken van de generatie voor je. De groenten/bloemen bouillon wordt gemengd met een runderbouillon, mergpijpjes en tot slot afgemaakt met saffraan.

Nagelkruid en melde zijn bladgroenten en bevatten veel oxaalzuur. Als je oxalaatarm eet, laat je deze weg. Borage smaakt een beetje naar komkommer (oxalaatarm). Slangenkruid is familie van borage en bevat ook haast geen oxalaat.

Betreft histamine zijn er wel een aantal belangrijke dingen wat moet je weten:

Runderbouillon getrokken van mergpijpjes is niet aan te bevelen, vanwege het hoge histamine gehalte. Wel kun je er rundergehaktballetjes aan toevoegen.

Saffraan werkt mestcel stabiliserend. Gebruik maar een klein beetje, als de smaak te sterk wordt, kun je hier alsnog een reactie op krijgen.

Voor het lekker heb ik een knoflookteen aan het gerecht toegevoegd, deze gebruik je om samen met het zout de saffraan mee fijn te wrijven, hierdoor komt de geur en de kleur van de saffraan goed vrij. Je kunt nooit teveel knoflook eten.

Men serveerde de soep met hert (wildbraad) en tarwebrij in aparte kommen zodat je zelf de hoeveelheid op kunt scheppen die je lekker vind.

Kijk hier voor nog een Middeleeuws soeprecept.

Een zomers soep recept met bloemen

Klein handje van ieder:(alleen bloemen, geen stelen, gewassen):
Borage, viooltjes, malva, nagelkruid, slangenkruid
2 rode bieten, heel
400 gram wortels, in grove stukken
1 grote aardappel, in grove stukken.
1 liter water
1 liter runderbouillon
drie mergpijpjes
een plukje saffraan
1 teen knoflook
400 gram plakken gebraden wild (hert, fazant, maar eend kan ook)

Doe een liter water in een soeppan. Voeg de bloemen en wortels en bieten toe.
Laat deze een uur stoven tot de bieten gaar zijn.
Haal de bieten en wortels uit de bouillon en houd ze apart.
Schep met een schuimspaan de bloemen uit de bouillon en snijd ze fijn.
Volgens het originele recept voeg je nu witbroodkruim toe om de soep te binden. Ik voeg er liever een aardappel aan toe.
Doe de aardappel in de bouillon en pureer fijn met staafmixer of die de bouillon in de blender.
Snijd de bieten en wortels in kleine blokjes en doe terug in de bouillon samen met de gesneden bloemen.
Voeg 1 liter zelfgemaakte runderbouillon en de mergpijpjes toe en laat de soep nog een half uurtje trekken.
Verwijder de mergpijpjes, snij het merg uit de pijpjes. Snijd in plakjes en doe terug in de bouillon.
Maak de groentensoep af door een theelepel zout, 1 teen knoflook en de saffraan met elkaar fijn te wrijven in een vijzel.
Meng deze knoflookpuree door de soep.
Breng de soep nog verder op smaak met zout en peper.
Serveer met wild gebraad of met uitgebakken spek.

Eet smakelijk!

Serotonine en Histamine

Hoe komt het toch dat de meeste mensen met histamine intolerantie ook hooggevoelig zijn en een lage pijndrempel hebben. 

Waarom komen prikkels als geluid en licht zo hard binnen? En waarom zijn het voornamelijk vrouwen?

 

Het antwoord is: hormonen. Histamine is net als serotonine een neurotransmitter. Het geeft in de hersenen signalen door. Hier is het mede verantwoordelijk voor de slaapcyclus, samen met melatonine en cortisol.

Serotonine is een neurotransmitter en geeft je een tevreden rustig gevoel en heeft invloed op het geheugen, stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust en pijnprikkels. Ook hoogsensitiviteit wordt in verband gebracht met een laag serotonine gehalte.

Elain Aron, de grondlegster van het begrip HSP(high sensitive person) denkt dat het serotonine gehalte van mensen met HSP sneller opraakt dan bij mensen zonder HSP. Hierdoor kunnen angst, depressie, irritatie maar ook gewelddadig gedrag ontstaan. Bij histamine intolerantie zie je ook angst en depressie.

 

Opvoeding, liefde, zelfzorg en serotonine

Ook zouden mensen met een chronisch laag serotonine gehalte in hun jeugd niet goed geleerd hebben om stress en hun gemoed hanteren. Als kinderen in hun jeugd te weinig, of niet geknuffeld worden, je niet troostte als je verdrietig was, leer je dat ook niet voor jezelf te doen. Doordat er in de vroege jeugd geen hulp was kun je dan in je volwassen leven snel overweldigd worden door emoties, je kunt emoties binnenhouden waardoor depressies, angst of schaamte ontstaat, of ze juist naar buiten brengen in de vorm van boosheid, veeleisendheid en zelfdestructie. Hierdoor ontstaat er afkeuring van de buitenwereld en ontwikkel je een laag zelfbeeld met alle gevolgen van dien. 

Vrouwen hebben hier vaker last van dan mannen omdat mannen over het algemeen een hoger serotoninegehalte hebben, want testosteron verhoogt serotonine: hoe hoger het testosterongehalte, hoe hoger het serotoninegehalte.

 

Het verband tussen histamine, serotonine en ADHD

Als een kind met een erfelijke gevoeligheid voor biogene aminen geboren wordt, kan het histamine gehalte in de hersenen maar ook in de rest van het lichaam van kinds af al verhoogd zijn. Volgens de DAO Deficiency website zou 80% van de kinderen met ADHD een tekort aan diamine oxidase hebben, het enzym wat histamine afbreekt.

Bij ADHD zijn er vaak voedselintoleranties, exorfinen, morfine achtige stoffen in zuivel, tarwe, soja en spinazie kunnen rol spelen, net zoals een overgevoeligheid voor e-nummers. Bij een tekort aan DAO ontstaat er een te hoog histamine gehalte, dit kan in de hersenen zorgen voor veel onrust en hyperactiviteit omdat histamine een prikkelende neurotransmitter is: Je staat altijd ‘aan’ .

Niet alleen verlaagd histamine het serotonine gehalte, als het kind ook nog eens te weinig positieve aandacht krijgt, is het dubbel belast en zal het serotonine gehalte erg laag zijn waardoor er veel gevoeligheden ontstaan en angsten en depressie zich kunnen ontwikkelen.

Als je een hoog histamine gehalte in de hersenen hebt door een genetische mutatie is er vaak een tekort aan serotonine of een te lage activiteit van serotonine, dit wordt veroorzaakt door te hoge aantallen van het enzym die neurotransmitters opnemen: de serotonine reuptake transporter(SERT). Het enzym zou je kunnen verlagen door de methylatie te verbeteren. Zo kan serotonine beter werken.

Wil je de serotonine en histamine in balans brengen verbeter dan de methylatieHIER kun je meer lezen over wat methylatie is en waarom het belangrijk is dat het goed werkt.

Deze website is niet overladen met advertenties. Wat voor jou als lezer natuurlijk erg prettig is. Voor de maker van deze website betekent dit dat er geen inkomsten binnenkomen voor de tijd en arbeid die in de website wordt gestoken. Daarom is het mogelijk om het werk te ondersteunen met een donatie.

[doneren_met_mollie]

Leptine resistentie veroorzaakt mestceldegranulatie

Heb je constant trek in eten, ook al weet je dat je geen honger hebt? Lees dan vooral verder! Het ligt niet aan je wilskracht, het feit dat je je onbedaarlijke trek niet onder controle krijgt is een hormonaal probleem.  Je bent waarschijnlijk leptineresistent. Leptine is een hormoon wat door de vetcellen wordt geproduceerd. Hoe meer vetcellen je hebt, hoe meer leptine. Leptine werkt voornamelijk op de hersenen. 

 Tot nu toe zijn de onderzoeken naar leptine voornamelijk gericht op obesitas omdat mensen met chronisch overgewicht altijd trek in eten lijken te hebben. Maar ook mensen met MCAS en andere mestcelziekten waarbij mestcellen te actief zijn kunnen leptine problemen hebben. 

 

Het hormoon leptine werd pas in 1994 ontdekt, voor deze tijd wisten we dus niet hoe het kwam dat sommige mensen altijd trek hadden en maar niet afvielen, ook niet als ze een streng dieet volgden en zich keurig aan het dieet hielden. 

Hoe werkt leptine?

De bekendste werking van leptine is als hormoon die de boodschap aan de hersenen doorgeeft dat je genoeg hebt gegeten. De vetcellen in je lichaam geven dit hormoon af zodra ze vol zitten. Je krijgt dan ook veel sneller een seintje dat je moet stoppen met eten als je vetrijk eet, dan als je suikerrijk eet. Als je voldoende vetten hebt gegeten, gaat je lichaam vet verbranden in plaats van suikers.  Hoe zwaarder je weegt, hoe meer vetcellen je hebt, hoe meer leptine je hebt.  Hoe hoger je leptinegehalte, hoe meer je hersenen weten dat je minder moet eten om op een gezond gewicht te blijven. Dit is in een gezonde situatie. Zo voorkomt je lichaam overgewicht. 

Hierdoor blijft je lichaam geloven dat je niet genoeg energie hebt opgeslagen en dat je honger hebt. Je blijft dan eten. Daarnaast zorgt je lichaam ervoor dat je minder energie verbruikt zo bespaar  je energie, want het lichaam denkt dat er schaarste is en de energie moet zo efficiënt mogelijk gebruikt worden. 

Mestcelactivatie en leptine

Ook als je slank bent kun je leptine resistent zijn.  Dit komt vooral veel voor bij mensen met MCAS. En dat zijn er naar mijn idee veel meer dan we tot nu toe aannemen. Dr. Afrin, de arts en onderzoeker op het gebied van MCAS legt de link tussen insulineresistentie en MCAS. Mestcellen zitten overal in het lichaam en reageren op signalen uit het immuunsysteem maar ook op uitdroging. Suiker droogt je cellen uit. Een te hoog bloedsuikergehalte activeert mestcellen om te degranuleren en histamine uit te scheiden zodat bloedvaten verwijden en er meer vocht naar de cellen kan. 

Leptine is een hormoon en tevens cytokine, in dit geval werkt deze cytokine als onderdeel van het immuunsysteem door leptinereceptoren te produceren.

 Leptine heeft verschillende taken, het zorgt dus niet alleen dat je trek verdwijnt na het eten van vetten. 

 

Leptine

  • verlaagt de glucose gestimuleerde insuline vrijlating
  • reguleert trek in eten
  • activeert immuuncellen
  • helpt bij het reguleren van de schildklierhormonen
  • reguleert de botdichtheid
  • verhoogt de hartslag
  • hoge bloeddruk
  • reguleert de menstruatie
  • reguleert stofwisseling en energie homeostase
  • reguleert het circadiaanse ritme (gezond waak/slaap ritme )

Hoe ontstaat leptineresistentie?

Verkeerde voeding

Er zijn meerdere oorzaken van leptineresistentie, de meest voorkomende is het teveel consumeren van koolhydraten en dan vooral snelle koolhydraten zoals pizza, pannenkoeken, koekjes, wit brood, snoep, patat, chips. 

 

Maar ook voedsel intolerantie en voedingsallergie kunnen darmklachten, een lekke darm en ontstekingen veroorzaken. Is het lichaam in een constante staat van ontsteking, dan kun je je voorstellen dat mestcellen degranuleren en er leptine vrijkomt en er zo leptineresistentie ontstaat.

 

Verkeerd dag/nacht ritme

Leptine reguleert het dag- en nachtritme, ofwel het Circadiaans ritme.  Andersom is leptine gevoelig voor verstoringen in dit ritme. Als je vaak te laat naar bed gaat en veel achter een scherm met licht zit, computer of televisie, of er is veel straatverlichting en je hebt geen goede gordijnen, dan sta je vermoeid op.

Hierdoor heb je overdag extra trek in koolhydraten en kun je al snel overeten. Ook al heeft leptine een signaal gestuurd om te stoppen met eten. Je neemt toch koolhydraten om je vermoeidheid weg te eten. Er wordt nog meer leptine naar de hersenen gestuurd. Gebeurt dit regelmatig, dan ontstaat er leptine resistentie.

 

Immuunfuncties en leptine

Leptine reguleert ook de immuunfuncties. Dat doet het via de leptine receptor die door immuuncellen tot expressie worden gebracht. Ondanks dat dit bekend is, is er weinig tot geen onderzoek gedaan naar hoeveel dit is. Er is wel aangetoond dat mestcellen in de huid, het maag-darmkanaal, urinewegen en ademhalingswegen leptine tot expressie brengen. Hoe meer overactieve mestcellen hoe vaker de receptoren in de hersenen het signaal krijgen dat er genoeg is gegeten. Als dit teveel en te vaak gebeurt, worden deze receptoren resistent en registreren ze het niet meer. 

 

Aan de andere kant is het zo dat leptine stimuleert mestcellen te degranuleren en histamine vrij te laten.  Het is dus een vicieuze cirkel.

Het bevordert de ontstekingsactiviteit van mestcellen waardoor ze bij ontstekingsprocessen hun stoffen vrij kunnen laten.  Deze ontstekingsactiviteit is gunstig om ziekte te bestrijden. Maar blijvende ontstekingen zorgen in combinatie met leptineresistentie en insulineresistentie voor obesitas en diabetes. 

Zo zag men in een onderzoek bij muizen die genetisch minder mestcellen hadden en een tekort aan leptine, ze snel obees werden en diabetes kregen. 

 

Blijft het leptine voor een langere periode te hoog, dan stijgt de ontstekingsgevoeligheid van het lichaam en worden de leptine receptoren minder gevoelig. Het signaal om te stoppen met eten wordt niet meer gegeven.

Je blijft maar trek houden in eten.

Er is leptine resistentie. 

 

Het lichaam moet meer leptine produceren en uitscheiden om hetzelfde effect te krijgen en ontstekingen stijgen. Mestcelactivatie stijgt. En zo gaat het maar door.

 

Welk dieet bij leptine resistentie?

Als je leptineresistentie hebt en een dieet volgt waarbij je op calorieën let, waarbij je minder eet, waarbij je weinig vetten binnenkrijgt maar nog wel koolhydraten, zullen ervoor zorgen dat je lichaam uitgeput raakt.  Je verliest in het begin misschien wel vetmassa, maar komt daarna op een plafond, je staat stil.  

 

Dit soort diëten draaien leptineresistentie niet om, maar maken het erger. Je hersenen kunnen door dit crashdieet je honger en eetlust juist vergroten en je energieverbruik nog verder verminderen.

Bovendien terroriseer je jezelf omdat je toch al heel erg trek had, die trek wordt alleen maar erger. Tot je eindigt in een vreetaanval en je heel erg boos op jezelf bent. 

Dus begin er alsjeblieft niet aan! Dit is niet wat je lichaam wil!

 

Leptineresistentie gaat vaak hand in hand met insulineresistentie en het ontstaan van diabetes. Wil je dit voorkomen, dan is verandering van dieet en leefstijl belangrijk.

 

Leptine is  net als insuline gevoelig voor stress en koolhydraatrijke voeding met snelle suikers. Als je veel koolhydraten en snelle suikers gebruikt en als je veel stress hebt werkt je lichaam op glucose. 




Heb jij leptineresistentie?

Dit zijn de symptomen, je hoeft ze niet allemaal te hebben, maar minstens vijf.

 

  • Je hebt constant trek, vooral in suiker en koolhydraten
  • Je hebt een hongergevoel, ook na de maaltijd
  • Je komt aan in gewicht
  • Je hebt moeite met afvallen of je komt na het afvallen snel weer aan
  • Je hebt buikvet
  • Je hebt niet genoeg energie
  • Je hebt bloedsuikerschommelingen
  • Je hebt hoge triglyceriden
  • Je hebt een hoge bloeddruk
  • Je ervaart snel en vaak stress

Leptine resistentie aanpakken

  1. Gebruik niet meer dan drie maaltijden per dag met minimaal 4 tot 5 uur ertussen. Dit is naar mijn idee een van de belangrijkste punten. Dit is ook waarom mensen zich zo goed voelen als ze aan Intermittent Fasting doen. Je hormonen kunnen dan herstellen. In eerste instantie leptine, daarnaast ook insuline. Als leptine verbetert dan kunnen de alvleesklier, schildklier, bijnieren  en de stofwisseling ook verbeteren. 
  2. Eet een eiwitrijk en vet ontbijt. Neem gerust drie of vier eieren met spek. Of een hamburger of steek van 200 gram. Hier kun je makkelijk 4-5 uur doorkomen zonder trek in eten. Je hebt vetten en eiwitten nodig voor de verzadiging en om  hormonen te kunnen produceren en herstellen.
  3. Eet niets tussendoor. Doe je dat wel dan krijgen je hersenen nog steeds de prikkel en zal de resistentie niet afnemen.
  4. Wil je afvallen, eet dan niet meer dan 50 gram koolhydraten per dag. 
  5. Eet je laatste maaltijd voor 19.00 uur.  Tussen slapen en eten moet minimaal 3 uur zitten.
  6. Ga na zonsondergang een uur in het schemerdonker zitten. Dus als het om zes uur s avonds donker is. Zet dan niet alle verlichting aan, maar alleen sfeerlicht. 
  7. Ga uiterlijk om 22.00  uur naar bed. Kun je nog niet slapen,  doe het licht dan in ieder geval uit. Slaap je niet, dan rust je toch. Uiteindelijk zal je ritme zich herpakken als de hormonen weer in balans zijn.
  8. Sporten mag niet tot je leptine gevoelig bent, wandelen en rustig zwemmen wel.

Door leptine resistentie aan te pakken, pak je je hele lichaam aan. Je schildklier, bijnieren en alvleesklier kunnen dan beter functioneren. Ook mestcelactivatie vermindert. 

Hoe herken je een gezonde leptine werking?

Ofwel: hoe merk je dat je herstelt van leptineresistentie?

  1. Vooral mannen ervaren een snel gewichtsverlies. Bij vrouwen kan dit wat langer op zich wachten.
  2. Vrouwen merken dat hun emoties stabieler worden en dat de kwaliteit van slaap verbetert. Kleding gaat anders zitten doordat het lichaamsvet beter verdeeld raakt. Gewichtsverlies gaat langzamer doordat de hypofyse langer nodig heeft te herstellen. 
  3. Je zweetpatroon verandert,  je gaat sneller zweten bij activiteit, omdat de vetverbranding op gang komt (zweten is goed).
  4. Je voelt je energieker en je herstelt snel van beweging.
  5. Je honger en je eetbuien verdwijnen.
  6. Je wordt uitgerust wakker.
  7. Libido gevoel herstelt.

Bronnen

Deze website is niet overladen met advertenties. Wat voor jou als lezer natuurlijk erg prettig is. Voor de maker van deze website betekent dit dat er geen inkomsten binnenkomen voor de tijd en arbeid die in de website wordt gestoken. Daarom is het mogelijk om het werk te ondersteunen met een jaarabonnement, je krijgt dan tevens toegang tot de exclusieve uitgebreide  artikelen of je kunt een bedrag doneren.

[doneren_met_mollie]

Hoe je genen je histamine verhogen

We hebben tot nu altijd gehoord dat je genen zijn wie je bent en dat je hier niets aan kunt doen, leer er maar mee leven. Gelukkig zijn deze tijden voorbij. Tegenwoordig weten we dat je je genen kunt beinvloeden. Dit noemt men  epigenetica.
Lees in dit artikel welke genen belangrijk zijn bij histamine intolerantie en het mestcel activatie syndroom en wat je kunt doen om deze te verbeteren.

Het is handig om te weten welke genen je klachten veroorzaken, zeker als je al van alles aan je gezondheid hebt verbetert, je darmen en je lever werken goed maar ondanks alles blijf je klachten houden. Of je bent net nieuw op dit vlak en wil het vanaf de start grondig aan pakken met alle kennis die er is. 

Je kunt zelf je  genen laten onderzoeken. Je ziet dan aan de hand van een eenvoudige DNA test welke genmutaties je hebt. Een genmutatie noemt men een SNP (spreek uit snip) of een polymorfisme.  De SNP’s in jouw DNA maken de persoon die je bent. Anders zouden we allemaal kloons van elkaar zijn. De SNP’s maken ieder mens uniek en daarmee ook ieder mens vatbaar voor andere verstoringen in de lichaamssystemen. Het betekent dus niet dat als je een bepaalde mutatie hebt, je daar dan ook ziek van wordt. Je hebt er alleen meer aanleg voor en pas als er lichaamssystemen uit balans zijn, kun je sneller een aandoening ontwikkelen omdat sommige genen waarbij een SNP is, langzamer of sneller werken waardoor je een tekort of een teveel van sommige stoffen hebt.

 

Wetenschappelijke onderzoeken 

MCAS is een aandoening waarbij heel veel verschillende stoffen betrokken zijn, een mestcel laat veel mediatoren vrij bij degranulatie. Daarnaast kan een mestcel om veel verschillende redenen degranuleren. Er zijn tot nu toe geen wetenschappelijke genetische onderzoeken geweest naar bepaalde SNP’s die MCAS zouden veroorzaken. MCAS is net als HIT het gevolg van lichaamssystemen die uit balans zijn.  Er zijn dus, zoals we er nu naar kijken, veel verschillende genen betrokken bij het ontstaan van MCAS , veel meer dan bij HIT.

Genen en enzymen

Genen zijn de codes voor enzymen en bepalen of er veel of weinig van een enzym is en of deze goed werken.  Bij sommige genen staat de werking aangegeven, deze kun je aflezen op een DNA onderzoek bij 23andme.com of Ancestry.com.  De gegevens komen Genetic Lifehacks. Als er gegevens over een gen zijn heb ik ze overgenomen.

De lijst wordt nog zo nu en dan aangevuld.

DAO, diamine oxidase

Het gen wat DAO codeert heet AOC1 (Amine Oxidase Copper Containing 1).  DAO breekt de volgende biogene aminen af: histamine, putrescine, spermine en spermidine. Het is betrokken bij allergische en immuunresponsen, celprolifatie (celgroei), weefsel differentiatie, tumorformatie en mogelijk apoptose (geprogrammeerde celdood).  Men denkt dat het DAO in de placenta een rol speelt in de regulatie van de  functie van de vrouwelijke reproductie organen. 

Andere namen voor het DAO gen zijn: AOC1 , histaminase, ABP1, ABP, DAO1, KAO, Amiloride-Sensitive Amine Oxidase, EC 1.4.3.22.

Een allergie voor Trimethoprim  wordt in verband gebracht met een SNP in het AOC1 enzym. Trimethoprim is een antibioticum voor de behandeling van blaasontstekingen.

Naast AOC1 is er ook nog het AOC2 gen, deze breekt histamine, dopamine en putrescine af. 

De Biogene aminen worden met behulp van het histamine metabolisme in vier verschillende paden afgebroken:

1. Histidine stofwisseling, hierbij zijn 23 genen betrokken.  (link)
2. Histamine biosynthese, hierbij is 1 gen betrokken (link)
3. Histamine katabolisme hierbij zijn 8 genen betrokken. (link)
4. Histamine afbraak,  hierbij zijn 2 genen betrokken (link)
Bij de histamine afbraak zijn DAO en HNMT genen betrokken, maar in de hele stofwisseling zijn 23 genen betrokken.

Daarnaast is het DAO gen ook afhankelijk van de groep Cytochroom 450 enzymen in de lever. Deze enzymen breken medicatie, supplementen, hormonen ene gifstoffen af en zijn betrokken bij de afbraak van histamine, o.a. met behulp van methylatie. Als er SNP’s in deze groep enzymen zijn kun je moeilijker stoffen afbreken, zie verder bij CYP 450.

De werking van dit AOC1 wordt verlaagd door Amiloride, een diuretisch medicijn.

Als het AOC1  langzamer werkt heb je een tekort aan DAO en zul je altijd extra aandacht moeten besteden aan je darmgezondheid en de co-factoren (vitamine en mineralen) om DAO te produceren en activeren. Daarnaast moet je ook op blijven letten met histaminerijke voeding.

De genetische code voor AOC1 is rs10156191 (23andMe v4; AncestryDNA):

  • C/C: normaal
  • C/T: verminderde DAO productie, verhoogd risico op migraine door verhoogd histamine.[ref]
  • T/T: verminderde DAO productie [ref][ref], verhoogd risico op migraine door verhoogd histamine. [ref]

HNMT, histamine n-methyltransferase

Het gen wat het HNMT enzym codeert is C314T, in het genetisch rapport is dit:  rs11558538

Een mutatie in het C314T gen zorgt voor 30 tot 50% minder activiteit van het HNMT gen. 

In dit onderzoek zag men dat een SNP in dit gen een risicofactor is voor de ontwikkeling van atopisch dermatitis (atopisch eczeem) astma en allergische rhinitis. 

In dit onderzoek zag men dat mensen van Chinese afkomst een lager HNMT activiteit hadden dan kaukasische mensen. Hierdoor komt een maagzweer vaker voor bij Chinezen. 

Men brengt een verlaagd HNMT in verband met een hoger histamine gehalte in de hersenen waardoor er een hoger risico is op de ziekte van Parkinson en ADHD. Link

Andere genen die de werking van het HNMT enzym beinvloeden:  

De rs1050891 (939A>G, 3′-UTR)  varianten zorgen voor een verhoogde werking  (messenger RNA stabiliteit), terwijl rs758252808 (c.179G>A, p.Gly60Asp) en rs745756308 (c.623T>C, p.Leu208Pro)  voor een verlaagde werking zorgen.  (Wikipedia)

SAMe

S-adenosylmethionine (AdoMet, ook wel SAMe genoemd) is de biologische hoofddonor van methyl. Het wordt in alle cellen gesynthetiseerd, maar voornamelijk in de lever. SAMe heeft voor de biosynthese het enzym methionine adenosyltransferase (MAT) nodig. In zoogdieren zijn er twee genen, MAT1A die voornamelijk in de lever wordt uitgescheiden en MAT2A wat door alle weefsels buiten de lever wordt uitgescheiden. Mensen met een chronische lever ziekte hebben een verminderde MAT activiteit en daardoor lagere SAMe gehalte.

85% van de methylatie van SAMe vindt in de lever plaats.

HNMT is afhankelijk van een goede methylatie en voldoende SAMe, (s-adenosyl methionine). Om dit voldoende aan te kunnen maken is er voldoende vitamine B12, B6, folaat nodig. Daarnaast kan er een SNP in het gen zijn. Het gen voor SAMe is  MAT2A (Methionine Adenosyl transferase 2A. Dit enzym maakt SAMe uit methionine en ATP.

Interessant om te weten is dat SAMe een niet competatieve verlager is van CYP2E1 activiteit, en als SAMe verlaagd is worden hepatocyten gesynthetiseerd naar CYP2E1  waardoor deze te toxisch is. Daardoor zou exogene SAMe beschermen tegen CYP2E1-afhankelijke hepatotoxiciteut in vivo ()

In Nederland is SAMe als supplement te krijgen,  maar in Rusland, India, China, Italie, Duitsland, Vietnam, Mexico alleen op recept te vergrijgne is.(informatie van María Roche, International Pharmaceuticals Abbott).

Link

DPP4, dipeptydylpeptidase 4

Andere benamingen: DPPIV, CD26; ADABP; ADCP2; DPPIV; TP103; Post-Proline Dipeptidyl Aminopeptidase IV; Xaa-Pro-Dipeptidylaminopeptidase; Gly-Pro Naphthylamidase; Dipeptidyl-Peptidase 4; Dipeptidylpeptidase 4;CD26 Antigen; DPP4

Het DPP-4 gen wordt codeert het enzym dipeptidyl peptidase 4, dit is identiek aan ADCP-2 (adenosine deaminase complexing proteine-2) en aan het antigen wat de T-cellen activeert CD26. 

Het is sterk betrokken bij de stofwisseling van glucose, insuline en de immuunregulatie. 

Dr. Afrin de onderzoeker op gebied van MCAS, ziet dat iedereen met lMCAS insulineresistentie heeft. Een tekort aan DPP-IV zou daar een verklaring voor kunnen zijn, maar dit is mijn eigen conclusie en is nog niet verder onderzocht.

Het is aangetoond dat het eiwit ook een functionele receptor is voor het Midden-Oosten ademhalingsprobleem bij het coronavirus (MERS-CoV)
en eiwitmodellering suggereert dat het een vergelijkbare rol kan spelen met SARS-CoV-2, het virus dat verantwoordelijk is voor COVID-19. [verstrekt door RefSeq, april 2020]

Het DPP-4 enzym wordt gestimuleerd door vitamine A.

Voedselintoleranties en voedselallergien
DPP-4 prolifereren in T-cellen, B-cellen, NK-cellen.
Deze cellen en hun bijproducten (antistoffen) spelen een centrale rol in het adaptieve of verworven immuunsysteem.
Dit is het aanpassingsimmuunsysteem tegen ziekteverwerkers zoals pathogenen en eiwitten die antistof-reacties kunnen teweegbrengen (bv. de IgG, IgE antistoffen door voeding)
Verstoringen in de werking van CD26 zijn betrokken bij diverse (auto) immuunaandoeningen. Voorbeelden zijn allergieën, astma, CVS, kanker, fibromyalgie, reumatoïde arthritis, lupus, depressie en autisme .

 

Autoimmuunziekten, diabetes en MCAS

Een verstoring in de werking van het enzym is betrokken bij de meeste (auto) immuunziekten.
Dit doet de vraag rijzen of wel een goed idee is om medicinale DPP-IV CD26 remmers in te zetten voor de behandeling van diabetes. Zeker nadat bekend werd dat deze geneesmiddelen de kans op kanker doen toenemen.  Auto-immuunziekten in combinatie met MCAS komen veel voor.

Er zijn onderzoeken waarbij de DPP-IV enzymfuncties (in bepaalde omstandigheden) onafhankelijk van elkaar blijken te werken. Dit betekent dat iemand geen immuniteitsproblemen kan ondervinden (CD26), maar wel andere complicaties ten gevolge van een DPP-IV tekort. De enige bedenking is dat dit onderzoek is gesponsord door fabrikanten van enzym.

Informatie over het gen: 

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/gene/1803
https://www.genecards.org/cgi-bin/carddisp.pl?gene=DPP4&keywords=Dipeptidylpeptidase-4

Meer informatie over welke voeding en medicatie de werking van het DPP-4 gen beinvloeden op VoedingsadviesRotterdam.

Omdat exorfinen in voeding de werking van DPP-4 sterk kunnen verlagen, kan een onderzoek naar exorfinen belasting nuttig zijn. Deze is aan te vragen via een consult bij histamine-intolerantie.nl. Een andere optie is een exorfine vrij dieet.

NAT2, N-acetyltransferase 2

Dit enzym is betrokken bij de acetylatie van serotonine en stoffen als histamine.

De hoofdwerking van dit enzym is de activatie of ontgifting van xenobiotica zoals acrylamines de fase 2 van de ontgifting in de lever.

Een polymorfisme in dit gen verlaagt de activiteit van het enzym en kun je of een snelle acetyleen of een langzame acetylator zijn. 

Betreft histamine afbraak breekt dit enzym de histamine af die ontstaat door fermentatie in de darmen. Histamine wordt met behulp van acytylatie afgebroken tot acetylhistamine.

De cofactor voor NAT2 is Acetyl CoA (co-enzym met thiolgroep)

De volgende stoffen vertragen de werking van NAT2:Acetaminophen (pijnstiller gegeven bij artrose), Cisplatin (kankerremmende medicijnen), Triazole (fluconazol, schimmeldodend middel), zoethout en knoflook

Lanzaam  (0,998731) Dit fenotype breekt langzamer histamine, medicatie en chemische stoffen uit het milieu af.

Mensen met een langzame acetylator status kunnen moeite hebben om medicatie en chemicaliën te verwijderen, hierdoor lopen zij meer risico op verschillende ziekten als astma, neurologische stoornissen en kanker.

Insuline resistentie 

Een SNP in the NAT2 genwordt in verband gebracht met  insulin resistentie door de gevoeligheid van insuline aan te tasten.

Men denkt dat de rs1208 locatie nabij het NAT2 gen een rol speelt bij insuline resistentie. Eén onderzoek bij muizen laat zien dat wanneer er expressie is van het NAT1 gen verlaagd is, (bij muizen is dit NAT2),er ook een verlaging was in de insuline gestimuleerde glucose opname, daarmee verlaagd ook de gevoeligheid van insuline waardoor resistentie optreedt.

Verder onderzoek toonde aan dat locaties nabij de GCKR en IGFI genen gelinkt zijn aan insuline resistentie.

Verschillende andere locaties zijn vastgesteld in verband met insuline resistentie. Deze locaties zorgen voor 25-44% van de genetische componenten voor insuline resistentie.

Dr. Afrin stelt dat iedereen met MCAS insuline resistentie heeft. Dit zou één van de oorzaken zijn van overmatige mestcel activatie.

CBS, cystathionine beta-synthase

Een SNP in dit gen  kan leiden tot verhoogde CBS werking waardoor mestcellen te snel degranuleren. 

Codeert het enzym wat de snelheid van het transulferatiepad. Dit is belangrijk omdat een hoog homocysteïnegehalte gevaarlijk voor de gezondheid is. Waterstofsulfide is hiervan een bijproduct, en heeft een belangrijke cyto-beschermende en signaalfunctie.

CBS  katalyseert de eerste stap van het transulferatiepad: van homocysteine to cystathionine. Als dit enzym een mutatie heeft werkt het enzym te snel.  Je ziet dan vaak een laag cystathionine en homocysteine gehalte omdat er een snelle conversie naar taurine is . Hierdoor is er een hoog taurine en ammoniak gehalte en is men gevoeliger voor migraine.  Sommige mensen met een snelle CBS werking kunnen een zwavel intolerantie hebben.  

Mensen met deze mutatie kunnen door de verhoogde werking van CBS ook een vertraagde of verminderde BH4 cyclus hebben, deze helpt de neurotransmitters en het gemoed te regelen.
Een MTHFR A1298C kan ook voor een laag BH4 gehalte zorgen, evenals chronische bacteriele infecties en aluminium.
Bij een tekort aan BH4 krijg je sneller  mestcel degranulatie en mogelijk Mestcel activatie stoornis (MCAS).

Een trage methylatie (lage SAM), verhoogd het gereduceerd glutathion gehalte, een te hoog insulinegehalte vertraagt allemaal de werking van dit gen.

De werking verbetert als de SAM en zink verhoogd worden en het homocysteïne gehalte daalt. 

PEMT, phosphatidylethanolamine methyltransferase

Het PEMT gen zorgt voor voldoende fosfatidylcholine, dit is de meest voorkomende fosfolipide. Fosfolipiden heb je nodig als bouwstof voor de celmembraan.

En heel belangrijk: Het stimuleert het HNMT enzym!

Daarnaast wordt het gebruikt voor:

  • Hersenfunctie, waaronder de vorming van belangrijke neurotransmitters zoals acetylcholine.
  • Leverfunctie – Fosfolipiden zorgen voor de balans tussen triglyceriden en cholesterol. En het speelt ook een belangrijke rol bij de productie van galzuur.
  • Methyl reacties – Fosfolipiden zijn betrokken bij meer dan de helft van de methyl reacties
  • Darmgezondheid – Fosfatidylcholine beschermt de slijmvliezen in de darmen tegen infectie.
  • Groei en ontwikkeling – Fosfolipiden zoals choline zijn essentieel voor de groei bij baby’s en kinderen.

Een TT mutatie zorgt voor 30% lagere PEMT activiteit hierdoor wordt er minder fosfatidylethanolamine in fosfatidylcholine omgezet. Je hebt dan een lager choline gehalte.

Bij onderzoek onder vrouwen met deze mutatie zag men dat als de vrouwen minder betaine(TMG) innamen het risico op borstkanker 2x zo groot was. Bij onderzoek onder Chinese vrouwen zag men een verhoogd risico op Alzheimer.
Een RS 7946 mutatie helpt doordat het methylgroepen spaart voor andere biologische activiteiten.

Deze SNP zou beschermen tegen ziekten als malaria doordat er minder choline in de menselijk ‘host’ is, hierdoor kan de malariaparasiet niet vermenigvuldigen. 

Om te weten of je voldoende choline hebt  kun je je kunt je laten testen op plasma lipiden.

Je zou kunnen in de menopauze kunnen suppleren met choline of iedere dag twee eieren eten.

Je kunt choline met voeding aanvullen door middel van eidooier, zonnebloempitten, lijnzaad, noten en andere zaden of lever en volvette zuivel producten.

Je hebt ook behoefte aan meer fosfatidylcholine, hiervoor kun je lecithine gebruiken. Je kunt dit aanvullen met (gekiemde ) zonnebloempitten.

PEMT gebruikt veel methyl, je kunt SAMe (S-adenosyl methionine) gebruiken om de methyl te verhogen, gebruik hierbij ook TMG(Betaine).

FASE 1 ontgifting in de lever

Deze grote groep enzymen breken in de eerste fase van de ontgifting in de lever gifstoffen, medicatie supplementen en hormonen af. Als SNP’s in CYP450 enzymen zijn, werken deze enzymen langzamer of sneller, meestal langzamer. Hier kun je rekening mee houden als je medicatie moet gebruiken. Medicatie werkt langer door en moet lager gedoseerd worden. CYP450 enzymen zijn ook belangrijk voor het afbreken van extracellulaire histamine.

Deze enzymen hebben heem als cofactor. Heem is onderdeel van hemoglobine. Bij een tekort aan heem kan er een tekort aan CYP450 enzymen ontstaan. Dit tekort kan ontstaan door oxidatieve stress. Een tekort aan heem kan ook genetisch zijn, dan is er vaak sprake van porfyrie. Kijk op wikipedia voor een lijst met de genen in het heem-pad.

CYP 450 enzymen zijn naast de afbraak van gifstoffen ook betrokken bij de synthese van cholesterol, steroiden en andere vetten.

Glyfosaat, de werkzame stof in Roundup, vermindert de werking van CYP450 enzymen. Gebruik zoveel mogelijk biologische groenten en fruit, zeker als er mutaties in deze enzymen zijn.

 

CYP1A1 ontgift sigarettenrook en oestrogeen . Een mutatie in dit gen verhoogt het risico op longkanker omdat PAH niet goed afgebroken kunnen worden.

CODE rs1799814  A2452C (23andMe v.4, v.5; AncestryDNA):

  • G/G: normaal
  • G/T: een CYP1A1*4 allele
  • T/T: verhoogde enzym activiteit, CYP1A1*4[ref]

CYP1A2 breekt cafeine, PAH in sigarettenrook, aflatoxine B1 (mycotoxine in granen) en acetaminofen (paracetamol) af.

Heb je een SNP in CYP1A2 en heb je een verhoogd oestrogeen gehalte, vermijd dan voeding met fyto-oestrogeen en GMO voeding en groente, fruit en granen wat met glyfosaat is besproeid. Dit is ook met veel tarwe het geval. Gebruik BPA vrije plastic materialen of beter nog gebruik geen plastic voor je voeding.

CYP 1A2 en kanker: Deze genen zijn  een van de belangrijkste enzymen om oestrogeen af te breken en wordt in verband gebracht met hormoongerelateerde kankers. Roken en vlees met zwarte randjes bevatten aromatische hydrocarbon en heterocyclische aminen, deze worden door CYP1A2 geconverteerd, als de werking van dit enzym verminderd is, worden deze kankerverwekkende stoffen niet goed geconverteerd en is het risico op kanker hoger.

Xenobiotica stofwisseling: inactiveren van cafeïne, theofylline, warfarin, phenacetin. Cafeïne kan het oestrogeengehalte met 70% verhogen.Hierdoor kan er bij gebruik van veel cafeïne het oestrogeen extreem hoog worden en kan er  hormoongerelateerde kanker ontstaan.

 

CYP2C9 breekt medicatie af en de expressie ervan wordt geïnduceerd door rifampicine. Het is bekend dat het enzym veel xenobiotica metaboliseert, waaronder fenytoïne, tolbutamide, ibuprofen en S-warfarine.

CYP2C19 breekt medicatie zoals xenobiotiva, waaronder anticonvulsie medicatie zoals mefinytoine, omeprazole, diazepam en sommige barbituraten.

CYP2C8 breekt medicatie, xenobiotica en arachidonzuur af.

CYP 2A6 breekt medicatie en nicotine af. De expressie wordt geinduceerd door fenobarbital. Dit enzym hydroxyleerd coumarine. Het metaboliseert ook nicotine, aflatoxine B1(mycotoxine op granen), nitrosaminen. Als er SNP’s zijn is de persoon een zwakke metabool fenotype, dit betekent dat ze coumarine of nicotine niet goed kunnen metaboliseren.

CYP2D6 breekt ongeveer 25% van alle medicatie af. Antidepressieva, antpsychotica, analgesia en antitussieva (hoestdrank), beta adrenerge blokkerende stoffen, antiaritmicen antimetica. Het gen is sterk polymorfisch. Sommige alleles veroorzaken een slechte metabool fenotype waardoor de substraten moeilijk kunnen worden ontgift. Bij sommige mensen met alleles in het gen is er helemaal geen functionerend proteine.

 

CYP3A4 breekt 50 % van alle medicatie af. Breekt glucocorticoiden en sommige farmaceutische stoffen af zoals acetaminofen, codeine, cyclosporen A, diazepam en erythromycine. Het metaboliseert een aan steroiden en carcinogenen.

SNP’s in dit enzym wordt in verband gebracht met oestrogeen gerelateerde kankersoorten. Cafeine verhoogt oestrogeen met 70%. Er zijn veel medicijnen die de werking van dit gen verhinderen.

 

CYP3A5 breekt medicatie, en de hormonen testosteron en progesteron af. Een SNP in dit gen verhoogt het risico op een hoge bloeddruk. Het is betrokken bij de synthese van cholesterol, steroiden en andere vetten.

De CYP 450 groep in beeld gebracht (link)

FASE 2 in de ontgifting van de lever

ACE G2328A (angiotensine II) dit eiwit reguleert de bloeddruk en de vocht- en zouthuishouding in het lichaam. Het stimuleert ook de productie van aldosteron in de bijnieren. Waardoor zout en water door de nieren opgenomen worden.

Cofactoren zijn zink en chloride.

Meet magnesium kalium en natrium middels haarmineraal onderzoek.

Bij histamine intolerantie en MCAS is er vaak sprake van bijnieruitputting als gevolg van een burnout. Hierdoor is er een laag aldosterongehalte en groot tekort aan natrium en kalium.

AGT M235T/C4072T (alanine-glyoxylaataminotransferase) reguleert bloeddruk, electrolyten homeostase en lichaamsvloeistoffen.
De cofactor voor dit gen is vitamine B6. Als er een tekort aan B6 is kan dit gen niet goed werken en  kan er een oxalaatbelasting, preclampsie en hogebloeddruk ontstaan. Suppletie met vitamine B6 (pyridoxine) geeft goede resultaten.


Zorg dat magnesium, kalium en natrium in balans zijn.

 

BHMT 02 C13813T (Betaine-Homocysteine S-Methyltransferase)
Dit enzym kataliseert de conversie van betaine en homocysteine naar dimethylglycine en methionine. Een defect in dit gen kan leiden tot hyperhomocysteinemia (heel erg hoog homocysteine gehalte) of choline deficientie ziekte. Bij deze BHMT02 variant komt ook een hazenlip voor.

FUT2 (fucosyltransferase)

Dit enzym is betrokken bij de vorming van een H-antigeen immuuncomplex en is onderdeel van het Histamine Pad.
FUT 2 vormt de suiker polymeer oligosaccharide. Oligosaccharide is voeding voor de bifidobacteriën in de darmen.
FUT 2 reguleert de expressie van bepaalde “bloedgroep antigenen” en heeft direct invloed op de concentratie darmflora.
Dragers van het FUT 2 genmutatie hebben een lagere concentratie darmbacteriën, bifidobacteriën, een grotere vatbaarheid voor de ziekte van Crohn en verhoogde serumconcentratie vitamine B12, niet dat de beschikbaarheid van B12 op celniveau hoeft te beinvloeden, het is bij deze mutatie wel beter om methylmalonzuur te meten om te weten of er voldoende B12 beschikbaar is.

Interessant is dat de FUT 2 dragers een grotere weerstand tegen pathogene infecties als bijv. H.Pylori, lijkt te hebben en ze ook meer bescherming tegen bepaalde virussen.

Supplement: vitamine B1 Sulbithiamine of Benfothiamine. Gebruik geen gewone thiamine, deze wordt niet goed opgenomen in de hersen-bloed-barriere.

SLC19a1 (Solute Carrier Familie 19 member 1)

SLC19a1 is een transporteiwit wat folaat naar cellen en weefsels vervoert. Foliumzuur en een te hoog zinkgehalte (dus laag kopergehalte ) blokkeert de werking van dit eiwit. Vitamine D verbetert de werking.

MTHFD1->methylenetetrahydrofolate dehydrogenase 1 (op chromosoom 14)

Dit gen wordt in meerdere onderzoeken in verband gebracht met hartziekten, migraine en nekpijn.
Behandeling nekpijn: https://clubalthea.com/2016/10/11/neck-pain-and-mthfr-gene-folate-methionine/

Een hoog homocysteine gehalte kan een tekort aan B12, folaat aangeven waardoor de methylatie niet goed verloopt. Een hoog homocysteingehalte tast ook de genetische polymorfisme (SNP) aan. Dit gen heeft voldoende magnesium nodig om voldoende ATP energie te creëren.
Neem extra magnesium
Neem choline, zeker in de menopauze

MAO, monoamine oxidase

In bewerking wordt nog verder aangevuld.

Zware metalen, methyl en histamine

Het mestcelactivatie syndroom is het gevoel van een onbalans in het lichaam vaak als gevolg van een stapeling van gifstoffen in het lichaam. Dit zorgt voor veel stress, zowel lichamelijk als mentaal. Als je histamine arm eet en er alles aan doet om je klachten te verminderen en je merkt dat het niet lukt om na verloop van tijd weer meer producten toe te voegen, met andere woorden, je blijft maar overgevoelig, bedenk dan dat je wellicht gifstoffen in je lichaam hebt opgeslagen die zorgen voor een overactief immuunsysteem.

 

 

Histamine en methyl

Eén van de factoren die zorgen dat gifstoffen goed afgevoerd kunnen worden is een goede methylatie, als deze te traag verloopt, verlopen alle lichaamsprocessen langzamer en heb je moeite met ontgiften.

 

De methylatie is een cyclus in de stofwisseling waarbij een methylgroep (1 koolstof en 3 waterstof moleculen) aan een stof in het lichaam wordt gebonden zodat er een bepaalde actie plaats kan vinden. Dit gebeurt dus met veel verschillende stoffen, in dit artikel bespreken we histamine en zware metalen.

 

Een goede methylatie is onder andere belangrijk om goed te kunnen ontgiften en cellen te repareren. Hoe goed dit proces verloopt bepaalt hoe het lichaam stoffen af kan breken. 

Als de methylatie niet goed werkt doordat bepaalde genen niet goed werken, zoals bijvoorbeeld bij een MTHFR mutatie, kun je niet genoeg methylgroepen aan een receptor binden, zoals bijvoorbeeld bij histamine. 

Hierdoor stapelt de histamine zich op waardoor er teveel histamine in het lichaam bevindt.  Bij een te lage methylatie is er daardoor een te hoog histamine gehalte. 

Andersom, bij een te snelle methylatie is er een te laag histamine gehalte.

Als er te weinig methyl is zal het lichaam te weinig van de neurotransmitters serotonine, dopamine en norepinefrine maken. Je merkt dit door psychische klachten maar ook door concentratieproblemen, stressgevoeligheid en hoogsensitiviteit en een trage stoelgang.

 

Je kunt een genetisch onderzoek laten uitvoeren om te zien of jij een MTHFR mutatie hebt, dit helpt je om gericht aan de slag te gaan om de ontgifting te verbeteren.

 

 

Methyl reguleert veel lichaamsprocessen 

Methyl is een biologische chemische stof in het lichaam waar we, als we gezond zijn, veel van hebben. In bijna alle enzymen en eiwitten vind je methylgroepen (-CH3). Deze methylgroepen worden in het methylatie proces gekoppeld aan een stof. Als er een grotere biochemische stof wordt gemethyleerd zal de structuur en functie veranderen.  

 

SAMe(S-adenosyl methionine) is de belangrijkste methyldonor. Het methyleert neurotransmitters, neuro hormonen (zoals melatonine en histamine), eiwitten, membraan fosfolipiden (die de celmembraan vormen) en de myelineschede rondom de zenuwen en creatine (gebruikt bij energie transfer)

 

Als de methylatie is aangetast worden de volgende functies en systemen aangetast:

  • het functioneren van de neurotransmitters
  • de structuur en de functie van de eiwit- en celmembranen
  • vetzuurstofwisseling
  • allergische reacties (histamine)
  • myelatie van de zenuwen
  • de transfer van cellulaire energie

Methylgroepen beheersen de genetische expressie tijdens de ontwikkeling in de foetus en in je hele leven. 

Een methylgroep kan zich hechten aan specifieke DNA ketens en dat gen uitzetten. Als de methylgroep is verwijderd, gaat het gen weer aan.

 

De Methylatie Cyclus

Als SAMe een methylgroep doneert (-CH3), wordt het SAH (S-adenosylhomocysteine) en daarna homocysteine. Methionine is de op twee na belangrijkste bron van methylgroepen en kan gemaakt worden van homocysteine door een methylgroep te accepteren uit de foliumzuur cyclus.

 

Je hebt voor de methylatie een constante bron van foliumzuur en vitamine B12 nodig. Een te laag B12 gehalte verzwakt de enzymen die homocysteine terug in methionine omzet. Dit enzym heet methionine synthase.

 

Methylatiecyclus is afhankelijk van:

  • methylfolaat
  • B12

Zware metalen belasting

Naast een MTHFR mutatie kan oxidatieve stress ( de activiteit van vrije radicalen) ook de methylatie synthase verlagen, dus gifstoffen zoals kwik, wat veel oxidatieve stress veroorzaakt, zullen de methylatie cyclus verstoren. Als er een zware metalen belasting is wordt er homocysteïne ingezet om de ontgifting en antioxidanten paden te verbeteren zodat er meer metallothioneine voor de ontgifting van zware metalen en glutathion voor de algehele ontgifting geproduceerd wordt.  

De homocysteïne kan dan dus niet gebruikt worden voor de methylatie cyclus. Waardoor de cyclus trager wordt.

 

Homocysteïne zal nu naar cysteine of  taurine worden omgezet., dit zijn een bronnen van sulfaat, zo kan er meer gal  aangemaakt worden en zware metalen uitgescheiden.

Cysteïne wordt gebruikt bij de vorming van metallothioneine en/ of glutathion, het krachtigste antioxidant en essentiele stof voor het ontgiften van zware metalen.

 

Methyl en Psychose

Paranoïde  schizofrenie wordt in verband gebracht met een te hoge methylatie. Hierdoor is er een laag histamine gehalte. De voornaamste symptomen bij mensen met een laag histaminegehalte zijn auditieve hallucinaties samen met suïcidale depressie, paranoia, religiositeit, slaapproblemen. Supplementen die methyl reduceren zijn foliumzuur, vitamine B12 en vitamine B3. Ook het koper/zink gehalte moet verbeterd worden om de afbraak van histamine te verminderen. Een te laag histamine gehalte is dus ook niet bevorderlijk.

 

Bij mensen met autisme zie je een verlaagde methylatie, in onderzoeken bij autistische kinderen waar de componenten van de methylatiecyclus werden gemeten, waren alle methylatie en transsulferatie markers lager. Er is ook vaak een zware metalen belasting.

De voedingssupplementen die de autistische symptomen vaak verbeteren zijn folinezuur, DMG, TMG, methylcobalamine (B12), zink, vitamine B6 P5P , glutathion, cysteine en sulfaat. Neem deze echter niet op eigen houtje, vraag altijd advies, als je te snel ontgift kunnen er psychische klachten als angst en depressie, maar je kunt je ook ontzettend ziek voelen, wat je dan ook bent. Ontgiften is geen peuleschil.

 

Metallothioneine

Metallothioneine is familie van de cysteïne rijke eiwitten. De belangrijkste functie van dit eiwit is ons te beschermen tegen zware metalen. Je vindt dit eiwit voornamelijk in het darmslijmvlies. 

Het eiwit bestaat uit cysteïne en zink atomen. Zink is een beschermend mineraal. Metallothioneïne beschermt je lichaam door zink uit te wisselen voor lood, kwik, aluminium etc.

Omdat metallothioneine het zinkgehalte in het bloed regelt, kan een tekort aan dit eiwit een koper belasting veroorzaken.

 

Ook bij veel mensen die teveel methyleren hebben kan er  een metaal metabolisme probleem zijn doordat metallothioneine niet goed functioneert. Metallothioneine is bij veel functies betrokken, waaronder de immuniteit van de hersenen, de ontwikkeling van het maag/darmkanaal en het reguleren van metalen.

 

Metallothioneine is essentieel voor het onderhoud van een goede koper/zink ratio. Metallothioneine is zó belangrijk dat een onbalans in zink/koper een indicatie is voor een metallothionein dysfunctie

 

Deze dysfunctie kan een genetische zwakte zijn maar kan ook ontstaan door voedingsstoffen tekorten of onbalansen.  Zink is de belangrijkste voedingsstof

om metallothioneine te maken.  Voor het lichaam is metallothioneine cruciaal voor de regulatie en omgaan met giftige metalen. 

 

Metallothioneine verpakt metalen als kwik, lood en cadmium, door zich aan hen te binden en het zo het lichaam uit te dragen. Kwik of lood in de darmen hebben metallothioneine nodig om de giftigheid te stoppen.

 

Om de dysfunctie te verbeteren kun je een voedingsplan volgen van twee fases waarbij de darmwand wordt hersteld en zware metalen worden afgevoerd. In de eerste fase wordt de darm hersteld en een zink therapie ingezet samen met andere supplementen. 

In de tweede fase worden er glutathion, selenium en extra aminozuren toegevoegd om de ontgifting te bevorderen. 

 

Het ontgiften van zware metalen is een lange termijn therapie en vereist geduld en motivatie.  Hoe ouder iemand is, hoe langer het duurt om te ontgiften van zware metalen. Een kind van twee jaar oud kan in een paar weken goed resultaat boeken, een kind van tien jaar kan er een paar jaar over doen. Volwassenen kunnen er vijf jaar of meer over doen.

Als de darmen zijn hersteld en de organen ontgift van zware metalen zal de methylatie weer goed verlopen,  hoe goed, is afhankelijk van of er een genetische mutatie is aanwezig is. Ook met een mutatie kan de methylatie verbeteren. Je moet er dan wel altijd van bewust zijn dat het lichaam moeilijk kan ontgiften en eens in het jaar een korte ontgiftingskuur doen om de gezondheid te onderhouden. 

Wil je begeleid worden in het ontgiften van je lichaam en het verbeteren van de methylatie waardoor histamine goed afgebroken kan worden en de klachten verminderen of verdwijnen. Neem dan contact met mij op.

 

Behandeling bij patiënten met een metallothioneine dysfunctie

Als er door een genetisch defect metallothioneine niet goed werkt kun je de volgende stappen nemen:

 

Begin met minimaal zes maanden  gluten- en caseïnevrij dieet.

 

Stap 1 De weg vrijmaken

  1. Herstel de darmflora en verminder overgroei van pathogene organismen als clostridia en gist.
  2. Vul voedingsstoffen aan, test eerst welke tekorten er zijn.
  3. Reduceer, zo nodig, verhoogd ammonia in plasma
  4. Geef indien nodig hooggedoseerde zinksuppletie
  5. Eet 1 kilo bereide groenten per dag om heel langzaam en zacht zware metalen te ontgiften.
  6. Gebruik eventueel DMSA om kwik, lood of tin te cheleren, ga hiermee door tot er nog maar heel weinig in urine wordt uitgescheiden. Doe dit nooit op eigen houtje in verband met Herxheimer reacties.
  7. Als aanvulling in plaats van DMSA adviseer ik liever TRS spray, dit is een nano zeoliet oplossing en werkt milder.

Het herstellen van de darmflora kan een half jaar tot een jaar in beslag nemen. DMSA is een heftige chelator en moet je niet zonder begeleiding van een arts gebruiken. Ik zet het zelf niet in omdat ik in ervaringsverhalen zie dat mensen met MCAS hier te gevoelig op reageren. Ontgiften met 1 kilo groenten per dag werkt dan beter, het duurt langer, maar je wilt niet een herxheimer reactie krijgen waardoor je immuunsysteem een week of zelfs een paar weken of langer van slag is zodat je dan steeds moet stoppen met behandeling. Je kunt dan pas weer verder als je je weer goed voelt.

 

Neem voor deze fase minimaal een jaar, maar vaak duurt het langer, zo’n twee tot drie jaar .

 

Stap 2 Metallothioneine verhogen

Fase 1 

4-8 weken intensieve zink suppletie. Gevoelige patiënten moeten de zink dosering opbouwen. Doe dit in overleg met mij of je behandelaar. Zink therapie  is niet voor iedereen goed. 

Het plasma zinkgehalte moet hoger zijn dan 100 mcg/dL voordat er naar Fase 2 gegaan wordt. Dit om irriterende bijwerkingen te minimaliseren. De zink dosering is afhankelijk van het lichaamsgewicht. 

Reken het lichaamsgewicht in ponden met daarbij Per 500 gram 15-20 mcg. 

  • Een kind van 20 kilo = 40 pond + 15 -20 mg, zou dan 55-60 mg zink per dag krijgen.  
  • Een volwassene van 60 kilo= 120 pond + 15-20 mg, zou dan 135-140 mg zink per dag krijgen.

Als aanvulling beveel ik volgende supplementen aan samen met zink: P-5-P, Mangaan Gluconaat,  Vitaminen C en E.  Ook Taurine mag gebruikt worden met autistische patiënten met neigingen met toevallen

 

Fase 2: Als fase 1 klaar is, kan de ontgifting verbeterd worden: glutathion, selenium, de 14 aminozuren van metallothioneine. Deze voedingsstoffen zijn beschikbaar in een aminozuur supplement. 

Ga door met het caseine en glutenvrij dieet, probiotica, supplementen en andere therapieën zoals aanbevolen.

Metallothioneine bevat  33% cysteine, en daarnaast lysine, arginine, asparaginezuur, threonine, serine,  glutaminezuur, glutamine, proline, glycine, alanine, valine, methionine en N-acetyl methionine.

Daarnaast bevat het cadmium, zink en koper. De lever metallothioneine bevat vooral zink, de nier metallothioneine voornamelijk cadmium. 

Ieder metaalatoom is gebonden aan 3 cysteïne residuen

 

Wil je zware metalen ontgiften dan is hier begeleiding voor nodig. Je moet weten wat er met je lichaam gebeurt en niet ontmoedigd raken als je periodes van terugval hebt. Als er zware metalen uit je organen getrokken worden, kan dit klachten geven Geef dan vooral niet op, stop wel een paar dagen met ontgiften, wacht tot je je beter voelt en ga dan weer door.

Ik kan je begeleiden met persoonlijk advies en coaching in dit proces..

Vele recepten en veel praktische informatie in dit E-boek voor mensen met histamine-intolerantie, MCAS en allergien

Glutenvrij, suikerarm, zuivelarm. Recepten met vlees, vegetarisch en vegan. Zodat iedereen histamine arm kan eten.

E-boek Koper ontgiften

Bestel nu, download en start direct met ontdekken hoe je koper in balans kunt brengen.

E-boek GABA en Glutamaat hoe breng je deze neurotransmitters in balans?

Een histamine overschot verlaagd GABA en laat glutamaat stijgen. Andersom kan glutamaat histamine verhogen. Voel jij je onrustig en heb je histamine intolerantie, ontdek dan wat GABA en Glutamaat met elkaar en met histamine te maken hebben.

COVID-19 en MCAS

Als je het mestcelactivatie syndroom hebt wil je natuurlijk weten wat Covid-19 voor jou betekent en wat je moet doen als je het eenmaal hebt. Ik heb daarvoor verschillende bronnen onderzocht, als eerste een artikel over mestcel aandoeningen en COVID-19, waarbij er in eerste instantie uitgegaan wordt van huid- en systemische mastocytose met daarbij MCAS, gepubliceerd in Journal of Allergy and Clinical Immunology

In dit artikel wordt ook gesproken over alleen MCAS, maar dan wel de ernstige vorm waarbij er sprake is van een erg lage bloeddruk en flauwvallen (anafylactische shock). 

Als tweede een artikel waarin Dr.Afrin, de arts die MCAS in Amerika op de kaart heeft gezet door zijn onderzoeken en het boek Never bet against the occam waarin hij hij vele gevallen van MCAS beschrijft, zijn mening gevraagd wordt over de medicatie voor MCAD en COVID-19.

Het is belangrijk te beseffen dat de informatie in dit artikel ernstige gevallen van MCAS en MCAD behandeld. Toch is het voor iedereen met MCAS  belangrijk, mocht je het virus krijgen en in het ziekenhuis behandeld moeten worden dat je deze informatie met je meeneemt of je artsen hier op wijst.

Er zijn nog geen epidemiologische onderzoeken gedaan naar MCAS en COVID-19, simpelweg omdat het virus nog zo nieuw is. Het is daarom dat de informatie uit deze bronnen uitgaan van de informatie die nu voorhanden is en er niets met zekerheid kan worden vastgesteld. Wel is er informatie over hoe mestcellen reageren en hoe gevoelig mensen met MCAS en MCAD reageren op medicatie.

Het artikel behandeld niet de alternatieven, alhoewel Dr. Afrin in zijn originele artikel wel alle opties geeft. Er worden nu alleen de risico’s die COVID-19 met zich meebrengt en de medische behandeling in het ziekenhuis of bij een arts besproken.

Soorten mestcelziekten

Op deze website spreken we van MCAS in het verlengde van histamine intolerantie. Dit is MCAS zonder klonale mestcelziekte. Maar er is ook MCAS waarbij monoklonale mestcellen worden gevonden, hierbij is er dan ook vaak systemische mastocytose of huid mastocytose. 

Ook is er MCAS waarbij er ook IgE-afhankelijke allergie aanwezig is. 

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen MCAS als gevolg van een burnout, darmklachten, hormonale problemen en MCAS in combinatie systemische of huid mastocytose. Bij de eerste, die we hier op deze website bespreken zijn de mestcellen overactief als gevolg van een onbalans, bij de tweede maakt het lichaam teveel mestcellen aan waardoor er systemische of cutane problemen ontstaan. Dat is een groot verschil.

De meeste mensen met histamine klachten hebben de eerste vorm van MCAS. Heb je ernstige klachten laat dan je serumtryptase onderzoeken in een academisch ziekenhuis. Alleen hier kunnen ze MCAS of MCAD vaststellen.

Ernstige MCAS met klonale mestcellen

Mastocytose komt niet veel voor, het is een vrij zeldzame ziekte. Laat ik voorop stellen dat de meeste mensen met MCAS klachten geen mastocytose hebben, ik wil niet dat je in de paniek schiet.  

Huid mastocytose komt het meest voor, vooral bij kinderen, er is dan bijna altijd urticaria pigmentosa, dit zijn bruine pigmentvlekken op de huid die soms jeuken en opzwellen als ze in contact komen met warmte of als je erover wrijft. Dit komt doordat er een abnormale hoeveelheid mestcellen in de huid is. Huid mastocytose komt vaak bij kinderen voor en verdwijnt meestal net voor de pubertijd of al eerder.

Bij systemische mastocytose is er een abnormale hoeveelheid mestcellen in het beenmerg en vaak ook op andere plaatsen in het lichaam, zoals de huid (waarbij dan urticaria pigmentosa ontstaat), de darmen, de lever of de milt.

Bij ernstige gevallen van  MCAS met systemische mastocytose kunnen patiënten anafylaxie vertonen, de bloeddruk wordt dan te laag en ze kunnen flauwvallen, dit ontstaat door een verhoogd tryptase gehalte in het bloed. Dit zijn mensen met een IgE-afhankelijke gif allergie, je kunt dan heftig op een insectensteek reageren en je  zou altijd een epipen bij je moeten hebben.

Voor deze patiënten kan immunotherapie en/of behandeling met anti-IgE-antilichamen)(omalizumab)  een uitkomst zijn en is het ondersteuning met mestcelstabilisatoren belangrijk, in  zware gevallen kunnen histamine-receptor blokkers of glucocorticoïden ingezet worden en bij een anafylactische shock een epinefrine pen. 

De gevaarlijkste vorm van MCAS is de gemengde variant (primair plus secundair), waarbij iemand zowel klonale mestcellen als een IgE-afhankelijke allergie heeft. Deze patiënten lopen een hoog risico om een ​​fatale MCAS-gebeurtenis te ontwikkelen. En deze patiënten moeten bij een COVID-19 infectie uit voorzorg opgenomen moeten worden. Het is nu nog niet duidelijk hoe mensen met MCAS reageren COVID-19, ook zijn er gevallen van mensen die nog niet gediagnosticeerd zijn. Zij geven aan histamine klachten te hebben, soms ernstig, maar het is hen nog niet gelukt een arts of ziekenhuis te vinden die hen wil testen omdat deze aandoening vaak nog niet als ziekte gezien wordt. Deze mensen moeten naar mijn idee dus wel goed gemonitord worden.

Beschermen mestcellen tegen COVID-19?

Bij COVID-19  maar ook bij mastocytose en MCAS heb je te maken met de mestcellen in het immuunsysteem. De mestcellen reageren op infecties, zoals bacteriële en virale infecties maar ook schimmel- en parasitaire ziekten. De mestcellen worden dan geactiveerd, en ze eenmaal geactiveerd zijn geven ze ontstekingsbevorderende stoffen af. 

Bij een virale infectie, zoals bijvoorbeeld SARS-CoV-2-infecties, kan er bijvoorbeeld acute urticaria ontstaan. De mogelijke rol van mestcellen bij een coronavirus infectie blijft onzeker. 

Zo zou een longontsteking als gevolg van het COVID-19 ontstaan doordat de mestcellen de ontstekingsbevorderende stoffen zoals cytokinen vrijlaten. Dit gebeurt niet alleen in de longen maar in verschillende organen.

De mestcellen zouden ook een beschermende rol kunnen spelen in de vroege fase van een coronavirusinfectie (vanwege de verdedigingsfuncties die mestcellen kunnen bieden).

De ontstekingsbevorderende producten (cytokines, histamine, andere) die mestcellen vrijlaten zorgen echter voor een verergering van ziekten.

Definitief bewijs ontbreekt echter en het blijft onbekend of mestcellen  een verdedigende of versnellende rol spelen in COVID-19. 

Bij mastocytose wordt substantiële longinfiltratie door neoplastische mestcellen zelden gezien en er zijn geen rapporten beschikbaar die erop wijzen dat patiënten met systemische mastocytose een lager of hoger risico hebben om ernstige COVID-19 te ontwikkelen.

Verlaagt medicatie de werking van het immuunsysteem?

Het is nog niet duidelijk wat het effect is van antimediator geneesmiddelen op het immuunsysteem. Er worden al jaren antihistaminica, antileukotriënen, cromonen en omalizumab (anti-IgE) gebruikt er is nu geen redelijk bewijs dat deze geneesmiddelen het immuunsysteem onderdrukken, ook niet als ze meerdere jaren worden gebruikt. Men gaat er nu vanuit dat deze behandelingen gewoon voortgezet kunnen worden.

Wel kunnen er geneesmiddelinteracties optreden tussen antihistaminica zoals rupatadine en bepaalde antivirale middelen, waaronder lopinavir of ritonavir die als verkennend middel worden gebruikt in de context van het coronavirus. 

Wat goed is om te weten is dat maagzuurremmers, die nog al eens worden ingezet als er door een hoog histaminegehalte in de maag er teveel maagzuur is,  de opname van hydroxychloroquine kunnen verminderen.

Ten slotte zijn er nu geen aanwijzingen dat antivirale middelen, zoals remdesivir, ritonavir of andere, mestcel activering induceren of verergeren bij patiënten met allergieën, patiënten met mastocytose of patiënten met MCAS.

Is er verhoogd risico op besmetting?

Dat kunnen we niet met zekerheid zeggen, men denkt nu van niet, maar dat komt omdat er nog geen epidemiologische onderzoeken beschikbaar zijn waarbij patiënten met mastocytose en COVID-19 zijn bestudeert. 

In het algemeen heeft men de ervaring dat bij huid- en systemische mastocytose en MCAS en de biologie van SARS COV-2 er vooralsnog geen reden is om aan te nemen dat deze mensen een hoger risico lopen om het virus te krijgen. Het is eerder zo dat, omdat veel van deze patiënten al meer geïsoleerd leven en drukke en publieke plaatsen mijden, hun risico’s lager zijn dan de algemene bevolking.

Dr. Afrin denkt dat als een patiënt met MCAS of MCAD niet goed behandeld wordt, dat wil zeggen dat als de patiënt nog geen medicatie gebruikt om te voorkomen dat mestcellen degranuleren, er een verhoogd risico op complicaties.

Zorg en medicatie bij SARS-CoV-2 en MCAS

Zodra de diagnose SARS-CoV-2-infectie is gesteld, moeten de patiënten voor COVID-19 worden behandeld op basis van lokale richtlijnen en met de erkenning dat de patiënten kunnen reageren op antivirale middelen of ontstekingsremmende middelen omdat deze patiënten een lage maar meetbaar risico om op sommige geneesmiddelen te reageren met hypotensie en anafylaxie.  Dr. Afrin vult daarbij aan dat mensen met MCAD gevoeliger zijn voor nieuwe medicatie en dat als er medicatie wordt gegeven, dit steeds per één soort geneesmiddel gegeven moet worden en niet meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd omdat men dan bij een overgevoeligheidsreactie niet weet op welk geneesmiddel de patiënt reageert. Dit scheelt tijd en geld en een hoop ellende voor de patiënt. 

Dr. Afrin pleit voor zowel H1 als H2 receptor blokkers als de eerste stap in medicatie omdat deze veilig zijn en langdurig gebruikt kunnen worden. Zeker als er een hoog ontstekingsreactie is als gevolg van COVID-19.  Hierbij moeten dus beide histamine blokkers gegeven worden. Hij denkt ook dat het in dit geval beter is om de sederende H1 blokkers te gebruiken, in plaats van wat de tegenwoordig meer gebruikte niet sederende vormen,  de hyper ontsteking bij COVID-19 alle orgaansystemen in het lichaam lijkt te treffen, inclusief het centraal zenuwstelsel. De niet sederende H1 blokkers kunnen niet door de bloed-brein- barrière dringen en zijn dus minder effectief.

Het is belangrijk dat bij ernstige COVID-19 patiënten de medicatie via een intraveneus infuus toegediend worden.  In de V.S. is de enige IV H1-blokker (sederend en niet sederend) diphenhydramine ofwel Dramamine in Nederland. Als deze niet te verkrijgen is dan kan dimenhydrinaat in IV vorm worden gebruikt.

Voor artsen, lees hier belangrijke informatie van Dr. Afrin over het gebruik van diphenhydramine bij MCAD patiënten. Dr. Afrin heeft al honderden patiënten met MCAD gezien waar dit medicijn niet verdragen wordt, dit is volgens hem, na onderzoek, niet een intolerantie voor het stof zelf, maar voor de hulpstoffen in het medicijn. Hij heeft nog geen intolerantie voor diphenhydramine zelf gezien.

Als H2 blokker kan ranitidine, famotidine, nizatidine of cimetidine gebruikt worden. Voor de dosering en gebruiksaanwijzing kun je het artikel van Dr. Afrin nalezen. In dit artikel Dr. Afrin geeft nog een hele lange lijst met mogelijk medicatie voor mensen met mestcelziekten en COVID-19. Een te lange lijst voor dit artikel. 

De schrijvers van het raden ook aan dat patiënten met mastocytose of MCAS vrij vroeg op COVID-19 worden getest en dat degenen die tekenen van progressie vertonen of die antivirale therapie nodig hebben in het ziekenhuis worden opgenomen wanneer een SARS-CoV-2-infectie is vastgesteld om de patiënten klinisch te controleren op anafylactische reacties. episodes en om de progressie van virale ziekten beter te observeren (of uit te sluiten). 

Bij patiënten met een asymptomatische SARS-CoV-2-infectie is de beste behandeling om de patiënten thuis te houden en contact met hen te houden om de asymptomatische toestand te bevestigen en de angsten van de patiënt te verlichten. 

Alle patiënten met mastocytose dienen door te gaan met hun anti-mediator-type geneesmiddelen, bisfopshonaten en KIT-gerichte kinase blokkering (zie link onderaan artikel).

Andere geneesmiddelen moeten zoals gezegd met voorzichtigheid worden toegediend waarbij er gekeken moet worden naar op de ernst van COVID-19, de agressiviteit van mastocytose en de algemene situatie.

Indien mogelijk dienen glucocorticoïden en cytoreductieve geneesmiddelen te worden verlaagd of uitgesteld. Er zijn echter geen gepubliceerde gegevens over de impact van een dergelijke behandeling tijdens een actieve COVID-19-infectie.

Er moet ook worden opgemerkt dat er geen bewijs is voor een verhoogde prevalentie van ernstige overgevoeligheidsreacties op antivirale geneesmiddelen, zoals Remdesivir, andere anti-infectieuze middelen of niet-steroïde anti- inflammatoire geneesmiddelen die worden gebruikt in de COVID-19-context bij patiënten met mastocytose of MCAS, hoewel gegevens uit gecontroleerde klinische onderzoeken opnieuw ontbreken. 

Het kan dus niet met zekerheid worden uitgesloten dat sommige van de antivirale middelen of andere geneesmiddelen die worden gebruikt bij patiënten met COVID-19, bijwerkingen kunnen veroorzaken of de ziekte kunnen verergeren bij patiënten met mastocytose of MCAS.

Vaccineren met MCAS en allergien

In Engeland is men begin december 2020 begonnen met het vaccineren van de bevolking met het Pfizer-BioN vaccin. De eerste groep is de ouderen en het personeel in de eerstelijns gezondheidszorg. 

De overheid van Groot Brittannië waarschuwde mensen met ernstige allergieën zich niet te laten vaccineren met het COVID-19-vaccin van Pfizer-BioNTech nadat twee mensen last hadden van bijwerkingen.

Stephen Powis, medisch directeur van de National Health Service, zei dat het advies uit voorzorg was gewijzigd nadat twee ziekenhuis-werknemers anafylactoïde reacties van het vaccin hadden gemeld. Er is een onderzoek ingesteld welke gefinancierd werd door Pfizer. Twee dagen later melden zij dat deze casussen geen verhoogd risico waren en er het vaccin beter wel genomen moest worden.  

Het hoofd van de MHRA (Medicines and Healthcare products Regulatory Agency, onderdeel van de overheid), June Raine vertelde dat bij  de klinische trials allergische reacties niet werden gezien. Pfizer zei dat bij mensen met een geschiedenis van ernstige allergische reacties op vaccins, of een van de ingrediënten, uitgesloten waren uitgesloten van de laatste trials. Zo kon het vaccin sneller op de markt gebracht worden.

De allergische reacties kunnen veroorzaakt zijn door Polyethyleen glycol (PEG) een stof in het vaccin wat zorgt voor de stabilisatie van het vaccin. Deze stof zit niet in andere soorten vaccins.

Informatie over PEG is de afkorting van polyethylene glycol/polyether glycol. Het is een carcinogeen ingrediënt dat de natuurlijke vochthuishouding van de huid aantast. Dit kan leiden tot vroegtijdige veroudering en maakt de huid kwetsbaarder voor bacteriën. Het wordt ook gebruikt in schoonmaakmiddelen om olie en vet op te lossen. (bijvoorbeeld in ovenreiniger).

Deze synthetische stof wordt vaak aangeduid met een nummer erachter. Bijvoorbeeld PEG 4-200. PEG 4-200 bevat een gevaarlijke hoeveelheid dioxaan. Dit is giftig. Het geeft veel allergische reacties en eczeem.

PEG wordt veel gebruikt in cosmetica en lotions. Er zijn veel soorten PEGS en ondanks onderzoek is er nog veel onduidelijk over de veiligheid van deze stoffen.

De vraag is of mensen die geen reactie op deze stof hebben er verstandig aan doen zich met dit vaccin te laten vaccineren. Of dat het überhaupt ook voor mensen zonder gezondheidsklachten te laten vaccineren. Naast een RNA verandering, krijg je dan ook carcinogene stoffen binnen.

Persoonlijk zal ik dit vaccin niet nemen, ik heb een lichte mate van MCAS en ik focus liever op het voorkomen door het verhogen van mijn weerstand door mij te laten injecteren met giftige stoffen en een vaccin waarvan niet bekend is wat het op de lange termijn doet.

Lisa Goudzwaard

Bronnen

Vitamine B6

Bij histamine intolerantie en darmklachten zie je vaak een tekort aan vitamine B6, deze vitamine is belangrijk voor veel processen en essentieel voor de productie en activatie van Diamine Oxidase(DAO), het enzym wat histamine afbreekt. Nu schijnt een tekort aan B6 haast niet te ontstaan door voeding, maar vooral door een tekort aan darmbacteriën. 

Histamine in de darmen wordt voornamelijk afgebroken met het enzym Diamine Oxidase (DAO) wat door vitamine B6 wordt geactiveerd. Als er een vitamine B6 tekort is, of vitamine B6 werkt niet doordat er een vitamine B1 (thiamine) tekort is, kan er niet voldoende histamine worden afgebroken.

B-vitamine komen via je voeding je lichaam binnen en worden in de dunne darm opgenomen.  Als er te weinig B-vitaminen via voeding binnen komen, probeert je lichaam dit tekort op te vangen door zelf B-vitaminen te produceren met behulp van de darmbacteriën. 

In principe kunnen alle acht de B-vitaminen in de darmen worden geproduceerd, maar niet allemaal even goed en evenveel. Zo kunnen in een gezonde darm vitaminen B1, B2, B6 en B11 voldoende worden geproduceerd, maar B5, B8 en B12 moet je echt via voeding binnenkrijgen. Zeker vitamine B12 want deze wordt het minst geproduceerd.

Meer B-vitaminen door probiotica

Aangezien de B-vitaminen door bacteriën worden geproduceerd, heb je een probleem als er hier te weinig van zijn. Vooral de Bacteroides spp, Bifidobacteriën en de Firmicutes zijn belangrijk en hier zie je bij darmklachten vaak een tekort aan. De lactobacillen L.Plantarum zijn vooral belangrijk voor de productie van vitamine B12 en ik zie bijna standaard een tekort aan lactobacillen in ontlastingsonderzoeken.

Het is dus belangrijk dat er voldoende darmbacteriën zijn. 

Histamine intolerantie, B6 tekort en de overgang

Dit is een belangrijke paragraaf voor alle vrouwen met histamine intolerantie vanaf 40 jaar.  
En dat zijn de meeste van mijn cliënten. 

Nachtzweten en opvliegers komen veel voor bij vrouwen in de overgang. Het zou het gevolg zijn van de dalende oestrogeenspiegel. Als het dat alleen was, dan zouden alle vrouwen in de overgang er last van hebben. Dat is niet zo. Naar mijn idee heeft een verhoogd histaminegehalte door een tekort aan vitamine B6 met deze overgangsklachten te maken. 

Als je last hebt van opvliegers en nachtzweten hebt wordt geadviseerd om niet te kruidig te eten en geen wijn te drinken. Dit zijn allebei bronnen van veel histamine.  Als je nog niet in de overgang bent en je oestrogeen nog op normaal, en vaak zelfs te hoog niveau is, beschermt oestrogeen je tegen ontstekingen. Daalt het oestrogeen gehalte, dan is lichaam gevoeliger voor ontstekingsbevorderende cytokinen die vrijkomen uit mestcellen en histamine uit voeding en mestcellen. 

Heel veel vrouwen met een verhoogd stressniveau hebben een tekort aan progesteron omdat het stressverlagende hormoon cortisol progesteron nodig heeft om stress te verlagen. Door het progesteron tekort is er verhoudingsgewijs een teveel aan oestrogeen.  Daarnaast kun je ook een verhoogd oestrogeen gehalte hebben als gevolg van een tekort aan vitamine B6. 

In de menstruatiecyclus wordt, nadat er bij de ovulatie een eitje in de eileider wordt vrijgelaten, het corpus luteum (ook wel het gele lichaam genoemd) gevormd. Het corpus luteum zorgt voor de productie van progesteron. 

Het corpus luteum kan alleen geproduceerd worden met behulp van vitamine B6 en dus is de productie van progesteron ook afhankelijk van deze vitamine.

Dezelfde vitamine B6 heeft de lever ook nodig om oestrogeen af te breken.  vitamine B6 helpt dus op twee manieren om de balans tussen oestrogeen en progesteron te herstellen.

Hierdoor ontstaat er een tekort aan B6, want het teveel aan oestrogeen vraagt om meer B6 en het tekort aan progesteron ook. Je hebt dus dubbel zoveel B6 nodig!

Ok, het progesteron tekort ontstaat dus door stress. Ben je niet in de overgang en heb je histamine intolerantie dan heb je waarschijnlijk een burnout gehad (dit kan ook twee of drie jaar terug zijn), of loop je er tegen aan. Je hebt in ieder geval meer stress dan je zou willen. Heb ik gelijk?  

Daarnaast is het een natuurlijk proces dat de progesteron in de overgang daalt, vanaf ongeveer 45 jarige leeftijd, maar dit kan ook vroeger beginnen. 

Als we ouder worden produceren we minder progesteron. Oestrogeen wordt dan het dominante hormoon, waardoor er klachten ontstaan zoals we die kennen van oestrogeen dominantie. Lees in dit artikel waarom oestrogeendominantie, wat ook in de menopauze nog steeds een probleem kan zijn, histamine intolerantie in de hand werkt.

Is er dan ook nog een tekort aan vitamine B6, dan kan het hormonale probleem niet opgelost worden maar belangrijker bij histamine intolerantie, de productie en activatie van DAO is dan sterk onvoldoende!

In een onderzoek, gepubliceerd in dec. 2019, naar overgangsklachten zoals nachtzweten en opvliegers werd de voeding van 262 vrouwen in de leeftijd van 40-65 jaar met deze klachten  onderzocht. Men zag dat er vooral een tekort aan vitamine B6 was . Nadat de vrouwen B6 toegediend kregen in de vorm van visolie namen de klachten duidelijk af.

Meer lezen over de overgang, oestrogeen dominantie en histamine intolerantie/MCAS?  In dit e-boek vind je alles wat je moet weten om zelf aan de slag te gaan.

Histamine, angst, depressie en vitamine B6

Vitamine B6 is ook belangrijk voor je stemming en het vermindert het aantoonbaar angst. Heb je histamine intolerantie en last van angst. Laat je B6 onderzoeken. In je bloed, maar ook via bioresonantie. Dan weet je of B6 ook op celniveau voldoende aanwezig is.
De reden dat vitamine B6 angst vermindert is doordat je lichaam vitamine B6 nodig heeft om serotonine en dopamine te maken. Twee neurotransmitters die angst en depressie verminderen.

Stress, alcohol, suiker en het gebruik van de anticonceptiepil zijn de belangrijkste redenen waarom vrouwen een tekort aan B6 hebben.

Wil je B6 aanvullen, doe dit dan niet met supplementen zonder eerst advies te vragen aan een therapeut of behandelaar.

Je kunt B6 op een natuurlijke manier aanvullen door vette vis te eten. Helaas is dit voor de meeste mensen met histamine intolerantie en MCAS een probleem. De hoogste concentratie krijg je door de olie van vis in blik te eten. Je eet niet de vis, maar gebruikt de olie waar de vis in ligt, dit giet je af. Dit kan nog steeds een probleem vormen. Natuurlijk kun je, als je de vis kunt verdragen, ook de vis eten. Maar die kans is klein. 

Daarnaast ben ik geen voorstander van tonijn consumeren in verband met overbevissing en zou ik liever ansjovis willen adviseren. De hoeveelheden zijn niet genoeg om de B6 tekorten aan te vullen. 

Goede histamine vriendelijke dierlijke bronnen van vitamine B6 zijn kip, kalkoen, wilde zalm (dus geen roze kweek!).  Dierlijke bronnen bevatten meer vitamine B6 dan plantaardige. 

Probeer ook veel plantaardige voedingsbronnen van B6 te eten.

 

De ADH voor vitamine B6 is 1,3 mg.

Producten per 100 gram:

Kip 0,6 mg (oxalaat 0 mg)
Linzen 0,2 mg (oxalaat 8 mg)
Tarwegras 0,2 mg (oxalaat 0 mg)
Banaan 0,4 mg (oxalaat 5,7 mg)

Oxalaat en vitamine B6

Ik heb er bij dit overzichtje ook oxalaat bij vermeld omdat dit een stof is wat bij veel mensen klachten veroorzaakt en je naast goede bronnen van vitaminen en mineralen, het ook verstandig is om niet teveel oxalaat binnen te krijgen. Probeer per dag niet meer dan 45 mg oxalaat te gebruiken.

Als je veel oxalaat binnenkrijgt, verlies je vitamine B6 

Dit onderzoek in 1999 heeft aangetoond, dat een hoge dosis vitamine B6 helpt oxalaat af te breken. De vrouwen, die geen last hadden van nierstenen of oxalaat, kregen 40 mg B6 per dag. Er stond niet over welke tijdspanne. Later in 2011 werd er nog een onderzoek gedaan, dit keer onder mensen met genetische mutatie waardoor er een te hoog oxalaat gehalte ontstond. Bij 30% van de deelnemers aan het onderzoek daalde de oxalaat klachten toen zij vitamine B6 suppletie gebruikten.  De dosis die gebruikt werd is 5mg per kilo lichaamsgewicht. Dus bij een gemiddeld gewicht van 60 kg gebruik je 300 mg vitamine B6. Dit is dus echt een heel hoge dosering. Er werd bij deze mensen met een genetische oorzaak, geen bijwerkingen van de hoge B6 suppletie waargenomen. 

Je zal vast denken: Dit is een gevaarlijke hoge dosis! Maar er zit een fysiologische wetenschap achter dit idee. Zoals je hebt gelezen is vitamine B6 essentieel voor de activering van het enzym DAO. En zo is het precies hetzelfde voor het leverenzym AGT. Zonder B6, tja, wat zal ik zeggen…oxalaatstapeling.

Want oxalaat krijg je niet alleen binnen via je voeding, het kan ook in de lever worden geproduceerd.

Zo werkt het: Het leverenzym AGT zet glyoxylaat om in glycine. Glyoxylaat  is de voorloper van oxalaat. Glycine is een heel belangrijk aminozuur. Hoe sneller het AGT enzym werkt, hoe sneller je lever glyoxylaat in glycine om kan zetten, zo voorkom je dat het in oxalaat wordt omgezet. Als je dan een therapeutische hoeveelheid vitamine B6 inzet, dus in hoge dosis, wordt er geen oxalaat geproduceerd. Dus als er door een genetisch, metabolisch of spijsverteringsprobleem teveel oxalaat in het lichaam is, denk dan aan vitamine B6. 

Hoe weet je of je een vitamine B6 tekort hebt?

Een vitamine B6 tekort kun je onderzoeken via bloedonderzoek.  Er wordt dan P5P (Pyrodoxal-5-Phosphate) onderzocht, de actieve vorm. 

Heb je een tekort vul dit dan met een supplement. 

Als je vitamine B6 als supplement neemt gebruik dan alleen de P-5-P vorm, B6 als pyridoxine kan gaan stapelen, dat is gevaarlijk. Het stapelen gebeurt sneller als je weinig eiwitten eet. Mensen die plantaardig eten lopen dus een groter risico op B6 stapeling. 

Hoe meer eiwitten je eet, hoe meer B6 je lichaam verwerkt en nodig heeft en minder risico op stapeling. 

Mensen met nierproblemen en medicijn gebruik hebben een groter risico. (Er stond in het onderzoek niet bij welke medicijnen).

Gebruik, als je niet bij mij onder behandeling bent, gebruik niet meer dan 20 mg per dag of zoals je eigen behandelaar voorschrijft. Hogere doseringen mogen alleen onder begeleiding van een therapeut of behandelaar plaatsvinden die verstand heeft van vitamine B6 doseringen.

Wil je meer weten over oxalaat? In dit boek staat alle informatie over de klachten en hoe je het oplost.