Categorie: Exclusief

image_pdfimage_print

Hoe je genen je histamine verhogen

We hebben tot nu altijd gehoord dat je genen zijn wie je bent en dat je hier niets aan kunt doen, leer er maar mee leven. Gelukkig zijn deze tijden voorbij. Tegenwoordig weten we dat je je genen kunt beinvloeden. Dit noemt men  epigenetica.
Lees in dit artikel welke genen belangrijk zijn bij histamine intolerantie en het mestcel activatie syndroom en wat je kunt doen om deze te verbeteren.

Het is handig om te weten welke genen je klachten veroorzaken, zeker als je al van alles aan je gezondheid hebt verbetert, je darmen en je lever werken goed maar ondanks alles blijf je klachten houden. Of je bent net nieuw op dit vlak en wil het vanaf de start grondig aan pakken met alle kennis die er is. 

Je kunt zelf je  genen laten onderzoeken. Je ziet dan aan de hand van een eenvoudige DNA test welke genmutaties je hebt. Een genmutatie noemt men een SNP (spreek uit snip) of een polymorfisme.  De SNP’s in jouw DNA maken de persoon die je bent. Anders zouden we allemaal kloons van elkaar zijn. De SNP’s maken ieder mens uniek en daarmee ook ieder mens vatbaar voor andere verstoringen in de lichaamssystemen. Het betekent dus niet dat als je een bepaalde mutatie hebt, je daar dan ook ziek van wordt. Je hebt er alleen meer aanleg voor en pas als er lichaamssystemen uit balans zijn, kun je sneller een aandoening ontwikkelen omdat sommige genen waarbij een SNP is, langzamer of sneller werken waardoor je een tekort of een teveel van sommige stoffen hebt.

 

Wetenschappelijke onderzoeken 

MCAS is een aandoening waarbij heel veel verschillende stoffen betrokken zijn, een mestcel laat veel mediatoren vrij bij degranulatie. Daarnaast kan een mestcel om veel verschillende redenen degranuleren. Er zijn tot nu toe geen wetenschappelijke genetische onderzoeken geweest naar bepaalde SNP’s die MCAS zouden veroorzaken. MCAS is net als HIT het gevolg van lichaamssystemen die uit balans zijn.  Er zijn dus, zoals we er nu naar kijken, veel verschillende genen betrokken bij het ontstaan van MCAS , veel meer dan bij HIT.

Genen en enzymen

Genen zijn de codes voor enzymen en bepalen of er veel of weinig van een enzym is en of deze goed werken.  Bij sommige genen staat de werking aangegeven, deze kun je aflezen op een DNA onderzoek bij 23andme.com of Ancestry.com.  De gegevens komen Genetic Lifehacks. Als er gegevens over een gen zijn heb ik ze overgenomen.

De lijst wordt nog zo nu en dan aangevuld.

DAO, diamine oxidase

Het gen wat DAO codeert heet AOC1 (Amine Oxidase Copper Containing 1).  DAO breekt de volgende biogene aminen af: histamine, putrescine, spermine en spermidine. Het is betrokken bij allergische en immuunresponsen, celprolifatie (celgroei), weefsel differentiatie, tumorformatie en mogelijk apoptose (geprogrammeerde celdood).  Men denkt dat het DAO in de placenta een rol speelt in de regulatie van de  functie van de vrouwelijke reproductie organen. 

Andere namen voor het DAO gen zijn: AOC1 , histaminase, ABP1, ABP, DAO1, KAO, Amiloride-Sensitive Amine Oxidase, EC 1.4.3.22.

Een allergie voor Trimethoprim  wordt in verband gebracht met een SNP in het AOC1 enzym. Trimethoprim is een antibioticum voor de behandeling van blaasontstekingen.

Naast AOC1 is er ook nog het AOC2 gen, deze breekt histamine, dopamine en putrescine af. 

De Biogene aminen worden met behulp van het histamine metabolisme in vier verschillende paden afgebroken:

1. Histidine stofwisseling, hierbij zijn 23 genen betrokken.  (link)
2. Histamine biosynthese, hierbij is 1 gen betrokken (link)
3. Histamine katabolisme hierbij zijn 8 genen betrokken. (link)
4. Histamine afbraak,  hierbij zijn 2 genen betrokken (link)
Bij de histamine afbraak zijn DAO en HNMT genen betrokken, maar in de hele stofwisseling zijn 23 genen betrokken.

Daarnaast is het DAO gen ook afhankelijk van de groep Cytochroom 450 enzymen in de lever. Deze enzymen breken medicatie, supplementen, hormonen ene gifstoffen af en zijn betrokken bij de afbraak van histamine, o.a. met behulp van methylatie. Als er SNP’s in deze groep enzymen zijn kun je moeilijker stoffen afbreken, zie verder bij CYP 450.

De werking van dit AOC1 wordt verlaagd door Amiloride, een diuretisch medicijn.

Als het AOC1  langzamer werkt heb je een tekort aan DAO en zul je altijd extra aandacht moeten besteden aan je darmgezondheid en de co-factoren (vitamine en mineralen) om DAO te produceren en activeren. Daarnaast moet je ook op blijven letten met histaminerijke voeding.

De genetische code voor AOC1 is rs10156191 (23andMe v4; AncestryDNA):

  • C/C: normaal
  • C/T: verminderde DAO productie, verhoogd risico op migraine door verhoogd histamine.[ref]
  • T/T: verminderde DAO productie [ref][ref], verhoogd risico op migraine door verhoogd histamine. [ref]

HNMT, histamine n-methyltransferase

Het gen wat het HNMT enzym codeert is C314T, in het genetisch rapport is dit:  rs11558538

Een mutatie in het C314T gen zorgt voor 30 tot 50% minder activiteit van het HNMT gen. 

In dit onderzoek zag men dat een SNP in dit gen een risicofactor is voor de ontwikkeling van atopisch dermatitis (atopisch eczeem) astma en allergische rhinitis. 

In dit onderzoek zag men dat mensen van Chinese afkomst een lager HNMT activiteit hadden dan kaukasische mensen. Hierdoor komt een maagzweer vaker voor bij Chinezen. 

Men brengt een verlaagd HNMT in verband met een hoger histamine gehalte in de hersenen waardoor er een hoger risico is op de ziekte van Parkinson en ADHD. Link

Andere genen die de werking van het HNMT enzym beinvloeden:  

De rs1050891 (939A>G, 3′-UTR)  varianten zorgen voor een verhoogde werking  (messenger RNA stabiliteit), terwijl rs758252808 (c.179G>A, p.Gly60Asp) en rs745756308 (c.623T>C, p.Leu208Pro)  voor een verlaagde werking zorgen.  (Wikipedia)

SAMe

S-adenosylmethionine (AdoMet, ook wel SAMe genoemd) is de biologische hoofddonor van methyl. Het wordt in alle cellen gesynthetiseerd, maar voornamelijk in de lever. SAMe heeft voor de biosynthese het enzym methionine adenosyltransferase (MAT) nodig. In zoogdieren zijn er twee genen, MAT1A die voornamelijk in de lever wordt uitgescheiden en MAT2A wat door alle weefsels buiten de lever wordt uitgescheiden. Mensen met een chronische lever ziekte hebben een verminderde MAT activiteit en daardoor lagere SAMe gehalte.

85% van de methylatie van SAMe vindt in de lever plaats.

HNMT is afhankelijk van een goede methylatie en voldoende SAMe, (s-adenosyl methionine). Om dit voldoende aan te kunnen maken is er voldoende vitamine B12, B6, folaat nodig. Daarnaast kan er een SNP in het gen zijn. Het gen voor SAMe is  MAT2A (Methionine Adenosyl transferase 2A. Dit enzym maakt SAMe uit methionine en ATP.

Interessant om te weten is dat SAMe een niet competatieve verlager is van CYP2E1 activiteit, en als SAMe verlaagd is worden hepatocyten gesynthetiseerd naar CYP2E1  waardoor deze te toxisch is. Daardoor zou exogene SAMe beschermen tegen CYP2E1-afhankelijke hepatotoxiciteut in vivo ()

In Nederland is SAMe als supplement te krijgen,  maar in Rusland, India, China, Italie, Duitsland, Vietnam, Mexico alleen op recept te vergrijgne is.(informatie van María Roche, International Pharmaceuticals Abbott).

Link

DPP4, dipeptydylpeptidase 4

Andere benamingen: DPPIV, CD26; ADABP; ADCP2; DPPIV; TP103; Post-Proline Dipeptidyl Aminopeptidase IV; Xaa-Pro-Dipeptidylaminopeptidase; Gly-Pro Naphthylamidase; Dipeptidyl-Peptidase 4; Dipeptidylpeptidase 4;CD26 Antigen; DPP4

Het DPP-4 gen wordt codeert het enzym dipeptidyl peptidase 4, dit is identiek aan ADCP-2 (adenosine deaminase complexing proteine-2) en aan het antigen wat de T-cellen activeert CD26. 

Het is sterk betrokken bij de stofwisseling van glucose, insuline en de immuunregulatie. 

Dr. Afrin de onderzoeker op gebied van MCAS, ziet dat iedereen met lMCAS insulineresistentie heeft. Een tekort aan DPP-IV zou daar een verklaring voor kunnen zijn, maar dit is mijn eigen conclusie en is nog niet verder onderzocht.

Het is aangetoond dat het eiwit ook een functionele receptor is voor het Midden-Oosten ademhalingsprobleem bij het coronavirus (MERS-CoV)
en eiwitmodellering suggereert dat het een vergelijkbare rol kan spelen met SARS-CoV-2, het virus dat verantwoordelijk is voor COVID-19. [verstrekt door RefSeq, april 2020]

Het DPP-4 enzym wordt gestimuleerd door vitamine A.

Voedselintoleranties en voedselallergien
DPP-4 prolifereren in T-cellen, B-cellen, NK-cellen.
Deze cellen en hun bijproducten (antistoffen) spelen een centrale rol in het adaptieve of verworven immuunsysteem.
Dit is het aanpassingsimmuunsysteem tegen ziekteverwerkers zoals pathogenen en eiwitten die antistof-reacties kunnen teweegbrengen (bv. de IgG, IgE antistoffen door voeding)
Verstoringen in de werking van CD26 zijn betrokken bij diverse (auto) immuunaandoeningen. Voorbeelden zijn allergieën, astma, CVS, kanker, fibromyalgie, reumatoïde arthritis, lupus, depressie en autisme .

 

Autoimmuunziekten, diabetes en MCAS

Een verstoring in de werking van het enzym is betrokken bij de meeste (auto) immuunziekten.
Dit doet de vraag rijzen of wel een goed idee is om medicinale DPP-IV CD26 remmers in te zetten voor de behandeling van diabetes. Zeker nadat bekend werd dat deze geneesmiddelen de kans op kanker doen toenemen.  Auto-immuunziekten in combinatie met MCAS komen veel voor.

Er zijn onderzoeken waarbij de DPP-IV enzymfuncties (in bepaalde omstandigheden) onafhankelijk van elkaar blijken te werken. Dit betekent dat iemand geen immuniteitsproblemen kan ondervinden (CD26), maar wel andere complicaties ten gevolge van een DPP-IV tekort. De enige bedenking is dat dit onderzoek is gesponsord door fabrikanten van enzym.

Informatie over het gen: 

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/gene/1803
https://www.genecards.org/cgi-bin/carddisp.pl?gene=DPP4&keywords=Dipeptidylpeptidase-4

Meer informatie over welke voeding en medicatie de werking van het DPP-4 gen beinvloeden op VoedingsadviesRotterdam.

Omdat exorfinen in voeding de werking van DPP-4 sterk kunnen verlagen, kan een onderzoek naar exorfinen belasting nuttig zijn. Deze is aan te vragen via een consult bij histamine-intolerantie.nl. Een andere optie is een exorfine vrij dieet.

NAT2, N-acetyltransferase 2

Dit enzym is betrokken bij de acetylatie van serotonine en stoffen als histamine.

De hoofdwerking van dit enzym is de activatie of ontgifting van xenobiotica zoals acrylamines de fase 2 van de ontgifting in de lever.

Een polymorfisme in dit gen verlaagt de activiteit van het enzym en kun je of een snelle acetyleen of een langzame acetylator zijn. 

Betreft histamine afbraak breekt dit enzym de histamine af die ontstaat door fermentatie in de darmen. Histamine wordt met behulp van acytylatie afgebroken tot acetylhistamine.

De cofactor voor NAT2 is Acetyl CoA (co-enzym met thiolgroep)

De volgende stoffen vertragen de werking van NAT2:Acetaminophen (pijnstiller gegeven bij artrose), Cisplatin (kankerremmende medicijnen), Triazole (fluconazol, schimmeldodend middel), zoethout en knoflook

Lanzaam  (0,998731) Dit fenotype breekt langzamer histamine, medicatie en chemische stoffen uit het milieu af.

Mensen met een langzame acetylator status kunnen moeite hebben om medicatie en chemicaliën te verwijderen, hierdoor lopen zij meer risico op verschillende ziekten als astma, neurologische stoornissen en kanker.

Insuline resistentie 

Een SNP in the NAT2 genwordt in verband gebracht met  insulin resistentie door de gevoeligheid van insuline aan te tasten.

Men denkt dat de rs1208 locatie nabij het NAT2 gen een rol speelt bij insuline resistentie. Eén onderzoek bij muizen laat zien dat wanneer er expressie is van het NAT1 gen verlaagd is, (bij muizen is dit NAT2),er ook een verlaging was in de insuline gestimuleerde glucose opname, daarmee verlaagd ook de gevoeligheid van insuline waardoor resistentie optreedt.

Verder onderzoek toonde aan dat locaties nabij de GCKR en IGFI genen gelinkt zijn aan insuline resistentie.

Verschillende andere locaties zijn vastgesteld in verband met insuline resistentie. Deze locaties zorgen voor 25-44% van de genetische componenten voor insuline resistentie.

Dr. Afrin stelt dat iedereen met MCAS insuline resistentie heeft. Dit zou één van de oorzaken zijn van overmatige mestcel activatie.

CBS, cystathionine beta-synthase

Een SNP in dit gen  kan leiden tot verhoogde CBS werking waardoor mestcellen te snel degranuleren. 

Codeert het enzym wat de snelheid van het transulferatiepad. Dit is belangrijk omdat een hoog homocysteïnegehalte gevaarlijk voor de gezondheid is. Waterstofsulfide is hiervan een bijproduct, en heeft een belangrijke cyto-beschermende en signaalfunctie.

CBS  katalyseert de eerste stap van het transulferatiepad: van homocysteine to cystathionine. Als dit enzym een mutatie heeft werkt het enzym te snel.  Je ziet dan vaak een laag cystathionine en homocysteine gehalte omdat er een snelle conversie naar taurine is . Hierdoor is er een hoog taurine en ammoniak gehalte en is men gevoeliger voor migraine.  Sommige mensen met een snelle CBS werking kunnen een zwavel intolerantie hebben.  

Mensen met deze mutatie kunnen door de verhoogde werking van CBS ook een vertraagde of verminderde BH4 cyclus hebben, deze helpt de neurotransmitters en het gemoed te regelen.
Een MTHFR A1298C kan ook voor een laag BH4 gehalte zorgen, evenals chronische bacteriele infecties en aluminium.
Bij een tekort aan BH4 krijg je sneller  mestcel degranulatie en mogelijk Mestcel activatie stoornis (MCAS).

Een trage methylatie (lage SAM), verhoogd het gereduceerd glutathion gehalte, een te hoog insulinegehalte vertraagt allemaal de werking van dit gen.

De werking verbetert als de SAM en zink verhoogd worden en het homocysteïne gehalte daalt. 

PEMT, phosphatidylethanolamine methyltransferase

Het PEMT gen zorgt voor voldoende fosfatidylcholine, dit is de meest voorkomende fosfolipide. Fosfolipiden heb je nodig als bouwstof voor de celmembraan.

En heel belangrijk: Het stimuleert het HNMT enzym!

Daarnaast wordt het gebruikt voor:

  • Hersenfunctie, waaronder de vorming van belangrijke neurotransmitters zoals acetylcholine.
  • Leverfunctie – Fosfolipiden zorgen voor de balans tussen triglyceriden en cholesterol. En het speelt ook een belangrijke rol bij de productie van galzuur.
  • Methyl reacties – Fosfolipiden zijn betrokken bij meer dan de helft van de methyl reacties
  • Darmgezondheid – Fosfatidylcholine beschermt de slijmvliezen in de darmen tegen infectie.
  • Groei en ontwikkeling – Fosfolipiden zoals choline zijn essentieel voor de groei bij baby’s en kinderen.

Een TT mutatie zorgt voor 30% lagere PEMT activiteit hierdoor wordt er minder fosfatidylethanolamine in fosfatidylcholine omgezet. Je hebt dan een lager choline gehalte.

Bij onderzoek onder vrouwen met deze mutatie zag men dat als de vrouwen minder betaine(TMG) innamen het risico op borstkanker 2x zo groot was. Bij onderzoek onder Chinese vrouwen zag men een verhoogd risico op Alzheimer.
Een RS 7946 mutatie helpt doordat het methylgroepen spaart voor andere biologische activiteiten.

Deze SNP zou beschermen tegen ziekten als malaria doordat er minder choline in de menselijk ‘host’ is, hierdoor kan de malariaparasiet niet vermenigvuldigen. 

Om te weten of je voldoende choline hebt  kun je je kunt je laten testen op plasma lipiden.

Je zou kunnen in de menopauze kunnen suppleren met choline of iedere dag twee eieren eten.

Je kunt choline met voeding aanvullen door middel van eidooier, zonnebloempitten, lijnzaad, noten en andere zaden of lever en volvette zuivel producten.

Je hebt ook behoefte aan meer fosfatidylcholine, hiervoor kun je lecithine gebruiken. Je kunt dit aanvullen met (gekiemde ) zonnebloempitten.

PEMT gebruikt veel methyl, je kunt SAMe (S-adenosyl methionine) gebruiken om de methyl te verhogen, gebruik hierbij ook TMG(Betaine).

FASE 1 ontgifting in de lever

Deze grote groep enzymen breken in de eerste fase van de ontgifting in de lever gifstoffen, medicatie supplementen en hormonen af. Als SNP’s in CYP450 enzymen zijn, werken deze enzymen langzamer of sneller, meestal langzamer. Hier kun je rekening mee houden als je medicatie moet gebruiken. Medicatie werkt langer door en moet lager gedoseerd worden. CYP450 enzymen zijn ook belangrijk voor het afbreken van extracellulaire histamine.

Deze enzymen hebben heem als cofactor. Heem is onderdeel van hemoglobine. Bij een tekort aan heem kan er een tekort aan CYP450 enzymen ontstaan. Dit tekort kan ontstaan door oxidatieve stress. Een tekort aan heem kan ook genetisch zijn, dan is er vaak sprake van porfyrie. Kijk op wikipedia voor een lijst met de genen in het heem-pad.

CYP 450 enzymen zijn naast de afbraak van gifstoffen ook betrokken bij de synthese van cholesterol, steroiden en andere vetten.

Glyfosaat, de werkzame stof in Roundup, vermindert de werking van CYP450 enzymen. Gebruik zoveel mogelijk biologische groenten en fruit, zeker als er mutaties in deze enzymen zijn.

 

CYP1A1 ontgift sigarettenrook en oestrogeen . Een mutatie in dit gen verhoogt het risico op longkanker omdat PAH niet goed afgebroken kunnen worden.

CODE rs1799814  A2452C (23andMe v.4, v.5; AncestryDNA):

  • G/G: normaal
  • G/T: een CYP1A1*4 allele
  • T/T: verhoogde enzym activiteit, CYP1A1*4[ref]

CYP1A2 breekt cafeine, PAH in sigarettenrook, aflatoxine B1 (mycotoxine in granen) en acetaminofen (paracetamol) af.

Heb je een SNP in CYP1A2 en heb je een verhoogd oestrogeen gehalte, vermijd dan voeding met fyto-oestrogeen en GMO voeding en groente, fruit en granen wat met glyfosaat is besproeid. Dit is ook met veel tarwe het geval. Gebruik BPA vrije plastic materialen of beter nog gebruik geen plastic voor je voeding.

CYP 1A2 en kanker: Deze genen zijn  een van de belangrijkste enzymen om oestrogeen af te breken en wordt in verband gebracht met hormoongerelateerde kankers. Roken en vlees met zwarte randjes bevatten aromatische hydrocarbon en heterocyclische aminen, deze worden door CYP1A2 geconverteerd, als de werking van dit enzym verminderd is, worden deze kankerverwekkende stoffen niet goed geconverteerd en is het risico op kanker hoger.

Xenobiotica stofwisseling: inactiveren van cafeïne, theofylline, warfarin, phenacetin. Cafeïne kan het oestrogeengehalte met 70% verhogen.Hierdoor kan er bij gebruik van veel cafeïne het oestrogeen extreem hoog worden en kan er  hormoongerelateerde kanker ontstaan.

 

CYP2C9 breekt medicatie af en de expressie ervan wordt geïnduceerd door rifampicine. Het is bekend dat het enzym veel xenobiotica metaboliseert, waaronder fenytoïne, tolbutamide, ibuprofen en S-warfarine.

CYP2C19 breekt medicatie zoals xenobiotiva, waaronder anticonvulsie medicatie zoals mefinytoine, omeprazole, diazepam en sommige barbituraten.

CYP2C8 breekt medicatie, xenobiotica en arachidonzuur af.

CYP 2A6 breekt medicatie en nicotine af. De expressie wordt geinduceerd door fenobarbital. Dit enzym hydroxyleerd coumarine. Het metaboliseert ook nicotine, aflatoxine B1(mycotoxine op granen), nitrosaminen. Als er SNP’s zijn is de persoon een zwakke metabool fenotype, dit betekent dat ze coumarine of nicotine niet goed kunnen metaboliseren.

CYP2D6 breekt ongeveer 25% van alle medicatie af. Antidepressieva, antpsychotica, analgesia en antitussieva (hoestdrank), beta adrenerge blokkerende stoffen, antiaritmicen antimetica. Het gen is sterk polymorfisch. Sommige alleles veroorzaken een slechte metabool fenotype waardoor de substraten moeilijk kunnen worden ontgift. Bij sommige mensen met alleles in het gen is er helemaal geen functionerend proteine.

 

CYP3A4 breekt 50 % van alle medicatie af. Breekt glucocorticoiden en sommige farmaceutische stoffen af zoals acetaminofen, codeine, cyclosporen A, diazepam en erythromycine. Het metaboliseert een aan steroiden en carcinogenen.

SNP’s in dit enzym wordt in verband gebracht met oestrogeen gerelateerde kankersoorten. Cafeine verhoogt oestrogeen met 70%. Er zijn veel medicijnen die de werking van dit gen verhinderen.

 

CYP3A5 breekt medicatie, en de hormonen testosteron en progesteron af. Een SNP in dit gen verhoogt het risico op een hoge bloeddruk. Het is betrokken bij de synthese van cholesterol, steroiden en andere vetten.

De CYP 450 groep in beeld gebracht (link)

FASE 2 in de ontgifting van de lever

ACE G2328A (angiotensine II) dit eiwit reguleert de bloeddruk en de vocht- en zouthuishouding in het lichaam. Het stimuleert ook de productie van aldosteron in de bijnieren. Waardoor zout en water door de nieren opgenomen worden.

Cofactoren zijn zink en chloride.

Meet magnesium kalium en natrium middels haarmineraal onderzoek.

Bij histamine intolerantie en MCAS is er vaak sprake van bijnieruitputting als gevolg van een burnout. Hierdoor is er een laag aldosterongehalte en groot tekort aan natrium en kalium.

AGT M235T/C4072T (alanine-glyoxylaataminotransferase) reguleert bloeddruk, electrolyten homeostase en lichaamsvloeistoffen.
De cofactor voor dit gen is vitamine B6. Als er een tekort aan B6 is kan dit gen niet goed werken en  kan er een oxalaatbelasting, preclampsie en hogebloeddruk ontstaan. Suppletie met vitamine B6 (pyridoxine) geeft goede resultaten.


Zorg dat magnesium, kalium en natrium in balans zijn.

 

BHMT 02 C13813T (Betaine-Homocysteine S-Methyltransferase)
Dit enzym kataliseert de conversie van betaine en homocysteine naar dimethylglycine en methionine. Een defect in dit gen kan leiden tot hyperhomocysteinemia (heel erg hoog homocysteine gehalte) of choline deficientie ziekte. Bij deze BHMT02 variant komt ook een hazenlip voor.

FUT2 (fucosyltransferase)

Dit enzym is betrokken bij de vorming van een H-antigeen immuuncomplex en is onderdeel van het Histamine Pad.
FUT 2 vormt de suiker polymeer oligosaccharide. Oligosaccharide is voeding voor de bifidobacteriën in de darmen.
FUT 2 reguleert de expressie van bepaalde “bloedgroep antigenen” en heeft direct invloed op de concentratie darmflora.
Dragers van het FUT 2 genmutatie hebben een lagere concentratie darmbacteriën, bifidobacteriën, een grotere vatbaarheid voor de ziekte van Crohn en verhoogde serumconcentratie vitamine B12, niet dat de beschikbaarheid van B12 op celniveau hoeft te beinvloeden, het is bij deze mutatie wel beter om methylmalonzuur te meten om te weten of er voldoende B12 beschikbaar is.

Interessant is dat de FUT 2 dragers een grotere weerstand tegen pathogene infecties als bijv. H.Pylori, lijkt te hebben en ze ook meer bescherming tegen bepaalde virussen.

Supplement: vitamine B1 Sulbithiamine of Benfothiamine. Gebruik geen gewone thiamine, deze wordt niet goed opgenomen in de hersen-bloed-barriere.

SLC19a1 (Solute Carrier Familie 19 member 1)

SLC19a1 is een transporteiwit wat folaat naar cellen en weefsels vervoert. Foliumzuur en een te hoog zinkgehalte (dus laag kopergehalte ) blokkeert de werking van dit eiwit. Vitamine D verbetert de werking.

MTHFD1->methylenetetrahydrofolate dehydrogenase 1 (op chromosoom 14)

Dit gen wordt in meerdere onderzoeken in verband gebracht met hartziekten, migraine en nekpijn.
Behandeling nekpijn: https://clubalthea.com/2016/10/11/neck-pain-and-mthfr-gene-folate-methionine/

Een hoog homocysteine gehalte kan een tekort aan B12, folaat aangeven waardoor de methylatie niet goed verloopt. Een hoog homocysteingehalte tast ook de genetische polymorfisme (SNP) aan. Dit gen heeft voldoende magnesium nodig om voldoende ATP energie te creëren.
Neem extra magnesium
Neem choline, zeker in de menopauze

MAO, monoamine oxidase

In bewerking wordt nog verder aangevuld.

HNMT verhogen

Bij histamine intolerantie en MCAS is er vaak een tekort aan het DAO enzym, dit is dan ook het meest bekende enzym en waar de meeste mensen naar kijken.  Maar een tekort aan DAO is maar een deel van het probleem.  Ik zie regelmatig clienten waarbij een supplement met DAO enzymen niet werkt. Dit komt doordat er meer enzymen betrokken zijn bij het afbreken van histamine. Als je naast darmklachten ook andere klachten hebt, kijk dan verder. Vooral als er ook psychische klachten zijn. 

HNMT (histamine-N-methyltransferase speelt een belangrijke rol in de cellen, ofwel het werkt intracellulair (DAO werkt buiten de cellen).  Het deactiveert histamine door een methylgroep van S-adenosyl-L-methione naar histamine (N-methylatie) over te brengen. Dit is de enige bekende route voor het beëindigen van neurotransmitter-acties van histamine in het zenuwstelsel van zoogdieren. HNMT wordt uitgescheiden in verschillende weefsels, je vind het meeste in de lever en de nieren, maar ook in de bronchiën en de slokdarm.

HNMT is het belangrijkste enzym wat histamine afbreekt wat vrijkomt uit de mestcellen.

Het meeste HNMT vind je in de lever. In de lever wordt de histamine die ontstaan is door mestceldegranulatie afgebroken.  Als de lever niet goed werkt, heb je dus ook een probleem met het afbreken van histamine. Niet alleen de darm is belangrijk om te behandelen.  In mijn behandelingen werk ik altijd eerst aan de darmgezondheid, en stel daarvoor een voedingsplan op waarbij niet alleen de darm, maar ook de lever wordt ondersteund.  Als de darmwand gezond is en de darm dysbiose, die bijna iedereen in mijn praktijk met histamine intolerantie heeft, gaan we intensiever werken aan de gezondheid van de lever zodat deze beter kan ontgiften en deze gifstoffen zonder problemen door de darmen en nieren afgevoerd kunnen worden.

De lever filtert het bloed om vetoplosbare gifstoffen af te voeren en breekt de gifstoffen af tot wateroplosbare gifstoffen zodat ze via de urine en ontlasting uitgescheiden kunnen worden. Er moet dus geen obstipatie zijn, maar ook geen lekke darm.

Daarnaast is HNMT het enzym wat histamine in het epitheel van de bronchiën verlaagt. Bronchoconstrictie en astma aanvallen kunnen getriggerd worden door het eten van voeding met veel histamine, of voeding wat mestcellen activeert waardoor er histamine wordt vrijgelaten.  Heb je ademhalingsproblemen, denk dan aan HNMT.

Je genen en HNMT

Een “single nucleotide polymorphism” (SNP) is een variatie in het DNA – een polymorfie – van één enkele nucleotide lang.  SNP’s (spreek uit ‘snip’) maken ieder mens uniek en zijn niet per se ziekmakende factoren.  Als er een SNP in het HNMT gen is, kan dit er wel voor zorgen dat het gen wat het HNMT enzym produceert, minder goed of helemaal niet werkt. Hierdoor wordt de extracellulaire histamine minder goed afgebroken en stapelt het zich op. Dit gen  bepaald de werking van het enzym wat histamine omzet in N-methylhistamine.

HNMT zet histamine dus om in N-methylhistamine. Maar dan zijn we er nog niet, daarna moet het nog verder afgebroken worden met het MAO (monoamine oxidase) enzym.   Een MAO tekort kan o.a. ontstaan door een tekort aan riboflavine (B2). Zorg dus voor voldoende vitamine B2, zeker in de overgang en bij oestrogeendominantie wanneer het MAO enzym verlaagd.

Het kan dus zijn dat je een genetische mutatie op het HNMT of DAO enzym hebt, maar het lijkt vaker een probleem te zijn wat ontstaat door onbalans in de hormonen en tekort aan voedingsstoffen.

Je kunt een hoog histamine gehalte in de hersenen herkennen aan de volgende kenmerken: migraine, ADHD/ADD, psychische klachten,  je  bent iemand die altijd maar door gaat, je hebt een hoge workdrive, je bent een sterke leidertype, je hebt een hoge seksdrive. Dit hoeft op zich geen probleem te zijn.  Alleen als het lichaam uit balans raakt ontstaan er problemen. Deze  bovenstaande kenmerken zijn dus het gevolg van een SNP in het HNMT enzym.

Om te weten of jouw HNMT een SNP heeft kun je je genen laten onderzoeken bij 23andme.com of ancestry.com. De volgende genen geven de werking aan:

HNMT rs1050891:

  • ‘G’ = Histamine wordt normaal afgebroken.
  • ‘A’ = Histamine wordt verminderd afgebroken. Er is meer histamine in de hersenen, lever, nieren en luchtwegen.

HNMT rs11558538:

  • ‘C’ = Histamine wordt normaal afgebroken.
  • ‘T’ = Histamine wordt verminderd afgebroken. Er is meer histamine in de hersenen, lever, nieren, luchtwegen.
Als je een verhoogd histamine in de organen hebt, kun je door een tekort aan voedingsstoffen en leefstijlfactoren (vooral stress en hormonale problemen) MCAS ontwikkelen.

Medicatie en HNMT

Sommige medicatie beroven je van de voedingsstoffen die je nodig hebt om de lichaamsfuncties te laten werken. Als je niet genoeg voedingsstoffen hebt voor een bepaald pad in je lichaam, stopt de werking van dit pad. Het is zoiets als een mutatie in een gen: een dubbele homozygote SNP, maar dan ontstaat het door medicatie. Dit fenomeen noemen sommige behandelaars “Medicatie geïnduceerde SNP”.

Medicatie wat Histamine N-Methyl Transferase (HNMT) blokkeert:

  • Hydroxychloroquine (de antibiotica wat o.a. gebruikt wordt bij Covid-19)
  • Chloro guanil (malaria medicatie)
  • Chloroquine (Amodiaquine, malaria medicatie)
  • Promethazine (eerste generatie antihistaminica met antipsychotische en kalmerende werking.
  • Diphenhydramine (H1 antihistamine, Benedryl, maar kan in lichte mate DAO activiteit verhogen)
  • Tacrine (anticholinesterase, vroege Alzheimer medicatie) zoals folaat is nodig om HNMT te activeren) en Pyrimethamine.

Folaat antagonisten worden ingezet bij sommige soorten kanker en ontstekingsaandoeningen, zoals reumatische artritis. Door het folaat te verlagen kunnen kankercellen geen foliumzuur gebruiken om DNA te maken, hierdoor kunnen de kankercellen afsterven.
Aminopterin, methotrexate (amethopterin), pyrimethamine, trimethoprim, triamterene zijn folaat antagonisten en zorgen voor een folaat tekort doordat ze het enzym dihydrofolaatreductase verlagen.Een HNMT tekort kan genetisch zijn of is ontstaan door omstandigheden. De belangrijkste factoren die de werking van het  HNMT aantasten zijn:

  • DAO tekort
  • Bacteriële dysbiose (omdat maar ongeveer 50% van de histamine in je lichaam afgebroken wordt door DAO)
  • HNMT verlagende medicatie
  • HNMT genetische erving
  • Oestrogeen dominantie waardoor mestcellen degranuleren 
  • Voeding wat mestcellen degranuleert
  • Mestcel activatie syndroom (MCAS)

Voeding

HNMT heeft net als andere enzymen in het lichaam cofactoren nodig. Dit zijn de voedingsstoffen die zorgen dat het enzym geproduceerd  én geactiveerd kan worden. 

Bij het HNMT enzym is SAMe, S-adenosylmethionine de belangrijkste cofactor. Zoals het woord al weergeeft: adenosyl en methionine, heb je voldoende vitamine B12 en methionine nodig en is het belangrijk dat er voldoende folaat aanwezig is. 

Zoals in het begin van artikel al stond is een vitamine B2 (riboflavine) tekort een oorzaak van een niet goed werkend MAO enzym, het enzym wat histamine verder afbreekt. Dus ook deze moet op peil zijn.

Als laatste is magnesium essentieel omdat deze ervoor zorgt dat de stoffen in en uit de cellen kunnen en de processen plaats kunnen vinden.

Voeding rijk aan methionine

In aflopende volgorde: kalkoen, rundvlees, lamsvlees, kalfsvlees, vis, varkensvlees, tofu, melk, kaas, noten, bonen, hele granen, zoals quinoa.

Voeding rijk aan vitamine B12

In aflopende volgorde:  Orgaanvlees (lever en nieren), kokkels, oesters, mosselen, sardines, tonijn, krab, rundvlees, ontbijtgranen met toegevoegde B12, tofu met toegevoegde B12, Zwitserse kaas, eieren. 

Voeding rijk aan vitamine B2

In aflopende volgorde: rundvlees, bonen (gefermenteerde sojabonen),  melk, zalm, tonijn, kokkels, oesters, paddestoelen, varkensvlees, spinazie, amandelen, kastanje, kokoswater, zonnebloempitten, avocado, eieren.

Voeding rijk aan folaat

Edamame bonen, linzen, asperge, spinazie, broccoli, avocado, mango, sla, mais, sinaasappel.

Laat je begeleiden

Herken je de klachten en wil je werken aan MCAS en histamine klachten, neem dan contact met mij op. Ik kan je helpen met het uitlezen van je genetisch rapport, een persoonlijk voedings- en leefstijlplan en onderzoeken naar de onderliggende oorzaken van jouw problemen.

Mail naar info@histamine-intolerantie.nl

 

Zware metalen, methyl en histamine

Het mestcelactivatie syndroom is het gevoel van een onbalans in het lichaam vaak als gevolg van een stapeling van gifstoffen in het lichaam. Dit zorgt voor veel stress, zowel lichamelijk als mentaal. Als je histamine arm eet en er alles aan doet om je klachten te verminderen en je merkt dat het niet lukt om na verloop van tijd weer meer producten toe te voegen, met andere woorden, je blijft maar overgevoelig, bedenk dan dat je wellicht gifstoffen in je lichaam hebt opgeslagen die zorgen voor een overactief immuunsysteem.

 

 

Histamine en methyl

Eén van de factoren die zorgen dat gifstoffen goed afgevoerd kunnen worden is een goede methylatie, als deze te traag verloopt, verlopen alle lichaamsprocessen langzamer en heb je moeite met ontgiften.

 

De methylatie is een cyclus in de stofwisseling waarbij een methylgroep (1 koolstof en 3 waterstof moleculen) aan een stof in het lichaam wordt gebonden zodat er een bepaalde actie plaats kan vinden. Dit gebeurt dus met veel verschillende stoffen, in dit artikel bespreken we histamine en zware metalen.

 

Een goede methylatie is onder andere belangrijk om goed te kunnen ontgiften en cellen te repareren. Hoe goed dit proces verloopt bepaalt hoe het lichaam stoffen af kan breken. 

Als de methylatie niet goed werkt doordat bepaalde genen niet goed werken, zoals bijvoorbeeld bij een MTHFR mutatie, kun je niet genoeg methylgroepen aan een receptor binden, zoals bijvoorbeeld bij histamine. 

Hierdoor stapelt de histamine zich op waardoor er teveel histamine in het lichaam bevindt.  Bij een te lage methylatie is er daardoor een te hoog histamine gehalte. 

Andersom, bij een te snelle methylatie is er een te laag histamine gehalte.

Als er te weinig methyl is zal het lichaam te weinig van de neurotransmitters serotonine, dopamine en norepinefrine maken. Je merkt dit door psychische klachten maar ook door concentratieproblemen, stressgevoeligheid en hoogsensitiviteit en een trage stoelgang.

 

Je kunt een genetisch onderzoek laten uitvoeren om te zien of jij een MTHFR mutatie hebt, dit helpt je om gericht aan de slag te gaan om de ontgifting te verbeteren.

 

 

Methyl reguleert veel lichaamsprocessen 

Methyl is een biologische chemische stof in het lichaam waar we, als we gezond zijn, veel van hebben. In bijna alle enzymen en eiwitten vind je methylgroepen (-CH3). Deze methylgroepen worden in het methylatie proces gekoppeld aan een stof. Als er een grotere biochemische stof wordt gemethyleerd zal de structuur en functie veranderen.  

 

SAMe(S-adenosyl methionine) is de belangrijkste methyldonor. Het methyleert neurotransmitters, neuro hormonen (zoals melatonine en histamine), eiwitten, membraan fosfolipiden (die de celmembraan vormen) en de myelineschede rondom de zenuwen en creatine (gebruikt bij energie transfer)

 

Als de methylatie is aangetast worden de volgende functies en systemen aangetast:

  • het functioneren van de neurotransmitters
  • de structuur en de functie van de eiwit- en celmembranen
  • vetzuurstofwisseling
  • allergische reacties (histamine)
  • myelatie van de zenuwen
  • de transfer van cellulaire energie

Methylgroepen beheersen de genetische expressie tijdens de ontwikkeling in de foetus en in je hele leven. 

Een methylgroep kan zich hechten aan specifieke DNA ketens en dat gen uitzetten. Als de methylgroep is verwijderd, gaat het gen weer aan.

 

De Methylatie Cyclus

Als SAMe een methylgroep doneert (-CH3), wordt het SAH (S-adenosylhomocysteine) en daarna homocysteine. Methionine is de op twee na belangrijkste bron van methylgroepen en kan gemaakt worden van homocysteine door een methylgroep te accepteren uit de foliumzuur cyclus.

 

Je hebt voor de methylatie een constante bron van foliumzuur en vitamine B12 nodig. Een te laag B12 gehalte verzwakt de enzymen die homocysteine terug in methionine omzet. Dit enzym heet methionine synthase.

 

Methylatiecyclus is afhankelijk van:

  • methylfolaat
  • B12

Zware metalen belasting

Naast een MTHFR mutatie kan oxidatieve stress ( de activiteit van vrije radicalen) ook de methylatie synthase verlagen, dus gifstoffen zoals kwik, wat veel oxidatieve stress veroorzaakt, zullen de methylatie cyclus verstoren. Als er een zware metalen belasting is wordt er homocysteïne ingezet om de ontgifting en antioxidanten paden te verbeteren zodat er meer metallothioneine voor de ontgifting van zware metalen en glutathion voor de algehele ontgifting geproduceerd wordt.  

De homocysteïne kan dan dus niet gebruikt worden voor de methylatie cyclus. Waardoor de cyclus trager wordt.

 

Homocysteïne zal nu naar cysteine of  taurine worden omgezet., dit zijn een bronnen van sulfaat, zo kan er meer gal  aangemaakt worden en zware metalen uitgescheiden.

Cysteïne wordt gebruikt bij de vorming van metallothioneine en/ of glutathion, het krachtigste antioxidant en essentiele stof voor het ontgiften van zware metalen.

 

Methyl en Psychose

Paranoïde  schizofrenie wordt in verband gebracht met een te hoge methylatie. Hierdoor is er een laag histamine gehalte. De voornaamste symptomen bij mensen met een laag histaminegehalte zijn auditieve hallucinaties samen met suïcidale depressie, paranoia, religiositeit, slaapproblemen. Supplementen die methyl reduceren zijn foliumzuur, vitamine B12 en vitamine B3. Ook het koper/zink gehalte moet verbeterd worden om de afbraak van histamine te verminderen. Een te laag histamine gehalte is dus ook niet bevorderlijk.

 

Bij mensen met autisme zie je een verlaagde methylatie, in onderzoeken bij autistische kinderen waar de componenten van de methylatiecyclus werden gemeten, waren alle methylatie en transsulferatie markers lager. Er is ook vaak een zware metalen belasting.

De voedingssupplementen die de autistische symptomen vaak verbeteren zijn folinezuur, DMG, TMG, methylcobalamine (B12), zink, vitamine B6 P5P , glutathion, cysteine en sulfaat. Neem deze echter niet op eigen houtje, vraag altijd advies, als je te snel ontgift kunnen er psychische klachten als angst en depressie, maar je kunt je ook ontzettend ziek voelen, wat je dan ook bent. Ontgiften is geen peuleschil.

 

Metallothioneine

Metallothioneine is familie van de cysteïne rijke eiwitten. De belangrijkste functie van dit eiwit is ons te beschermen tegen zware metalen. Je vindt dit eiwit voornamelijk in het darmslijmvlies. 

Het eiwit bestaat uit cysteïne en zink atomen. Zink is een beschermend mineraal. Metallothioneïne beschermt je lichaam door zink uit te wisselen voor lood, kwik, aluminium etc.

Omdat metallothioneine het zinkgehalte in het bloed regelt, kan een tekort aan dit eiwit een koper belasting veroorzaken.

 

Ook bij veel mensen die teveel methyleren hebben kan er  een metaal metabolisme probleem zijn doordat metallothioneine niet goed functioneert. Metallothioneine is bij veel functies betrokken, waaronder de immuniteit van de hersenen, de ontwikkeling van het maag/darmkanaal en het reguleren van metalen.

 

Metallothioneine is essentieel voor het onderhoud van een goede koper/zink ratio. Metallothioneine is zó belangrijk dat een onbalans in zink/koper een indicatie is voor een metallothionein dysfunctie

 

Deze dysfunctie kan een genetische zwakte zijn maar kan ook ontstaan door voedingsstoffen tekorten of onbalansen.  Zink is de belangrijkste voedingsstof

om metallothioneine te maken.  Voor het lichaam is metallothioneine cruciaal voor de regulatie en omgaan met giftige metalen. 

 

Metallothioneine verpakt metalen als kwik, lood en cadmium, door zich aan hen te binden en het zo het lichaam uit te dragen. Kwik of lood in de darmen hebben metallothioneine nodig om de giftigheid te stoppen.

 

Om de dysfunctie te verbeteren kun je een voedingsplan volgen van twee fases waarbij de darmwand wordt hersteld en zware metalen worden afgevoerd. In de eerste fase wordt de darm hersteld en een zink therapie ingezet samen met andere supplementen. 

In de tweede fase worden er glutathion, selenium en extra aminozuren toegevoegd om de ontgifting te bevorderen. 

 

Het ontgiften van zware metalen is een lange termijn therapie en vereist geduld en motivatie.  Hoe ouder iemand is, hoe langer het duurt om te ontgiften van zware metalen. Een kind van twee jaar oud kan in een paar weken goed resultaat boeken, een kind van tien jaar kan er een paar jaar over doen. Volwassenen kunnen er vijf jaar of meer over doen.

Als de darmen zijn hersteld en de organen ontgift van zware metalen zal de methylatie weer goed verlopen,  hoe goed, is afhankelijk van of er een genetische mutatie is aanwezig is. Ook met een mutatie kan de methylatie verbeteren. Je moet er dan wel altijd van bewust zijn dat het lichaam moeilijk kan ontgiften en eens in het jaar een korte ontgiftingskuur doen om de gezondheid te onderhouden. 

Wil je begeleid worden in het ontgiften van je lichaam en het verbeteren van de methylatie waardoor histamine goed afgebroken kan worden en de klachten verminderen of verdwijnen. Neem dan contact met mij op.

 

Behandeling bij patiënten met een metallothioneine dysfunctie

Als er door een genetisch defect metallothioneine niet goed werkt kun je de volgende stappen nemen:

 

Begin met minimaal zes maanden  gluten- en caseïnevrij dieet.

 

Stap 1 De weg vrijmaken

  1. Herstel de darmflora en verminder overgroei van pathogene organismen als clostridia en gist.
  2. Vul voedingsstoffen aan, test eerst welke tekorten er zijn.
  3. Reduceer, zo nodig, verhoogd ammonia in plasma
  4. Geef indien nodig hooggedoseerde zinksuppletie
  5. Eet 1 kilo bereide groenten per dag om heel langzaam en zacht zware metalen te ontgiften.
  6. Gebruik eventueel DMSA om kwik, lood of tin te cheleren, ga hiermee door tot er nog maar heel weinig in urine wordt uitgescheiden. Doe dit nooit op eigen houtje in verband met Herxheimer reacties.
  7. Als aanvulling in plaats van DMSA adviseer ik liever TRS spray, dit is een nano zeoliet oplossing en werkt milder.

Het herstellen van de darmflora kan een half jaar tot een jaar in beslag nemen. DMSA is een heftige chelator en moet je niet zonder begeleiding van een arts gebruiken. Ik zet het zelf niet in omdat ik in ervaringsverhalen zie dat mensen met MCAS hier te gevoelig op reageren. Ontgiften met 1 kilo groenten per dag werkt dan beter, het duurt langer, maar je wilt niet een herxheimer reactie krijgen waardoor je immuunsysteem een week of zelfs een paar weken of langer van slag is zodat je dan steeds moet stoppen met behandeling. Je kunt dan pas weer verder als je je weer goed voelt.

 

Neem voor deze fase minimaal een jaar, maar vaak duurt het langer, zo’n twee tot drie jaar .

 

Stap 2 Metallothioneine verhogen

Fase 1 

4-8 weken intensieve zink suppletie. Gevoelige patiënten moeten de zink dosering opbouwen. Doe dit in overleg met mij of je behandelaar. Zink therapie  is niet voor iedereen goed. 

Het plasma zinkgehalte moet hoger zijn dan 100 mcg/dL voordat er naar Fase 2 gegaan wordt. Dit om irriterende bijwerkingen te minimaliseren. De zink dosering is afhankelijk van het lichaamsgewicht. 

Reken het lichaamsgewicht in ponden met daarbij Per 500 gram 15-20 mcg. 

  • Een kind van 20 kilo = 40 pond + 15 -20 mg, zou dan 55-60 mg zink per dag krijgen.  
  • Een volwassene van 60 kilo= 120 pond + 15-20 mg, zou dan 135-140 mg zink per dag krijgen.

Als aanvulling beveel ik volgende supplementen aan samen met zink: P-5-P, Mangaan Gluconaat,  Vitaminen C en E.  Ook Taurine mag gebruikt worden met autistische patiënten met neigingen met toevallen

 

Fase 2: Als fase 1 klaar is, kan de ontgifting verbeterd worden: glutathion, selenium, de 14 aminozuren van metallothioneine. Deze voedingsstoffen zijn beschikbaar in een aminozuur supplement. 

Ga door met het caseine en glutenvrij dieet, probiotica, supplementen en andere therapieën zoals aanbevolen.

Metallothioneine bevat  33% cysteine, en daarnaast lysine, arginine, asparaginezuur, threonine, serine,  glutaminezuur, glutamine, proline, glycine, alanine, valine, methionine en N-acetyl methionine.

Daarnaast bevat het cadmium, zink en koper. De lever metallothioneine bevat vooral zink, de nier metallothioneine voornamelijk cadmium. 

Ieder metaalatoom is gebonden aan 3 cysteïne residuen

 

Wil je zware metalen ontgiften dan is hier begeleiding voor nodig. Je moet weten wat er met je lichaam gebeurt en niet ontmoedigd raken als je periodes van terugval hebt. Als er zware metalen uit je organen getrokken worden, kan dit klachten geven Geef dan vooral niet op, stop wel een paar dagen met ontgiften, wacht tot je je beter voelt en ga dan weer door.

Ik kan je begeleiden met persoonlijk advies en coaching in dit proces..

Vele recepten en veel praktische informatie in dit E-boek voor mensen met histamine-intolerantie, MCAS en allergien

Glutenvrij, suikerarm, zuivelarm. Recepten met vlees, vegetarisch en vegan. Zodat iedereen histamine arm kan eten.

E-boek Koper ontgiften

Bestel nu, download en start direct met ontdekken hoe je koper in balans kunt brengen.

E-boek GABA en Glutamaat hoe breng je deze neurotransmitters in balans?

Een histamine overschot verlaagd GABA en laat glutamaat stijgen. Andersom kan glutamaat histamine verhogen. Voel jij je onrustig en heb je histamine intolerantie, ontdek dan wat GABA en Glutamaat met elkaar en met histamine te maken hebben.

Voedselintolerantie en lage SIgA

Word je gevoelig voor een steeds groeiende lijst van voedingsmiddelen? Reageer je histamine, gluten, lactose, maar ook op voedingsmiddelen die niet bekend staan als trigger? 

Dan kan je immuunsysteem op hol geslagen zijn. Je kunt je immuunsysteem weer in balans brengen, er komen wel veel factoren bij kijken, in het menselijk lichaam (en trouwens in de natuur ook) is alles met elkaar verbonden. Wil je het immuunsysteem weer op de rails krijgen dan zul je ook de rest van je lichaamssystemen aandacht moeten geven

Hoe je dit doet, lees je in dit document. Lees het rustig door en gebruik het als handleiding voor herstel.

DOWNLOAD

Wat is het HNMT enzym

Het HNMT enzym

Er is gelukkig steeds meer aandacht voor de darmen als bron van ziekten, dit is belangrijk en zal zeker heel veel mensen helpen. Maar wat net zo belangrijk is, en wat hierdoor wel eens vergeten wordt, is de rol van de lever voor de gezondheid. En het helen van de darm is zeker een stap in de goede richting, maar echt, als de lever niet goed functioneert blijf je met je probleem zitten.

De lever is een belangrijk orgaan bij de afbraak van histamine. Als de lever niet goed werkt heeft kan er een grote hoeveelheid histamine in het lichaam ontstaan, een grote hoeveel histamine zorgt ook voor ontstekingen en ziekte. Door je lever extra aandacht te schenken zul je merken dat je lichaam ook minder ontstekingsgevoelig wordt en de histamine makkelijker afgebroken wordt. 

Ben je vaak moe, heb je pijn rechts onder je ribben, ben je vaak misselijk, verlies gewicht zonder reden, laat je lever dan nakijken. Mensen met leverziekten blijken  een verhoogd histamine gehalte te hebben. 

Histamine N-methyltransferase 

Naast de histamine afbraak door middel van het enzym DAO (diamine oxidase), breekt de lever ook histamine af met behulp van Histamine N-methyltransferase (HNMT of HMT). 

Histamine N-methyltransferase  is een enzym wat histamine deactiveert door een methylgroep van S-adenosyl-L-methionine (SAM-e) over te brengen op histamine (N-methylatie). 

In de lever en nieren zit het meeste HNMT, maar ook in de bronchiën en luchtpijp is dit enzym werkzaam. In de luchtpijp en bronchiën verlaagt HNMT de histamine die ontstaat als gevolg van de vrijlating door mestcellen. Is er te weinig HNMT in de epitheelcellen in de bronchiën dan kun je door het eten of drinken van voeding met veel histamine een astma aanval krijgen.

S-adenosylmethionine (SAMe) is een zwavelhoudend aminozuur en heeft verschillende in het lichaam. Het is onder meer de belangrijkste ‘universele’ methyldonor (donor van CH3-groepen) bij methylering reacties in het lichaam, speelt een belangrijke rol in de zwavel stofwisseling en is een voorloperstof van glutathion, de belangrijkste intracellulaire antioxidant. SAMe is onder meer betrokken bij de aanmaak van DNA en RNA, fosfolipiden, carnitine, taurine, cysteïne, creatine, polyaminen, hormonen en neurotansmitters (serotonine, dopamine, noradrenaline). SAMe stimuleert de synthese van kraakbeen en bindweefsel en ondersteunt het immuunsysteem.  Ook bevordert SAMe een optimale vloeibaarheid van celmembranen, onder meer in de hersenen. SAMe wordt met name in de lever gemaakt uit het essentiële aminozuur methionine en ATP (adenosinetrifosfaat). De synthese van SAMe neemt met het ouder worden geleidelijk af. Onder verschillende omstandigheden kan het goed zijn extra SAMe in te nemen in de vorm van een voedingssupplement.Je kunt om de werking van SAMe te verhogen voeding eten waar methionine in zit. Eieren, vis, schaaldieren, vlees, gevogelte, zuivel, noten, zaden, soja en granen. SAMe komt niet in voeding voor en is uitsluitend in supplementvorm beschikbaar. Ga echter niet op eigen houtje SAMe nemen aangezien er wisselwerkingen zijn met andere supplementen en medicatie. Vooral antidepressiva.ref. http://www.orthokennis.nl

Genmutatie van HNMT

Een verstoring in het HNMT enzym kan ontstaan door tekort aan nutriënten, medicatie of door een genetische mutatie. Zo’n genetische mutatie heet een ‘single nucleotide polymorphism’ (SNP). Door de mutatie is het enzym niet of niet voldoende werkzaam. Je zult dan altijd rekening moeten houden met je voeding, levensstijl en medicatie.

Het betreffende gen codeert een enzym wat histamine in N-methylhistamine omzet. Als er een vermoeden is van Mastocytose, wordt er op deze stof getest in de urine omdat het de belangrijkste metaboliet is van histamine. 

Na deze omzetting breekt het monoamine oxidase (MAO) enzym het verder af. Om MAO goed te laten werken heb je voldoende riboflavine (vit B2) nodig.

Gebeurt de afbraak van histamine niet,  dan zal histamine zich opstapelen. Ook als je geen genmutatie hebt kun je een teveel aan histamine krijgen door een tekort aan MAO en/of vit.B2

Het kan zijn dat je medicatie gebruikt dit de voedingsstoffen stelen die je nodig hebt voor de werking van de enzymen. Dit wordt door sommige therapeuten: “Medicatie veroorzaakte SNP”

Een tekort aan HNMT kan dus genetisch zijn of zijn ontstaan. 

De volgende  oorzaken kunnen de HNMT functie aantasten:

  • tekort aan DAO 
  • bacteriën die uit balans zijn (omdat maar ongeveer 50% van de histamine door DAO in de darmen wordt afgebroken)
  • genetische mutatie van HNMT 
  • HNMT verlagende medicatie
  • Mestcel degranulatie door oestrogeen (naar progesteron) onbalans
  • Mestcel degranulatie door voeding 
  • Mestcel activatie ziekte (Mastocytose)

Net als andere genen, enzymen, eiwitten en andere belangrijke stoffen in ons lichaam heeft ook HNMT cofactoren die bijdragen aan een snellere en betere werking in het lichaam en er zijn factoren die de werking van HNMT blokkeren.

Welke medicatie blokkeert HNMT?

Goed om te weten is dat sommige medicijnen de werking van HNMT verlagen. 

  • Chloroquine (doodt malaria parasiet)
  • Hydroxychloroquine (bestrijdt en voorkomt malaria)
  • Amodiaquine (medicatie bij malaria)
  • Pyrimethamine (antiparasitair middel)
  • Promethazine (antihistamine)
  • Diphenhydramine (H1 antihistamine, Benadryl, maar kan wel licht de DAO activiteit verhogen)
  • Folaat antagonisten zoals Metoprine (HNMT heeft folaat nodig voor activatie

Als je HNMT enzym niet werkt of niet voldoende werkt, gebruik deze medicijnen dan niet omdat ze het enzym nog verder verlagen. 

Testen

De diagnose voor HNMT tekort kun je krijgen door te testen op de genetische variant van het enzym: C314T.  Dit gen verhoogt de activiteit van HNMT met 30-50%  Het gen wordt geassocieerd met histamine gerelateerde ziekten als astma en atopische dermatitis. Op HNMT zelf kan niet getest worden.

Heb je het  C314T-polymorphisme dan zou je HNMT blokkerende medicijnen moeten vermijden alsook histamine vrijmakende voedingsmiddelen.(zie bijlage histamine voeding)

Onderzoek in Japan liet zien dat een mutatie in het gen A595G ook zorgde voor de verminderde HNMT activiteit. Men ging er vanuit dat C314T mutaties meer voorkwamen bij Amerikaanse kaukasische mensen , maar een onderzoek in China onder 354 mensen met histamine problemen liet zien dat de mensen daar zowel C314T als A595G mutaties hadden.  Echter komt het A595G genmutatie niet voor bij Amerikaanse kaukasische mensen.

Heb je Aziatische roots, dan kun je ook het A595G gen laten onderzoeken.

Dit kun je doen bij ancestry.com

Je kunt de genetische test voor HNMT (C314T gen) via APTA Voedingsadvies uit laten voeren. 

Is HNMT de oorzaak is van jouw klachten?

Extracellulair

Het grote verschil tussen DAO en HNMT is dat het DAO enzym de extracellulaire histamine afbreekt (de vrije histamine).  Als er niet genoeg DAO is zal de histamine zich in het bloed opstapelen. 

Het meeste DAO bevindt zich in de darmen, daarnaast zit het in perifere weefsels, dit zijn de weefsels die het perifere zenuwstelsel met elkaar verbinden. (darmen, bindweefsel, placenta, nieren). DAO kan in het bloed vrijgelaten worden en kan zo histamine buiten de cellen verlagen.

Intracellulair

Het HNMT enzym breekt intracellulaire histamine af. Dit vindt voornamelijk plaats in de lever, nieren, bronchiale slijmvliezen en het centraal zenuwstelsel. 

Door deze verdeling kunnen er verschillende symptomen ontstaan als er een tekort is aan een of beide enzymen.

In het hele lichaam zijn histamine receptoren. Over het algemeen spreekt men van histamine intolerantie als er een tekort is aan DAO. 

DAOHNMT
extracellulair (buiten de cellen)intracellulair (in de cellen)
meeste in darmenmeeste in lever
perifere weefsels (darmen, bindweefsel, placenta, nieren)bronchien, nieren, centraal zenuwstelsel
verlate reactiedirecte reactie
buikpijn, diarree, vermoeidheidloopneus, niezen, hoofdpijn, duizeligheid, slapeloosheid, astma
misselijkheid, eczeem, urticaria, rhinitis, colitis ulcerosapsychische klachten: angst, depressie, concentratieproblemen, ADHD, onrust

Verschil klachten bij HNMT en DAO tekort

Heb je een HNMT tekort, dan krijg je direct na een maaltijd klachten. Het heeft een impact op de histamine die in het lichaam aanwezig is in de cellen. De vaak meer ernstige klachten worden door een HNMT genmutatie veroorzaakt.

Vooral de hersenen, bronchiën en slijmvliezen en de lever worden aangetast. Wordt je na een maaltijd wazig of duizelig in je hoofd, kun je niet concentreren, voel je je angstig, ben je onrustig? Of wordt je heel moe en krijg je hoofdpijn, heb je last van slapeloosheid, schokkende bewegingen of  krijg je prikkelende en geïrriteerde luchtwegen? Dan is waarschijnlijk HNMT de oorzaak. 

Als je een tekort aan DAO hebt dan heb je  (pseudo) allergische reacties met tussenpozen. Dit verklaart waarom, naast de symptomen als misselijkheid, hoofdpijn, opvliegers, kortademigheid er ook vaak diarree ontstaat. 

Verder kun je eczeem, rhinitis, urticaria aanvallen en hoge bloeddruk, colitis ulcerosa en astma krijgen. 

Je kunt dus last hebben van een tekort aan beide enzymen.

Een tekort aan HNMT kan ook ontstaan door een tekort aan DAO. 

Is het tekort aan beide enzymen allebei genetisch dan moet je je levenlang een histamine arm dieet volgen. 

http://www.imd-berlin.de/en/subject-information/diagnostics-information/differential-diagnostics-for-histamine-intolerance-hit.html

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12417108

http://www.ihop-net.org/UniPub/iHOP/bng/89085.html

functional image
functional image